Home

Van oorlogsmisdrijven verdachte Syriërs worden vaker in Nederland opgepakt – soms wonen ze hier al jaren

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Oorlogsmisdaden Een Syrische asielzoeker is opgepakt op verdenking van oorlogsmisdrijven. Hoe kon hij het land binnenkomen en onder de radar blijven? Hij is niet de eerste.

Een Syrische asielzoeker uit het Zuid-Hollandse dorp Arkel werd woensdagochtend door een gemaskerd arrestatieteam uit zijn rijtjeshuis gehaald. De man, die in 2019 in Nederland asiel aanvroeg en een vrouw en twee jonge kinderen heeft, zou in Syrië veiligheidschef zijn geweest bij de Islamitische Staat, en daarvoor bij Jabhat al-Nusra, een andere terreurgroep. „Zo zie je maar”, zei een overbuurman uit Arkel een paar uur na de arrestatie tegen het AD, „dat je nooit in iemands achtergrond kan kijken.”

Deze vrijdag wordt de man voorgeleid aan de rechter-commissaris in Den Haag. De asielzoeker is niet de eerste Syriër die in Nederland kwam wonen en jaren later van oorlogsmisdrijven wordt verdacht. Hoe kan dat?

IND is afhankelijk van het verhaal dat iemand vertelt

„Wie iets te verbergen heeft, kan bij de immigratiedienst nog wel wegkomen”, zegt Maarten Bolhuis. Hij is universitair docent criminologie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en deed onderzoek naar de screening van asielzoekers. Vluchtelingen die zich in Nederland melden, worden onderzocht door de immigratiedienst IND, die bepaalt of iemand mag blijven. Ze moeten bij aankomst hun telefoon afgeven en hun sociale media wordt onderzocht. Er volgen gesprekken met verhoor- en beslismedewerkers. Zij vragen vluchtelingen waarom ze vertrokken zijn, naar het vluchtverhaal.

„De IND is veelal afhankelijk van het verhaal dat iemand zelf vertelt”, zegt Bolhuis. „Vluchtelingen die iets op hun kerfstok hebben, zijn zich daar vaak van bewust.” Ze bedenken een ander verhaal, verzwijgen wat ze deden, en wissen hun sporen; ze gooien hun telefoon weg en gebruiken een valse naam op sociale media.

Zo wisten Syrische oorlogsmisdadigers een verblijfsvergunning te krijgen. Het bekendste voorbeeld is ‘Balie-jihadist’ Aziz Al H. en zijn broer Fatah. Aziz werd in 2017 landelijk bekend nadat hij een bijeenkomst in het Amsterdamse debatcentrum De Balie was ontvlucht. Hij werd samen met zijn broer in 2021 door de rechter tot zestien en twaalf jaar gevangenisstraf veroordeeld vanwege lidmaatschap van Jabhat Al-Nusra. Een asielzoeker die in het Zeeuwse Kapelle woonde, kreeg twintig jaar cel omdat hij op een ongewapende militair had geschoten – de executie was vastgelegd op film. In het Limburgse Kerkrade werd vorig jaar een 34-jarige Syriër aangehouden die oorlogsmisdaden zou hebben gepleegd voor het Assad-regime. Dat proces loopt nog.

Het onderzoek naar de asielzoeker uit Arkel, door het Team Internationale Misdrijven (TIM) van de Landelijke Recherche en het Openbaar Ministerie, begon „nadat er informatie was ontvangen over zijn verleden”. Wanneer en van wie de informatie kwam, wil het OM niet zeggen. In eerdere, vergelijkbare gevallen, kwamen verdachten vaak in beeld na een tip van buitenlandse veiligheids- of opsporingsdiensten, zegt universitair docent Bolhuis op basis van jurisprudentie. Zo kwam de man uit Kapelle, Ahmad al K., in beeld nadat de Duitse politie beelden van de executie op het spoor kwam en met Nederland deelde.

Het is ingewikkeld om oorlogsmisdaden die in Syrië werden gepleegd hier te onderzoeken. Er kunnen geen getuigen in Syrië worden gehoord, er is geen uitleveringsverdrag met het land. In vergelijkbare zaken gebruikte politie daarom andere methoden. Zo werden Afghaanse asielzoekers in het verleden getapt, zegt Bolhuis.

In de zaak tegen Ahmad al K. uit Kapelle werd, om het bewijs rond te krijgen, een undercoveragent ingezet, die zich voordeed als vertaler. Hij stelde vragen over de executievideo waarin Al K., met anderen, kogels op een ongewapende man afvuurde. Tegen de ‘vertaler’ gaf Ahmad toe dat hij bij de executie aanwezig wasa.

Onder zijn leiding zouden mensen zijn ontvoerd, gemarteld en vermoord

Is Nederland een goede plek om onopgemerkt te blijven? „Dat zou ik niet zeggen”, zegt Bolhuis. „In Nederland wordt er, in vergelijking met andere landen, relatief veel aandacht aan besteed.” De politie-unit die zich hierover buigt, het TIM, is met ongeveer veertig medewerkers volgens hem relatief groot.

Volgens het OM was de man uit Arkel veiligheidschef in een Palestijns vluchtelingenkamp bij de Syrische hoofdstad Damascus, van 2015 tot 2017. Onder zijn leiding zouden mensen zijn ontvoerd, gemarteld en vermoord. In de jaren ervoor zou de man soortgelijk werk hebben gedaan voor Jabhat al-Nusra. Maar mogelijk kwam hij in 2019, net als andere asielzoekers, blanco Nederland binnen, zegt Bolhuis. „En dat probleem hebben alle landen.”

U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.

Source: NRC

Previous

Next