N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
‘De mensheid is een hondenlul”, stond vrijdag op de voorpagina van deze krant. Het was een citaat uit de nieuwe dichtbundel Ongevraagd advies van Ester Naomi Perquin, maar het had ook prima de kop boven een nieuwsbericht kunnen zijn. De mensheid krijgt de laatste jaren wel vaker de schuld van de puinzooi op de aardbol. „We zijn een plaag op de aarde”, zei de beroemde natuurdocumentairemaker David Attenborough jaren geleden al. De mensheid is het échte virus, hoorde je tijdens de pandemie. Ook het inmiddels ingeburgerde woord ‘Antropoceen’ geeft de schuld aan de antropos: Grieks voor de mens.
Wij, mensheid, hondenlul. Het klinkt best schuldbewust, maar dat is het juist niet. Want niet ‘de mensheid’ op zich heeft er een zooitje van gemaakt. Vele duizenden jaren lang gedroegen we ons heel bescheiden. We kietelden de aardkorst met onze voeten; we boorden er nog geen gaten in, brandden nog geen bossen plat, groeven nog niet naar bruinkool en lithium. Dat is iets recents.
Zelfs in die recente tijd is niet ‘de mens’ de grote boosdoener, maar een specifieke groep mensen met specifieke ideëen. Een ideologie waar winst en groei heilig zijn. Daarom stelde de antropoloog Jason Hickel voor om het misleidende woord ‘antropoceen’ te vervangen door een concretere term: het ‘kapitaloceen’. Kapitalisten zijn de hondenlul.
Het kan nog preciezer. Want lang niet álle mensen in de kapitalistische wereld maken er een zooitje van. Bijna negentig procent van de wereldbewoners vliegt zelden of nooit. Ook binnen rijke landen heb je arme mensen die nooit vliegen. In de VS gaat het om meer dan de helft van alle inwoners, aldus de Zweedse onderzoeker Stefan Gössling. In Duitsland vliegt slechts een derde.
De rijkeren zijn inderdaad filthy rich: een vervuilende minderheid. Waartoe je trouwens al gauw behoort als je deze krant leest. Wij, NRC-lezers, zijn de hondenlul. En als wij over ‘de mensheid’ spreken, smeren we onze voetafdruk uit over miljarden onschuldigen. Spreek voor jezelf, zeggen zij terecht.
Ook in de bovenlaag zijn er gelukkig genoeg die de ideologie van groei een halt toe willen roepen. Zoals kinderboekenschrijver en voormalig D66-politicus Jan Terlouw. Samen met D66-Tweede Kamer-lid Tjeerd de Groot deed hij deze week een voorstel in de Leeuwarder Courant, om van de Waddenzee een rechtspersoon te maken, „zodat ze zelf een plek aan tafel krijgt en beter voor haar eigen belangen kan opkomen, net zoals bedrijven dit kunnen”.
Als de Waddenzee zelf kan praten, is het idee, kan ze zich beter verdedigen tegen bijvoorbeeld Shell, die in de Waddenzee naar gas wil boren. In Nieuw-Zeeland kreeg eerder de Whanganui-rivier een officiële stem. Het gebeurt dus vaker, sprekende natuur. Al zie ik het nog niet helemaal voor me. Hoe praat de zee, wie zit er in de rechtszaal? Niet een zeehond of een vissenkom vol Waddenwater. Terlouw schrijft over een ‘voogdij-structuur’: de zee spreekt via voogden. Toch weer mensen.
De natuur een stem geven kan ook simpeler. Simpelweg bestaande wetten handhaven. En dan kunnen er toch ook magische dingen gebeuren.
Neem het wonder bij Rotterdam. Daar is de laatste decennia, vrij stilletjes, een waddenzee ontstaan: ten zuiden van de Maasvlakte, pal onder de grootste haven van Europa, is de zee aan het verzanden. Hier stijgt niet de zeespiegel, hier groeit land. Tweemaal per etmaal valt er al een zandplaat bloot waar vele zeehonden verpozen. Nu al is het een walhalla voor vogels. Een poosje geleden heb ik er in een essay voor het Historisch Genootschap Roterodamum voor gepleit om dit gebied volledig ongemoeid te laten. Een overbodig pleidooi, in feite: want dat ongemoeid laten moest al van de wet.
Toen de Tweede Maasvlakte werd aangelegd, zou hier een reservaat komen ter compensatie. Dat gebeurde echter niet. Daarom spanden een aantal natuurorganisaties vorig jaar een rechtszaak aan om de belofte af te dwingen. Inmiddels hebben ze die zaak gewonnen. Nu zal het Havenbedrijf dat wonder alsnog moeten laten gebeuren.
Nee, niet de mens is een virus, wel die ideologie van groei die zich in onze hoofden heeft genesteld. Hoe symbolisch zou het zijn als pal naast de haven, dat toonbeeld van ongebreidelde groei, een heiligdom komt dat van een tegenovergestelde ideologie getuigt? Om de kentering van het tij te markeren, om aan te tonen dat de mensheid geen hondenlul is – niet per se.
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC