N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Het voert te ver om te vertellen hoe ik kwam op de Hongaar László Krasznahorkai en zijn pleidooi voor de komma. Althans, ik vind dat zoiets te ver voert. Vandaar dat ik besluit meteen maar weer een punt te zetten. Een punt is snel. Een punt is het instrument van de kortebaandenker, de scherprechter, de snelle jongen, terwijl de komma…
Nou goed, ik wil nog wel toelichten dat ik verstrikt was geraakt in een gesprek over de oorlog in Oekraïne. Iemand voorspelde dat die in de loop van dit jaar tot een eind komt. Heb je dat punt op de horizon eenmaal vastgesteld, dan hoef je vervolgens alleen nog uit te rekenen hoeveel wapens je naar het front moet sturen om bij dat punt uit te komen. Ik trok die redenering in twijfel. „Assumption is the mother of all fuck-ups”, zei ik beleefd. Want hoe weten wij nou wanneer een oorlog eindigt?
Toen nam iemand anders het woord. Die was deskundig en dat verleende extra overtuigingskracht aan zijn interventie. Je ontkomt er niet aan de geschiedenis te structureren en te modelleren, zei hij. Als je het eindpunt niet kent, weet je ook niet waar je moet beginnen. Vandaar dat we nu alvast bepalen wanneer de oorlog straks over is. Net zo goed als we nu alvast constateren dat de inflatie in de loop van het jaar daalt naar 5 procent.
Dit was, zoals men zegt, een scherpe analyse en het is lastig daar geringschattend over te doen, maar ik ga het toch proberen. Wie een punt zet, maakt een hoogst willekeurig einde aan de onoverzienbare stroom voorvallen en incidenten en biedt de suggestie van een overzicht dat er niet is. Wanneer bondskanselier Scholz van Duitsland zegt dat zijn land steun kan verlenen aan Oekraïne „zonder dat de risico’s de verkeerde kant op groeien – vertrouw mij”, verzint hij een toekomst en redeneert hij terug.
Van de jonge filosoof Jesse Havinga las ik ooit een essay in uitvoering, waarin hij dezelfde manier van redeneren aanwees in een onderzoeksvoorstel rond de energietransitie. De energievraag zou de komende twintig jaar verdubbelen, stond in het voorstel. Dat hadden de opstellers eenvoudig berekend door de bestaande lijn in hun model door te trekken, en daarmee, schreef Havinga, sloot hun voorspelling feilloos aan bij de natuurlijke loop der dingen: ‘God, ja, de toekomst, natuurlijk is er dan meer energie nodig’. Er zat niets anders op dan te innoveren.
Maar, vroeg Havinga zich af, hoe zit het met de begrippen toekomst en innovatie als je die al op voorhand hebt vastgepind? Volgens het onderzoeksvoorstel werd de onderzoeker nog slechts geacht uit te zoeken hoe de voorspelde toekomst mogelijk gemaakt kon worden. „Dit soort onderzoek denkt niet na over de toekomst, het vertrekt er vanuit. Het vraagt hoe het heden moet zijn zodat de toekomst, die onvermijdelijk is, kan komen te bestaan.”
Mij interesseerde deze observatie indertijd hevig, en omdat ik de filosoof Havinga nu netjes wilde citeren, niet uit een onnette pirateneditie in mijn archieven, ging ik op zoek naar zijn essay, om online alleen een verwijzing te vinden naar een ander essay in uitvoering van hem, en dat ging over de Hongaarse schrijver László Krasznahorkai en de komma.
Eigenlijk, begreep ik toen ik verder las, is het Krasznahorkai niet zozeer om de komma te doen, maar meer om het vermijden van de punt, die al te kunstmatig ordening en afbakening aanbrengt in zinnen, gedachten en ervaringen, want in feite spreekt niemand ooit in korte, afgeronde zinnen met een punt erachter, ons spreken wordt voortgestuwd door de zoektocht naar die ene zin die alles beschrijft en is niet handzaam opgedeeld, maar fragiel, vloeibaar, een vorm van voorwaarts tasten.
Dus, om een lang verhaal kort te maken: zo kwam ik op de Hongaar László Krasznahorkai en de punt. Vanuit het besef dat je geen voorschot moet nemen op de afloop van gebeurtenissen, kwam ik terecht bij de vraag hoe je er dan over moet spreken, hoe je het verhaal laat voortschrijden, ook als je het eind nog niet kent.
Je hebt weliswaar ordening en structuur nodig, concludeerde ik, maar de echte informatie zit in de onvoorspelbaarheid, de variatie, de afwijking ervan. „It’s not so much the drummer’s foot we want to know about, it’s what he is doing upstairs with his hands”, zoals ik Leonard Bernstein ooit hoorde zeggen.
En als u nu protesteert dat dit volmaakt irrelevant is, dit denken over de interpunctie waarmee we de geschiedenis vormgeven, dan had u de minister-president moeten horen, toen hij excuses aanbood voor het slavernijverleden, dat hij eerder als afgerond had beschouwd, maar dat toch nog in onze samenleving blijkt voort te leven en waarvan het eind niet valt te voorspellen. „We zetten geen punt”, zei hij, „maar een komma”. Zo relevant en actueel is die komma nou.
Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC