N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Vladimir Potanin, een van de vele Russische grootaandeelhouders die afgelopen jaar loyaal aan Poetins oorlogseconomie hebben bijgedragen, begint bangig te worden. Potanin, ondanks westerse sancties nog altijd goed voor ruim 15 miljard euro, vreest voor zijn godsvermogen in Rusland. De Staatsdoema heeft deze week namelijk aangekondigd dat het bezit van Russen, die het land „ontvluchten of beledigen”, geconfisqueerd gaat worden. Volgens Potanin kan dit uitdraaien op een „heimelijke of openlijke vorm van diefstal”.
Wat is er aan de hand? Anders dan bijvoorbeeld Michail Chodorkovski, die in 2003 door Poetin werd onteigend en gevangengezet, is Potanin ook ná de ‘wilde’ Jeltsinjaren een kwart eeuw geleden uitbundig uit de ruif blijven mee-eten. Dat vond hij de normaalste zaak van de wereld. Nergens in en rond Europa zijn de tegenstellingen tussen arm en rijk zo groot als in Rusland. Volgens het laatste World Inequality Report soupeert de één procent aan de top van de piramide bijna de helft (47,7 procent) van de Russische welvaart op. Het aandeel van de onderste helft is sinds Poetins machtsovername in 2000 meer dan gehalveerd naar 3 procent. Zelfs Turkije is met 37 procent tegen 3,7 procent minder ongelijk dan Rusland.
Maar nu Doemavoorzitter Vjatsjeslav Volodin het bezit van „schurken” die „met modder gooien en hun voeten afvegen aan hun moederland” wil naasten, krijgt Potanin het toch benauwd. „Gebrek aan respect voor de persoonlijke vrijheden van mensen en het recht op eigendom heeft over het algemeen tot slechte gevolgen geleid”, aldus de 62-jarige oligarch in een verwijzing naar de onteigeningen na de Oktoberrevolutie van 1917.
Prijs de dag niet voor het avond is. Potanin plaatst geen kanttekeningen bij de oorlog. Kritiek kost geld, weet hij. Alleen het westerse concept van bezitsbescherming is hem wel lief.
De angst van Potanin illustreert een soms onderbelicht aspect van Ruslands invasie.
In ideële zin is die „nieuwe vaderlandse oorlog”, zoals oud-premier Dmitri Medvedev de operatie recent muntte, gericht tegen het „neonazistische, nationalistische” Oekraïne en het „collectieve Westen”. Maar de oorlog heeft ook een materiële kant. Behalve tegen de „onchristelijke decadentie” vecht Rusland ook tegen de Romeins-rechterlijke grondslagen van het westerse kapitalisme. Het westerse idee dat vrijwillig overeengekomen contracten geen wc-papier zijn (overeenkomsten moeten worden nagekomen: pacta sunt servanda) en het uitgangspunt dat rechtelijke uitspraken gerespecteerd dienen te worden (de wet is hard maar rechtvaardig: lex dura sed lex) zijn voor het Kremlin-kapitalisme vijandige beginselen.
Gelijk heeft Poetin. In Rusland heeft de wet geen normerende waarde, ze is een instrument dat je gebruikt om persoonlijke tegenstanders uit te schakelen. Het Russische spreekwoord ‘de wet is als een disselboom; trek eraan en alles is in toom’ klinkt poëtisch, maar pakt maffioos uit. Onder Poetin heeft zich afgelopen decennia in Rusland een dictatoriaal en gewelddadig staatsmonopoliekapitalisme ontwikkeld dat koste wat kost intact moet blijven.
Oekraïne is daarbij nu de belangrijkste prooi. Zodra Oekraïne met geweld staatkundig en cultureel is onderworpen, moeten de meest loyale lui uit de bovenste 1 procent van Rusland zich daar meester kunnen maken van de economische assets. De keerzijde van dit oorlogsdoel is dat het ook de economische machtsverhoudingen in Rusland door elkaar zal schudden. Succes of fiasco, de oorlog zal uitdraaien op een herverdeling binnen de Russische elite.
Potanin heeft geen bezwaar tegen oorlogswinsten, mits hij maar mag meedelen in de opbrengst. Die garantie heeft hij in deze revolutionaire tijd echter niet meer. Vandaar dat hij nu ineens lippendienst bewijst aan ‘onze’ kapitalistische rechtsstatelijkheid.
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC