In 2018 moest Nyck de Vries een half miljoen euro bij elkaar te zien krijgen om dat jaar voor Prema in de Formule 2 te kunnen racen. Met hulp van sponsors kwam hij tot de helft van dat bedrag. Voor de andere helft sloot hij een lening af bij Schothorst. Hij rekende hiervoor een vaste rente van 3 procent. Daarnaast werd afgesproken dat Schothorst vijftig procent uit alle Formule 1-activiteiten zou ontvangen, wat in de overeenkomst als variabele rente werd omschreven. Het ging hierbij om de helft van alles wat De Vries ooit als coureur in de Formule 1 zou verdienen. De lening zou worden kwijtgescholden en de overeenkomst beëindigd als De Vries in 2022 nog geen racecoureur in de Formule 1 was.
De Vries was in de veronderstelling dat de overeenkomst eind vorig jaar was beëindigd, omdat hij in 2022 nog geen contract als racecoureur had. Schothorst is echter de mening toegedaan dat hij wel degelijk in de Formule 1 actief is geweest. De Vries kreeg hierin gelijk van de rechter. “Weliswaar heeft hij op 11 september 2022 deelgenomen aan de F1 tijdens de Grand Prix van Italië, maar hij deed dit als reserve driver. Hij was op dat moment niet gecontracteerd als race driver. Hij viel slechts in voor een andere coureur met een blindedarmontsteking”, aldus de voorzieningenrechter.
Schothorst stelde ook dat De Vries zich niet aan de overeenkomst gehouden door hem niet goed op de hoogte te houden van alle relevante ontwikkelingen omtrent zijn carrière en alle gesloten overeenkomsten, wat van belang was voor het vaststellen van de variabele rente. Ook hierin ging de rechter niet mee. Die stelde vast dat Schothorst akkoord was gegaan met een betaling van 114.361 euro over de periode tot en met 2021 en er niet geprotesteerd was tegen een betaling in twee delen van 75.000 euro voor het jaar 2022, toen zijn inkomsten 150.000 euro bedroegen. Daarnaast kwam De Vries met een Whatsapp-conversatie van 26 A4-tjes om aan te tonen dat er wel degelijk regelmatig contact was tussen de beide partijen.
In het vonnis werd verder verwezen naar een overeenkomst met McLaren uit 2018, die De Vries niet met Schothorst had gedeeld. Maar omdat dit een sponsorcontract was dat geen betrekking had op coureursactiviteiten, had Investrand geen recht op de helft van de 56.000 euro, die overigens net als de lening met Schothorst bedoeld was om het zitje bij Prema te verkrijgen. Ook was er daarmee geen reden om een kopie van de overeenkomst naar Schothorst te sturen. Schothorst wilde graag ook inzage in het contract met AlphaTauri, maar zoals het nu staat hoeft dit niet te gebeuren omdat 2023 niet onder de overeenkomst valt.
“Nyck heeft kennis genomen van het positieve vonnis waarin alle vorderingen van Investrand zijn afgewezen”, deelt advocaat Jeroen Bedaux in een schriftelijke reactie aan Motorsport.com mee. “Nyck is vanzelfsprekend niet verrast, maar wel verheugd dat ook de rechter de visie van Nyck (volledig) onderschrijft.” De Vries laat in een statement aan Motorsport.com weten: “Ik heb richting Investrand aan al mijn verplichtingen onder de leningsovereenkomst voldaan en hem steeds alle informatie verstrekt waarop hij onder de leningsovereenkomst recht had. Dat de rechter mij in het gelijk heeft gesteld, lag wat mij betreft dan ook in de lijn der verwachting. Hopelijk gaat de wind nu liggen, zodat ik mij kan focussen op de voorbereiding voor het Formule 1-seizoen.“
De Vries komt zaterdag met de AlphaTauri AT03 in actie op Paul Ricard om regenbanden te testen voor Pirelli.
Source: Motorsport