Home

Waarom scheiden we zelf ons afval? En vijf andere vragen over afvalscheiding

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Het is wellicht niet de meest glamoureuze burgerplicht, maar wel eentje die veelvuldig terugkomt in het dagelijkse leven. Het scheiden van afval brengt veel keuzemomenten en dus ook twijfel met zich mee. Wat hoort thuis in welke bak? En werkt nascheiding niet beter dan mensen die zelf afval scheiden?

In 2014 werd een nieuw uitgangspunt geïntroduceerd in afvalland: van afval naar grondstof, het VANG-principe. Afval wordt sindsdien gezien als grondstof voor een nieuw product, en dat is niet voor niets. In de meeste gevallen kost het recyclen van afval minder energie, geld en uitstoot dan het winnen van grondstoffen voor nieuwe materialen. In Nederland geldt voor het meeste afval het principe van bronscheiding: burgers zijn zelf verantwoordelijk voor het scheiden van hun afval.

Dat komt omdat, volgens deskundigen, als een paal boven water staat dat het gescheiden inleveren van papier, textiel, glas en kleine elektrische apparaten minder energie en geld kost dan wanneer het achteraf machinaal gescheiden wordt. Bronscheiding levert dus milieuwinst op.

De enige afvalstroom waarbij dit effect niet evenredig aantoonbaar is, zijn de plastics, metalen en drankkartons (pmd). Steeds meer experts zeggen: deze stroom afval kan relatief makkelijk achteraf gescheiden worden van het restafval door middel van magneten, zeven en via andere methodes, mits de gemeente daar de juiste installatie voor heeft. De kosten van en de vervuiling door de infrastructuur rond het gescheiden inzamelen van pmd zijn niet altijd minder dan de kosten en vervuiling van nascheiding, waardoor er soms geen milieuwinst is.

Of het pmd wel of niet gescheiden van het restafval wordt ingezameld, is een besluit van de gemeente. Een reden om gescheiden in te blijven zamelen is bijvoorbeeld dat er nu eenmaal al geïnvesteerd is in een dergelijk systeem - soms nog voordat goed en wel duidelijk was dat nascheiding wellicht even effectief is. Ook bewustwording van de inwoners speelt een rol: als plastic zonder nadenken bij het restafval kan, blijft onopgemerkt hoeveel plastic er daadwerkelijk wordt weggegooid.

Een andere afweging bij de keuze voor een systeem is bijvoorbeeld de mate waarin huishoudens plek hebben voor verschillende containers of prullenbakken. In gemeentes met veel kleine woningen zonder tuin, bijvoorbeeld bij hoogbouw, is minder plek. Bijvoorbeeld in dichtbebouwde wijken of stadscentra van grote steden: onder andere in (delen van) Utrecht, Rotterdam, Amsterdam, Groningen en Leeuwarden wordt pmd nagescheiden.

Uiteindelijk maken gemeentes zelf de afweging welk systeem het beste werkt voor hun gemeente. Soms verschillen de methodes zelfs van wijk tot wijk binnen één gemeente.

Alle Nederlanders betalen per huishouden een afvalstoffenheffing, waarvan het inzamelen van afval wordt betaald. De hoogte van die heffing verschilt van gemeente tot gemeente en is afhankelijk van de methodes die worden gehanteerd.

Naast ophalen aan huis of omgekeerd inzamelen, waarbij men een zak restafval wegbrengt naar een gezamenlijke, vaak ondergrondse container, hanteren sommige gemeentes een ‘diftar’-systeem. Bij zo’n systeem met gedifferentieerde tarieven voor restafval betaalt de inwoner meer naarmate hij meer restafval aanbiedt. Hierbij wordt een vast basisbedrag per jaar betaald, de afvalstoffenheffing dus, en daarnaast een extra bedrag voor het aantal keren dat restafval wordt gebracht.

Doel in Nederland is om de hoeveelheid restafval terug te dringen en diftar kan, door de toevoeging van een sterke prijsprikkel, goed helpen. Dat is duidelijk zichtbaar als twee kaarten met elkaar vergeleken worden: daar waar diftar toegepast is, daalt het restafval.

Het breder toepassen van diftar, en mensen dus laten betalen per zak restafval, is een heikel punt in de gemeentepolitiek vanwege mogelijke negatieve gevolgen. Het kan ertoe leiden dat mensen eerder geneigd zijn restafval in containers te gooien waarvoor ze niet extra hoeven te betalen, ook al hoort het afval daar niet thuis. Daarnaast vinden sommige politieke partijen het systeem oneerlijk, want wat als een inwoner om medische redenen (bijvoorbeeld incontinentiemateriaal) meer afval heeft dan de buurman?

Soms loopt de discussie over diftar, en afvalproblematiek in het algemeen, hoog op: in de gemeente Barendrecht verwierf lokale partij Echt Voor Barendrecht (EVB) bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen twintig van de 29 raadszetels. Daarvoor had de partij 14 zetels. Waar die winst vandaan kwam? De campagne werd grotendeels gebouwd op de wens van de partij om het diftarsysteem te schrappen, dat vlak daarvoor werd ingevoerd door de vorige coalitie.

Ook in Zwolle is de wijze waarop afval ingezameld wordt al jarenlang voer voor discussie. Begin 2022 zou een diftar-variant in werking treden. Omdat er geen overeenstemming werd bereikt over hoe het systeem er precies uit moest zien, wat het zou kosten en wie dat moet betalen, werd de invoering uitgesteld. Na nog een aantal aanpassingen en raadsvergaderingen komt het systeem er begin 2023 toch en gaan Zwollenaren meer betalen naarmate ze meer restafval inleveren; 1,70 euro per zak die bij een ondergrondse container - waar 60 liter in past - wordt gebracht, of 2,30 euro bij een container van 80 liter. Onder meer de lokale PvdA, de SP en het lokale Swollwacht stribbelden tegen om de belangen van minima te beschermen.

Het scheiden van afval klinkt vanzelfsprekend, maar in de praktijk is lang niet altijd duidelijk wat in welke bak moet. Test hieronder of jij weet van bekende twijfelgevallen in welke bak ze thuishoren. Bij de antwoordmogelijkheden gaan we uit van het gescheiden inleveren van pmd en restafval. We leggen telkens uit waarom het antwoord goed of fout is.

Voor de antwoorden in deze quiz is de afvalscheidingswijzer van Milieu Centraal aangehouden.

Goed! Een chipszak hoort bij het PMD.

Helaas, fout. Een chipszak hoort bij het PMD.

Plastic verpakkingen met een metaallaagje, zoals chipszakken en verpakkingen van koffie, mogen in de zak of bak voor plastic, metalen verpakkingen en drinkpakken (PMD). Eerder hoorde dit type plastic thuis bij het restafval omdat het laagje aluminium dat erin zit niet te recyclen was en daardoor het plastic afval vervuilde. Soms wordt dit soort plastic er alsnog uitgefilterd en verbrand, soms wordt het wel gerecycled. Dat hangt af van de afvalverwerker.

Goed!

Helaas, fout.

Een relatief schone, droge doos van een diepvriespizza mag bij het oud papier, maar een vieze of erg vette doos van een bezorgpizza van de pizzeria moet bij het restafval. Dit omdat te vette dozen niet goed gerecycled kunnen worden. Over het algemeen geldt: oud papier dat je gescheiden inlevert moet schoon en droog zijn. Gebruikte tissues zijn bijvoorbeeld ook niet welkom.

Goed!

Helaas, fout.

Milieu Centraal adviseert om de netten bij het restafval te doen, ook al is hij van plastic en mag hij officieel dus ook bij het PMD. Ze veroorzaken problemen in de sorteerinstallatie van kunststof verpakkingsafval: de netten draaien zich om de messen van de maalmolens, waardoor de installatie stil komt te liggen. Ook blijft ander afval in de netjes vasthaken, waardoor de sorteerstromen er niet schoner op worden.

Goed!

Helaas, fout.

Ondanks dat het plastic is gemaakt met plantaardige grondstoffen, ziet de afvalverwerker hem hetzelfde als een fles van niet-bioplastic. Bioplastic kan pas bij het GFT als het plastic ook daadwerkelijk composteerbaar is: dat is lang niet altijd het geval.

Goed!

Helaas, fout.

Filters van filterkoffie kunnen met koffiedrab en al op de composthoop of bij het GFT. Anders is dat voor aluminium of plastic koffiecupjes; die horen niet bij GFT door het plastic of aluminium, en ook niet bij het PMD door de koffiedrab: ze mogen dus bij het restafval. Er zijn wel initiatieven om de cupjes beter te kunnen hergebruiken. Zo verzamelt huishoudwinkel Blokker ze in speciale zakken voor hergebruik.

Goed!

Helaas, fout.

Hoewel koffiefilters dus met drab en al bij het gft kunnen, gold dat voor theezakjes (en koffiepads) lange tijd niet. Er zat vaak plastic in de randjes van zo’n zakje of pad om het dicht te maken en dat plastic composteert niet. Maar in 2021 werd de ambitie uitgesproken om het overgrote deel van de theezakjes en koffiepads die in Nederland in circulatie zijn volledig composteerbaar te maken. Inmiddels is dat voor respectievelijk 93 en 97 procent gelukt en sinds begin januari 2023 mogen zakjes en pads dus bij het GFT.

Goed!

Helaas, fout.

Ondanks het plastic venster mogen deze enveloppes bij het oud papier. Datzelfde geldt voor verpakkingen van bijvoorbeeld taart en andere situaties waarbij er een klein deel ander materiaal bij de papieren verpakking in zit. Enveloppen met een bubbeltjesplastic binnenkant moeten dan wel weer bij het restafval: daar zit een te groot aandeel plastic in. Nietjes en paperclips mogen in het papier blijven zitten, die worden er bij verwerking uit gefilterd.

Goed!

Helaas, fout.

Bijzondere soorten papier, waaronder bakpapier, vetvrij papier en lege stickervellen zijn bewerkt met een siliconen- , was of lijmlaagje. Daarom zijn ze niet geschikt voor recycling en mogen ze bij het restafval.

Goed!

Helaas, fout.

Net als bij chipszakken mogen doordrukstrips, die bestaan uit plastic en een laagje metaal, bij het PMD. Eerder hoorde dit type plastic thuis bij het restafval omdat het laagje aluminium dat erin zit niet te recyclen was en daardoor het plastic afval vervuilde. Soms wordt dit soort plastic er alsnog uitgefilterd en verbrand, soms wordt het wel gerecycled. Dat h Source: NRC

Previous

Next