N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Uitstoot gevaarlijke stoffen In de binnenvaart is het de normaalste zaak van de wereld giftige dampen met duizenden kubieke meters tegelijk te laten ontsnappen. Een verbod blijkt moeilijk. „Ik heb er een pesthekel aan, maar iedereen doet het.”
Opeenvolgende ministers van Infrastructuur en Waterstaat hebben een verbod op het uitstoten van giftige dampen door de binnenvaart ten onrechte tegengehouden. Dit blijkt uit een analyse van hoogleraar internationaal economisch recht Alessandra Arcuri van de Rotterdamse Erasmus Universiteit.
Dagelijks laten ongeveer vijftien binnenvaartschippers ieder duizenden kubieke meters giftige en kankerverwekkende dampen uit hun tanks ontsnappen. Dat gebeurt om de tanks schoon te maken voor een nieuwe lading.
Scheepspersoneel krijgt bij dit ‘ontgassen’ last van hoofdpijn, koorts en rode ogen. Schippers maken zich zorgen over de effecten van de giftige dampen op langere termijn, voor zichzelf en voor mensen aan wal.
Minister Mark Harbers (Infrastructuur en Waterstaat, VVD) wil de uitstoot stoppen, maar zegt geen landelijk verbod te kunnen invoeren wegens internationale handelsverdragen. Zijn voorgangers hebben de Tweede Kamer de afgelopen vijf jaar eveneens meermaals laten weten dat een landelijk verbod onmogelijk is.
Kapitein Marc Wink heeft al uren een zeurende hoofdpijn, en nu voelt hij koorts opkomen. De matrozen aan boord hebben ook pijn in hun lijf: ze zijn duizelig, hebben hoofdpijn en tranende ogen. Een dag eerder heeft Wink zesduizend ton olieproducten afgeleverd in de haven van Antwerpen. Daarna koerste hij zijn binnenvaartschip naar Nederland, naar de Biesbosch.
Zijn zesduizendtonner vaart nu met loeiende ventilatoren door het natuurgebied. Eerder vandaag heeft Wink de leidingen van zijn tankschip opengezet. Nu blaast hij er met grote ventilatoren lucht doorheen. Duizenden kubieke meters giftige en kankerverwekkende dampen vliegen vanuit de ladingtanks de lucht in. Wink blijft rondjes varen, urenlang, totdat alle dampen het schip hebben verlaten.
De gassen zijn kankerverwekkend en schadelijk voor het beenmerg en de bloedcellen, blijkt uit onderzoek van de Gezondheidsraad. De stoffen zijn zo gevaarlijk dat bedrijven verplicht zijn de uitstoot tot een minimum te beperken.
Maar in de binnenvaart is het de normaalste zaak van de wereld giftige dampen te laten ontsnappen. „Ik heb er een pesthekel aan, maar iedereen doet het”, zegt Wink. In België is het verboden, dus komen schippers naar Nederland om hun giftige dampen kwijt te raken. Schippers varen van Antwerpen naar de Kreekraksluizen in Zeeland. Of ze gaan vanuit België naar het Hollands Diep, varen daar acht uur lang rondjes, en koersen dan weer terug.
Als je weigert, verscheuren ze het contract
Marc Wink kapitein
Dagelijks zetten in Nederland ongeveer vijftien binnenvaartschippers hun leidingen open om giftige gassen te laten ontsnappen, blijkt uit schattingen van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Zo’n 5.500 keer per jaar komen zo giftige dampen in de lucht, waarbij miljoenen kubieke meters benzeen en andere schadelijke stoffen vrijkomen. Benzeen tast de witte en rode bloedcellen aan en kan leiden tot aantasting van het beenmerg en acute leukemie. Tolueen kan het geheugen aantasten en is schadelijk voor de voortplanting. Xyleen kan de organen beschadigen.
„Ik word er altijd heel verdrietig van”, zegt Wink. Hij wil niet ‘ontgassen’, maar durft geen nee te zeggen tegen zijn opdrachtgevers. Als tankschippers hun lading diesel, nafta, tolueen of andere olieproducten hebben afgeleverd, moeten de achtergebleven dampen uit de ladingtanks worden geblazen, zodat de nieuwe lading in een schoon schip komt. „Als je weigert, verscheuren ze het contract.”
Ontgassen is onnodig. Er zijn technieken waarmee de dampen gecontroleerd afgevangen kunnen worden. Maar Nederland beschikt over slechts één werkende installatie die daartoe in staat is, in Moerdijk. Gecontroleerd ontgassen is duur: zeker 10.000 euro per schip, en soms wel 40.000 euro als een schip lang moet wachten of omvaren. „De oliebedrijven willen niet betalen”, zegt Wink. „Het is puur winstbejag.”
Al tien jaar wordt er in de Tweede Kamer gesproken over een landelijk verbod, maar dat is er nog altijd niet. Nergens in Europa wordt zoveel ontgast als in Nederland. Net als in België is ook in Duitsland het ontgassen van enkele van de meest gevaarlijke stoffen verboden. In Nederland is alleen het ontgassen van benzine landelijk verboden. Voor andere stoffen zijn er alleen regionale en lokale verboden. Die gelden voor bepaalde stoffen, op bepaalde plekken of onder bepaalde voorwaarden. Schippers navigeren behendig tussen de verboden door. En als ze toch een overtreding begaan, hebben ze van de overheid weinig te vrezen. De Inspectie Leefomgeving en Transport schreef de afgelopen drie jaar meer dan honderd waarschuwingsbrieven, maar legde geen enkele boete op, blijkt uit cijfers die NRC opvroeg. De ILT maakte ruim zestig processen-verbaal op, maar het Openbaar Ministerie kan niet achterhalen of daar straffen op zijn gevolgd.
Het ontgassingsdossier sleept al jaren, omdat telkens nieuwe bezwaren en moeilijkheden op tafel komen. Schippers ademen de giftige dampen in, maar weten zich moeilijk te organiseren, het zijn einzelgängers zonder actieve vakbond. Het dekpersoneel komt voornamelijk uit Oost-Europa of de Filippijnen en is zich nauwelijks bewust van zijn rechten. Ook omwonenden weten ontgassen niet te stoppen.
Ton Quist is binnenvaartschipper op de Primera, een zesduizendtonner van 135 meter lang. Hij vervoert olieproducten zoals nafta en MTBE. Quist verzet zich sinds zo’n vijf jaar tegen ontgassen. Hij dwong bij zijn baas af dat hij steeds dezelfde soort producten mag vervoeren, zodat hij tussendoor niet hoeft te ontgassen. Andere schippers lukt dat niet. Ton Quist komt verder niet in dit verhaal voor.
„Kijk, dat is een veelpleger!” „Die heeft een blauwe kegel, die heeft nog lading aan boord.” „Die vaart langzaam, die zal wel aan het ontgassen zijn.” Als twee vogelspotters turen juriste Liesbeth Klip en staalhandelaar Peter Breedveld naar buiten, naar de Lek. Daar varen tankschepen af en aan met olieproducten voor de havens van Amsterdam, Rotterdam en Antwerpen. Klip en Breedveld zijn buren en wonen beiden in een dijkhuis aan de Zuid-Hollandse rivier. Dagelijks zien ze tientallen schepen voorbij trekken.
Gisteren stond Breedveld met zijn kleinzoon van negen in de tuin. Ineens rook hij een enorme olielucht. Het sloeg op zijn longen, hij voelde druk op zijn borst, zijn tong voelde geïrriteerd. Breedveld belde naar de omgevingsdienst. „De handhaver zei dat het bijna vijf uur was en dat zijn dienst erop zat. Daar sta je dan.”
De Lek is de belangrijkste verbindingsroute tussen de havens van Rotterdam en Amsterdam. De Nederlandse waterwegen zijn snelwegen voor olie- en chemietransport, ook wel ‘varende pijplijnen’ genoemd. Schepen met namen als My Way, Oranje Nassau II of Infinity varen met zo’n elf knopen (ruim twintig kilometer per uur) over de grote rivieren en kanalen. Achter die traag varende tankers gaat een miljardenindustrie schuil.
In de haven van Rotterdam loopt door een netwerk van honderden kilometers buisleidingen een constante stroom ruwe olie. De olie blijft stromen, 24 uur per dag, elk uur, iedere minuut. Olietankers van over de hele wereld meren dagelijks in Rotterdam aan om de pijpleidingen te vullen met nieuwe olie. In de raffinaderijen van bedrijven zoals Shell Pernis, Esso Botlek of BP, aan het andere eind van de pijpleidingen, gaat de olie een grote oven in. De ruwe olie komt er als halffabricaat weer uit. Binnenvaartschepen brengen die producten vervolgens via de Lek naar Amsterdam, de grootste benzinehaven ter wereld. Daar worden de stoffen gemengd en verder verscheept naar klanten over de hele wereld. De grondstoffen voor de chemische industrie, zoals nafta en basisoliën, gaan vanuit Rotterdam naar Terneuzen en Antwerpen, of via de Rijn naar chemiebedrijven in Duitsland.
Jaar op jaar nemen de hoeveelheden toe. In 2021 werd in Nederland ruim 124 miljoen ton vloeibare goederen vervoerd, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. De omzet van de binnenvaartsector brak in dat jaar alle records. 2022 lijkt een nieuw recordjaar te worden vanwege de hoge energieprijzen. De grotere volumes zorgen ervoor dat de overlast voor omwonenden langs de Lek toeneemt. In 2018 besluiten Liesbeth Klip en Peter Breedveld samen met hun buren een actiegroep op te richten: ‘Stop Ontgassen’. Hun eis is simpel: handhaaf de wet. In de provincie Zuid-Holland geldt sinds 2015 een verbod op ontgassen van producten met grote hoeveelheden kankerverwekkend benzeen.
Tussen juni en oktober 2018 doen de bewoners negentien meldingen bij de omgevingsdienst. Maar die zegt niets te kunnen doen. De omgevingsdienst heeft geen bootjes en personeel om schepen te controleren. De ‘snuffelpalen’ langs de vaarroute detecteren weliswaar een verhoogde uitstoot benzeen, en enkele schippers bekennen tegenover de milieudienst dat ze hebben ontgast. Maar boetes opleggen kan volgens de omgevingsdienst niet. Daarvoor moeten Rijkswaterstaat of de Insp Source: NRC