N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Iedere week schrijft wetenschapper Rosanne Hertzberger over de raakvlakken tussen wetenschap en het dagelijks leven.
Iedere week schrijft wetenschapper Rosanne Hertzberger over de raakvlakken tussen wetenschap en het dagelijks leven.
Ze is initiatiefnemer en bestuursvoorzitter van Stichting Crispatus, waar een vrouwenonderzoekscollectief een vaginaal probioticum ontwikkelt. Sinds 2017 doet ze onderzoek naar het metabolisme van vaginale melkzuurbacteriën in het Systems Biology Lab aan de VU Amsterdam.
Eerder was ze als postdoctoraal onderzoeker werkzaam bij de afdeling moleculaire microbiologie van Washington University (St. Louis, Missouri, USA) en deed ze in samenwerking met Nestle Research Center promotie-onderzoek bij SILS, UvA & NIZO Food Research. Ze publiceerde twee boeken: ‘Het Grote Niets – waarom we te veel vertrouwen hebben in de wetenschap’ (2019) en ‘Ode aan de E-nummers -Waarom e-nummers, kant-en-klaar-maaltijden en conserveermiddelen ons leven beter maken‘ (2017).
Meer over Rosanne Hertzberger is te lezen op haar site.
Meer artikelen van Rosanne Hertzberger
Gezond eten is weer wat ingewikkelder geworden. Naast te veel suiker, te veel vet, te veel vlees en te veel calorieën, is er nu een nieuwe, behoorlijk vage categorie waar de bewuste burger rekening mee moet houden: de mate van bewerking. Volgens de laatste academische hype is sterker bewerkte voeding slechter voor uw gezondheid. Hoe bewerking precies wordt gedefinieerd is mij niet duidelijk, maar het komt ruwweg overeen met wat Insta-meisjes en kruidenvrouwtjes al jaren roepen: dat alles wat je thuis maakt goed is en alles wat de industrie maakt slecht. De bewerking van tomaten die moeder de vrouw in de keuken uitvoert voor de soep levert iets gezonds op, terwijl tomatensoep in een zak ‘ultrabewerkt’ is en daarmee ongezond.
Recent verscheen een Britse studie waarin 200.000 mensen in vier groepen werden onderverdeeld: met 0-10 procent, 10-20 procent, 20-30 procent en 30-100 procent ultrabewerkt voedsel in hun eten en drinken. Wat bleek? Hoe meer ultrabewerkt, hoe meer kanker men kreeg. Kortom, wie een beetje om de gezondheid van haar gezin geeft, staat weer braaf aan het fornuis.
En? Is dat eeuwige dogma dat thuis koken gezonder is nu wetenschappelijke bewezen? Mwah. Wie inzoomt ziet een aantal behoorlijke verontrustende details in de studie. Er ontbrak bijvoorbeeld een dosis-afhankelijkheid. Er waren geen verschillen in kankerdiagnoses tussen de laagste drie groepen. Je mag kortom heus tot 30 procent van je dagelijkse inname vervangen door industriële meuk en nog bestaat er geen verhoogd risico op kanker. Pas daarboven wordt het ongezond, en dan nog is de vraag of dat kwam door de voeding, of dat deze groep gewoon significant armer was, lager opgeleid en dikker. Meer rookte, minder bewoog, een hogere bloeddruk had en in slechtere buurten woonde.
Wat ook ontbrak was een patroon. Er bleek nauwelijks overeenstemming met eerdere studies. In Frankrijk en de Verenigde Staten vonden ze namelijk ook associaties tussen ultrabewerkte voeding en kanker, maar daar zagen ze met name verhoogd risico op borstkanker en darmkanker. In deze studie niet. In Engeland kregen mensen juist vaker eierstokkanker, maar ook verrassend genoeg veel minder vaak hoofd- en halskanker. De koppen boven de krantenartikelen hadden net zo goed kunnen schrijven dat chips tegen kanker beschermen.
Of eigenlijk, cola. Want dit gaat maar deels over brood, saus of soep. Ook al hebben we het vaak over een voedselpatroon, de echte verschillen tussen de groepen bleken vooral in hun glas te zitten. Zelf gekookte maaltijden met ambachtelijk gebakken brood van zes euro wordt minder vaak weggespoeld met cola, maar met wijn of bier. Twee keer zoveel alcohol dronken de pure eters, maar minder frisdrank. Je moet al die morele verhevenheid en gezonde leefstijl aan het fornuis toch een beetje vieren?
Ik denk dat dit soort onderzoek netto slecht is voor onze volksgezondheid. Het doet namelijk iets waar de industrie dol op is en de consument slecht mee om kan gaan: makkelijke dingen moeilijk maken. De industrie weet er wel raad mee. De marketingafdeling bestelt een paar nieuwe recepten, vervangt wat ingrediënten en een bewerkingsstap of twee en zet vervolgens pontificaal op de voorkant van de zoete koekjes, snoepjes, taartjes en frisdrankjes en chocolaatjes dat het allemaal gegarandeerd ‘minimaal bewerkt’ is en je er dus maximaal van mag genieten.
En de consument? Die heeft al lang het idee dat er toch helemaal niets meer mag. Hadden ze net vlees vervangen door een sojaburger, blijkt dat plots ultrabewerkt. Slaan ze net alleen maar 0.0 bier in, blijkt dat hun leven nog steeds niet goed genoeg wordt geacht door de dieetgoeroe’s in de academische vesting. Velen gooien bij dit nieuwe, onnavolgbare gezondheidadvies de handdoek in de ring. En terecht.
Als onderzoek naar industrievoer vooral iets laat zien, is het dat mensen er veel meer van eten en drinken. Meer chips, meer M&M’s, meer cola. Wat opvalt in het voedingspatroon van de groep die veel ultrabewerkt voedsel at, is dat ze gemiddeld 20 procent meer (400 kilocalorieën per dag) binnen kregen. Dát is het probleem.
We zouden voedingsadvies niet ingewikkelder moeten maken. We moeten het juist simpeler maken: Verslindt minder calorieën. Punt.
Rosanne Hertzberger is microbioloog.
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC