N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
De dood is echt. Van veel verschijnselen kun je je afvragen hoe serieus je ze moet nemen, hoeveel werkelijkheidswaarde ze nog hebben, maar de dood is onvervalst reëel. Bedreiging met de dood is daarom ernstig. Godsdiensten – en dat vergeet een enkele godsdienstige wel eens – beschouwen doodslaan als een taboe. Er is zelfs een bijbels gebod dat doden verbiedt, het staat op de vijfde plaats in de tien geboden.
Er kwam een petitie langs dwarrelen die ik heb opgevat als een petitie tegen doodsbedreigingen. Er komen altijd wel petities langs en dan heeft een mens niet vanzelf zin zich uit te spreken pro de een en contra de ander, voor dit, tegen dat, maar deze petitie kon je opvatten als een simpel pleidooi elkaar niet dood te willen slaan. Dus tekende ik.
Ik begreep dat er iets aan de hand was geweest met een gedicht. Een schrijver zou vanwege de Kinderboekenweek een gedicht voor kinderen schrijven, bezorgde burgers maakten zich druk over thema’s in zijn eerdere werk, hij werd met de dood bedreigd en nu schrijft hij het gedicht niet. De bezorgde burgers, onder wie fotomodellen en conservatieve christenen, hadden zich verheugd getoond dat door die doodsbedreigingen het goede had gezegevierd. Maar als waarnemer bleef je met twee losse eindjes zitten.
Het eerste losse eindje was de dood. Daarover later. Het tweede losse eindje was de werkelijkheid, aangezien verdedigers van de schrijver om het hardst beweerden dat je zijn werk daarvan los moest zien. Een verhaal is fictie, zeiden ze, en een roman is niet echt. Mij leek dit een slechte verdediging van de literatuur – want waarom zou in godsnaam ooit iemand een verhaal schrijven of lezen als dat niets met de werkelijkheid te maken heeft?
Het hoofdredactionele commentaar in NRC zei in dit verband iets interessants. „Fictie wordt anno 2023 steeds minder gelezen, en kennelijk ook steeds minder begrepen.” Dit ging in eerste instantie over literatuur, maar als je wilde, kon je hier een tijdsanalyse in lezen, een oprechte constatering van een nieuwe verhouding tussen fictie en werkelijkheid. Een nieuwe situatie die niet alleen vraagt om meer literatuuronderwijs, maar om het leren lezen van de wereld om ons heen.
Want je kunt mensen wel verwijten dat ze fictie slecht begrijpen. Maar je kunt ook breder kijken en constateren dat het verschijnsel fictie inderdaad onbegrijpelijk is geworden. „Door AI gecreëerde gezichten lijken nu echter dan echte foto’s”, schreef psycholoog Manos Tsakiris onlangs op de site The Conversation. Hij verwees naar een eerder artikel dat hij schreef, in het tijdschrift iScience, met de omineuze titel ‘On the Realness of People Who Do Not Exist’. Over de echtheid van mensen die niet bestaan: de sociale effecten van kunstmatige gezichten.
Ja, fictie wordt minder begrepen. Mensen kunnen kunstmatig gegenereerde foto’s, filmpjes en teksten niet meer onderscheiden van door mensen gemaakte foto’s, filmpjes en teksten. Op sociale media, in de marketing en politieke propaganda worden niet-bestaande mensen ingezet om de bestaande mensen te beïnvloeden. Echte mensen stemmen hun gedrag af op de fictieve werkelijkheid en raken onzeker zodra ze de kunstmatigheid ervan ontdekken.
Fictie verliest geen terrein, fictie is overal. Een groot deel van de online inhoud, ‘content’, wordt niet gemaakt om kennis over te dragen, maar om geld te verdienen; nepwebsites, ook wel click farms genoemd, lokken je met nepinhoud om je vervolgens advertenties te laten zien van spullen die in werkelijkheid niet bestaan, opdat je steeds verder clickt. Zo lees je maar door zonder onderweg ooit nog iets echts tegen te komen. Dit is de nieuwe verhouding tussen fictie en werkelijkheid: je kunt nauwelijks meer onderscheiden waarnaar teksten en beelden verwijzen.
Verdediging van literatuur als fictie is daarom op dit moment onzinnig en onvruchtbaar. Een literair werk is heel wat steviger geworteld in de werkelijkheid dan een click farm. Niet het onechte van de literatuur moeten we als burgers daarom leren begrijpen, maar het onechte van de kunstmatig gecreëerde wereld. En het echte van de bestaande wereld waarvan de dood het anker is en waarover de literatuur ons vertelt.
Bedreiging met de dood behoort tot de fictieve wereld waarin mensen geen onderscheid meer kunnen maken tussen schijn en wezen. Het is volkstoneel. Een show van verbouwereerde burgers die de greep op de werkelijkheid zijn kwijt geraakt en die opnieuw moeten leren inzien dat de dood echt is. Dat het er ernst mee is. Dat je er niet mee dreigt.
Om de greep op het leven te hervinden zou iedereen daarom een petitie moeten ondertekenen tegen doodsbedreigingen: fotomodellen en conservatieve gelovigen voorop. Uit respect voor het bestaan.
Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC