Home

Sander Schimmelpenninck: ‘Ik heb meer van de maatschappij gezien dan jullie misschien denken’

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Sander Schimmelpenninck Presentator en ondernemer Sander Schimmelpenninck schreef een pamflet tegen de groeiende verschillen tussen haves en have-nots. „Je kunt heel goed dingen bekritiseren waar je zelf aan meedoet.”

Erfenissen en vermogens zwaarder belasten, pensioenen eerlijker belasten, beter onderwijs, een jubelton voor alle vijfentwintigjarigen en een maatschappelijke diensttijd. Eerst was er Sander en de kloof, op televisie, een aanklacht tegen de kansenongelijkheid in Nederland, de verschillen tussen haves en have-nots. Nu is er een pamflet met mogelijke oplossingen, Sander en de brug. Sander graaf Schimmelpenninck (38), ondernemer, presentator, Volkskrant-columnist en voorheen hoofdredacteur van maandblad Quote, toert er deze weken mee langs (deels uitverkochte) theaters om erover te praten met experts. Hoe haalbaar zijn zijn plannen? Hoe dringend is het dat ze worden uitgevoerd? In dit gesprek, in een restaurant in Amsterdam, beginnen we in Twente, waar hij is opgegroeid, op landgoed Nijenhuis.

Mensen denken dat je rijke ouders hebt en later een grote erfenis krijgt.

„Totale onzin. Het landgoed is gedeeld familiebezit en mijn ouders huren het. Maar mijn moeder was wel arts, radioloog in het ziekenhuis in Hengelo, en mijn vader was ingenieur. We waren welvarend en dat zijn mijn ouders nog steeds.”

Kom je er nog vaak?

„Te weinig. Ik ben veel in Zweden, waar mijn vriendin woont, Lotta. Zij is Zweeds.”

Sander Schimmelpenninck (Hengelo, 1984) studeerde na het gymnasium rechten in Rotterdam en was lid van het corps.

Zijn opleiding tot advocaat op de Zuidas brak hij af. Hij begon een pizzatent in Amsterdam.

Van 2016 tot 2020 was hij hoofdredacteur van het maandblad Quote. Sinds 2019 heeft hij een column in de Volkskrant.

In 2020 richtte hij met twee vrienden het bedrijf Tonny Media op. Dat produceert podcasts, televisieprogramma’s en online evenementen.

Schimmelpenninck woont de meeste tijd in Zweden, met zijn vriendin.

Je hebt op twee middelbare scholen gezeten.

„In Hengelo en Lochem. In Hengelo was ik van school gestuurd. Ik had het aan de stok met mijn Latijnlerares en toen schorste ze me voor de Romereis. Een misdaad natuurlijk. Je wilt een move maken met het meisje waar je verliefd op bent en je mag niet mee. En ik was geïnteresséérd in Latijn. Ik was al Italiaans aan het leren. Dat wist ze. Ze pakte me. In Lochem had ik een heel leuke Latijnleraar, meneer Herman, en we gingen” – lachje – „met het vliegtuig naar Rome in plaats van met de bus, met acht meisjes uit Borculo die nog nooit in een vliegtuig hadden gezeten. Zij werden ’s avonds om halftien in bed gestopt en ik ging met meneer Herman de stad in.”

Geen andere jongens?

„Eén, en die ging ook vroeg naar bed.”

Waarom had je het aan de stok met je lerares Latijn?

„Niet alleen met haar, ook met andere leraren. Ik was vervelend, verveeld. Ik zat in de klas demonstratief de Spits en de Metro te lezen, dan leerde ik nog iets, vond ik. Ik vind nog steeds dat ik een punt had. En mijn ouders vonden dat ook wel. Het was de tijd van de tweede fase, leraren dachten dat leerlingen alles zelf moesten doen. Geen enkele inspiratie. Ik ging me bemoeien met het onderwijs. Vervelend zijn is één ding, maar leraren vertellen dat ze hun werk niet goed doen, dan ga je echt te ver.”

Sprak het vanzelf dat je ging studeren?

„Ja, en het werd rechten omdat nog onduidelijk was wat ik wilde. Ik wist wel dat ik niet naar Leiden wilde, daar ging iedereen in de familie al naartoe. Delft of Leiden. Ik ging naar Rotterdam en het lag voor de hand dat ik lid van het corps werd. Daar kwam ik tussen de rich kids uit Wassenaar en Den Haag, dus in het begin was ik vooral bezig met hoe ik me staande kon houden. Maar ik begon me ook al redelijk snel te ergeren aan de luiheid en de domheid van sommige elementen in het corps. Je hoefde toen nog niet een bepaald aantal punten te halen om door te kunnen en de houding was van, ja, negen jaar over je studie doen is prima en daarna kop je alsnog wel een baan bij Heineken binnen. Ik vond ze verwend en ongeïnspireerd. Er heerste daar een anti-intellectuele vibe.”

In wat voor huis zat je?

„Bij de prominente jongens natuurlijk. Clubje 1.”

Hoezo natuurlijk?

„In de groentijd was ik op tv geweest, in De zwakste schakel” – een kennisquiz – „en ik had gewonnen. Bij het corps vonden ze me een geinig mannetje met een grote bek, en dan ben je populair bij de huizen. Clubje 1 waren de coole jongens, sportief, good looking, niet de echte rich kids. Die zaten in clubje 2. Dat was allemaal Quote 500, niet normaal. Nou ja, ze waren ook aardig.”

Zie je ze nog?

„O jawel. En ze zijn het vaak met me eens.”

Dat vermogen vrijwel onbelast wordt doorgegeven aan de volgende generatie, had je daar toen al een mening over?

„Dat is pas begonnen bij Quote. Toen ik studeerde was ik er nog niet zo mee bezig. Ook niet toen ik daarna op de Zuidas werkte. Ik was vooral ontzettend met mezelf bezig. En op de Zuidas werken veel eerste generatie afgestudeerden zonder vermogen achter zich. Mijn leukste en slimste collega, bij Houthoff, was een Marokkaanse kerel die het tot partner heeft geschopt bij een ander kantoor.”

Foto Merlijn Doomernik

Jij bent weggegaan.

„Na tweeënhalf jaar. Ik was in opleiding tot advocaat, bij fusies en overnames, daar waar de grootste inkomens worden verdiend. Iedereen zei: maak het nou af. Maar ik had er geen zin meer in. Ik belde mijn vader en zei dat ik het niet meer trok. Hele nachten Excelbestandjes invoeren, stom werk. Ga dan wat anders doen, zei hij. Het komt wel goed met je. Dat zeggen niet alle ouders. Dat was wel een privilegemoment. Ik ben een pizzatent begonnen in de Pijp, met een maatje. Geld geleend en keihard bikkelen, zeven dagen in de week. Het was nog crisis, 2012. In 2015 begon het vastgoed weer in waarde te stijgen en toen belden de grote horecaondernemers aan, of wij niet weg konden. Nou, dat konden we wel. In 2013 was ik al bij Quote begonnen en toen ik hoofdredacteur werd, in 2016, en de grote meneren me serieuzer begonnen te nemen, en gingen vertellen hoe ze over de wereld dachten, toen begon ik te denken: ik ben het eigenlijk niet zo met jullie eens. Jullie denken dat jullie je succes aan jezelf te danken hebben, maar volgens mij had jullie vader ook al een groot bedrijf. Je kunt een ondernemer niet dieper beledigen dan door te zeggen: je hebt het niet zelf gedaan.”

Had je bij die grote meneren voordeel van je titel?

„Ja. Het enige wat je niet kunt kopen is een titel en een chique achternaam, dus dat vonden ze buitengewoon interessant. Mensen denken dat het verschil tussen oud en nieuw geld samenvalt met het verschil tussen keurige mensen en proleten. Dat is niet zo. Ik heb meer moeite met oud geld, met de mensen die zichzelf heel netjes vinden omdat ze weleens naar een museum gaan en het Concertgebouw sponsoren, maar blind zijn voor het feit dat iemand anders dat geld ooit heeft verdiend. En in woede ontsteken als je hun privileges ter discussie stelt, hun gegarandeerde rendementen op bezit waar ze bijna geen belasting over betalen en niet voor hebben gewerkt. Ik heb meer met de ondernemers die zich meestal nog wel bewust zijn van de weg die ze hebben afgelegd. En zich ergeren aan hun verwende kinderen.”

Je bent zelf ook een ondernemer.

„De vraag is: hóé ben je ondernemer. Ben je een ondernemer als je een paar pandjes hebt? Nee, dan ben je een belegger. Een ondernemer creëert banen, betaalt belasting en draagt bij aan het collectief, het is het leukste wat er is. Maar we hebben veertig jaar lang ingeprent gekregen dat succes een keuze is en je het goed voor jezelf moet regelen. Die mentaliteit van pakken wat je pakken kan en belasting betalen is voor de dommen, die is wijd verspreid geraakt, topdown in de hele maatschappij. Dat moet stoppen. En dat kan. Als je het mensen kunt aanleren, kun je het ze ook afleren.”

Die mentaliteit van pakken wat je pakken kan, zie je die bij je vrienden?

„Ik wil ze niet voor de bus gooien, maar ik heb vrienden voor wie het algemeen belang een rol speelt en die toch voor hun eigen winst gaan, niet voor het collectief. Met het eeuwige argument dat iedereen het doet. Hypotheek uit je eigen bv en je salaris zo laag mogelijk houden. In Zweden is het verboden. Ik zat met Lotta bij de bank en zei tegen haar: dan leen je toch wat van je eigen bedrijf. Die man van de bank zei: ben je gek geworden? Dat is illegaal. O, oké.”

Je wilt een huis kopen in Zweden?

„We hebben al een appartement in Göteborg en we bouwen nu een huis op het platteland bij Grebbestad, waar Lotta vandaan komt.”

Wat doe je daar?

„De hond uitlaten, schrijven, Zoom-calls houden, mijn bedrijf managen. Het wordt een bescheiden huis, hoor. Lotta is aan het regelen dat we meedoen aan een designprogramma op televisie, Grand Designs, en dan gaan we een soort van stuc maken van oesterschelpen. Du Source: NRC

Previous

Next