Home

Waarom moest een kunsthandelaar dubieuze verkopen terugnemen?

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Kunsthandel Een echtpaar koopt voor miljoenen euro’s ruim honderd zeventiende-eeuwse objecten bij één handelaar. Tot een stel kandelaars argwaan wekt. Is die wel zo oud als beloofd? En hoe echt is de wijwateremmer? „Er is misbruik van onze goedheid gemaakt.”

Een Mercedes-Benz-vrachtwagen komt knerpend het grindpad oprijden bij de verbouwde boerderij van Robert en Geeske Smiesing. Het is twee dagen voor Kerst, tien minuten voor het middaguur. Binnen glimlacht ondernemer Robert Smiesing minzaam. „Het begin van een feestelijke dag, het einde van een lange affaire.”

Het is onduidelijk of hij het ironisch bedoelt, of dat opluchting daadwerkelijk overheerst. Voor hem op tafel staan twaalf antieke gebruiksvoorwerpen. Zoals een benen kruithoorn, een wijwateremmer en de ivoren top van een bisschopsstaf. Bij de voordeur staan nog een paar objecten klaar voor vertrek: een antieke kast, een wieg, een stoel en een tafel.

Dit artikel is gebaseerd op processtukken, correspondenties tussen de betrokken partijen en gesprekken met een tiental ingewijden uit de kunst- en antiekhandel die direct of indirect betrokken zijn bij de beschreven gebeurtenissen.

Robert en zijn vrouw Geeske kochten de antiquiteiten bij Bruil & Brandsma Works of Art, een chique kunsthandel met twee vestigingen in het Amsterdamse Spiegelkwartier. De zoon van de 56-jarige antiquair Rob Bruil, komt op deze regenachtige winterdag de voorwerpen halen. Hij moet wel. Enkele maanden eerder heeft het echtpaar met een bodemprocedure de aankopen (totale waarde 370.000 euro) ongedaan weten te maken. Een rechter verklaarde de voorwerpen ‘non-conform’. Dat is de juridische term voor: niet in overeenstemming met de koopovereenkomst. De rechter oordeelde op basis van expertiserapporten, opgesteld door handelaren en andere experts.

Voorbeeld? Neem de kast bij de voordeur. De Smiesings meenden bij Bruil & Brandsma een Nederlandse renaissancekast uit 1640 te hebben gekocht, voor 45.000 euro. Twee experts spraken in hun rapporten daarentegen van een laat negentiende- of begin twintigste-eeuwse variant, „samengesteld van oud en antiek hout”. Het oordeel van de rechter: non-conform.

Nog voor de Mercedes zijn erf opreed, smaalde Smiesing: „Van Bruilen komt huilen.”

Achtergebleven in Amsterdam is vader Bruil, de antiquair zelf. Tot begin 2021 kwam hij regelmatig op de boerderij langs. Het echtpaar was vier jaar lang een geweldige klant. Hij verkocht ze meer dan honderd antieke kunst- en gebruiksvoorwerpen, voor meer dan 3,25 miljoen euro. Tot de Smiesings hardop gingen twijfelen aan tientallen van hun aankopen. Sindsdien is het ze niet meer gelukt om direct contact met Bruil te krijgen. Sterker: de vijftien door de rechter ongedaan gemaakte aankopen moesten de Smiesings zelf maar naar Amsterdam komen brengen.

Bruil liet het via zijn advocaat weten. Net als de mededeling dat de Smiesings aankopen die nog bij hem stonden zelf maar moesten komen ophalen. De Smiesings vonden het horkerig gedrag en pikten het niet. Een kortgedingrechter gaf hun half december gelijk: Bruil & Brandsma is verantwoordelijk voor het transport.

Nu is het zover en heeft Bruil zijn zoon gestuurd, samen met een kunsttransporteur. Ze figureren in een verhaal over een kemphanengevecht in de kunstwereld, een juridisch conflict waarbij tal van kopstukken uit de antiekbranche betrokken raakten. Een affaire – dat ook – die tot vragen leidt over de mores van de kunsthandel en die leerzaam is voor kopers van kostbare kunst en antiek. Wat is een faire prijs? En hoe verder als het geleverde niet blijkt te beantwoorden aan de omschrijving op de koopovereenkomst?

Dit verhaal kent zijn begin nog niet eens zo lang geleden, tijdens een tripje naar Ommen, in 2015. De Smiesings gingen op bezoek bij een zoon van Geeske. „Is hier een kringloopwinkel?”, vroeg ze hem: „want daar wil mem wel even naar toe.” Ja, die is hier, zei de zoon, maar hij bracht ze naar een antiek- en curiosawinkel. Geeske: „Dat was een vergissing, maar eenmaal daar gingen we toch maar kijken. Van grond tot plafond stond het vol, vooral met rommel.”

De Smiesings kwamen beiden uit een eerdere relatie. Geeske ging zo’n tien jaar geleden bij Robert wonen en had hechtingsproblemen, zomaar in een nieuwe streek in een donkere boerderij waar Robert al enige tijd een „eenmannenhuishouding” voerde, zoals hij het ook zelf noemt. Geeske wilde af van de kou, de kleine raampjes, het boerenbruin. Ze besloten de boerderij te verbouwen en kochten nieuwe meubels.

Zij: „In die volgeladen hal in Ommen zagen we tussen alle troep een mooie oude kast. Met die aankoop is het allemaal begonnen.”

Eerst gingen de Smiesings alleen antiekwinkels in hun regio af. Toen hoorde Robert over een antiekbeurs, in Amsterdam, de PAN.

Zij: „We waren nog nooit op zo’n beurs geweest. We schrokken enorm van de prijzen.”
Hij: „Dan zagen we iets moois en dat bleek dan 80.000 euro te kosten.”
Zij: „Dat wordt mij te gortig, zei Robert. Snel doorlopen. Maar dan is het zaadje al geplant, hè?”

Dat wordt mij te gortig, zei Robert. Snel doorlopen. Maar dan is het zaadje al geplant, hè?

Geeske Smiesing antiekverzamelaar

Korte tijd later vond een belangrijk moment plaats in de verzamelwoede van de Smiesings. Hij: „We hoorden dat je kunst kunt kopen met geld uit het bedrijf. Als belegging van de zaak. Ik wist niet wat ik hoorde, tot mijn accountant het bevestigde: je mag de aandelen in je bedrijf aan je muur hangen, als het ware.” Dat betekende de grote sprong voorwaarts. Hij: „Toen dacht ik: wat zullen we dan níét kopen?”

Op de volgende PAN liepen de Smiesings niet alleen om te kijken. Zij: „Robert en ik hitsten elkaar op. Verzamelen is als een virus.”

Ontwikkeling hoort bij dat virus. Hij: „Je wordt een beter geïnformeerde klant, al ben je geen expert. We hadden een mooi kastje gekocht en hoorden dat het enige vergelijkbare exemplaar in het Rijksmuseum stond. Toen zijn we voor het eerst in dat museum geweest. En zagen we dat kastje… kicken.”

De Smiesings gingen bij handelaren op bezoek, deden af en toe „een rondje Spiegelkwartier”, in Amsterdam. Op basis van oude catalogi van de Delftse antiekbeurs (de voorloper van PAN Amsterdam) vulde Robert een A4-ordnermap samen met „dromen”, objecten die hij wilde hebben. De ordner telde meer dan 200 bladzijden.

Hij: „Als we dan weer een paar museale stukken hadden gekocht, wist ik direct bij thuiskomst: alles wat hier staat kunnen we verkopen. Het verschil in kwaliteit was zó groot…”

Zij: „Het verschil tussen neorenaissance en echte renaissance, dat ruik je er gewoon vanaf.”

Geeske herinnert zich vooral de komst, thuis op de boerderij, van een grote zeventiende-eeuwse tafel. „Die stond hier en daar kwam de kast, die stond daar, en daarboven hing een oude kroonluchter. Nou, toen kon ik wel janken van geluk, het stond zo mooi bij elkaar! Het is met geen pen te beschrijven hoe dat voelt.”

Rob Bruil, een goedgeklede man met korte krullen en een schaduwbaard, oogst regelmatig lof met zijn handel. Zijn stand op de PAN van 2018 noemde deze krant „de mooiste op de beurs”. En, specifieker: „Zoveel wonderschone curiositeiten zie je slechts zelden bijeen.” Bruil is ook een handelaar met financiële slagkracht, zeker sinds Quote 500-lid Roger Hodenius in 2021 aandeelhouder is van Bruil & Brandsma.

Ook de Smiesings zagen bij Bruil de mooiste stukken. Bovendien vonden ze hem aardig. Zij: „Hij heeft een goed verhaal, neemt de tijd voor je, met koffie en broodjes.”

Omdat hun kennis van antieke meubels hun liefde ervoor niet evenaarde, stelden ze een nagenoeg blind vertrouwen in de handelaar. Robert gaf Bruil inzage in zijn ordner. Bruil ging ermee aan de slag. Er ontspon zich een intensieve relatie. „Ook vriendschappelijk”, zegt Geeske. „Het klikte tussen ons.”

Al tijdens hun eerste bezoek aan Bruil kochten ze voor „ongeveer 40.000 euro” een zogenoemd minnekistje, ooit gemaakt voor een bruiloft, en een set Delfts blauwe spreukborden. Later bezochten de Smiesings Bruil en zijn vrouw Marieke Brandsma toen de antiquairs met hun lemsteraak bij Ameland lagen afgemeerd. Ze gingen met z’n vieren naar veilinghuis Sotheby’s in Londen, met de boot vanaf Calais, omdat Schiphol dicht was vanwege een stroomstoring. „Hij begreep onze smaak”, zegt Robert. „In die jaren heb ik misschien wel meer dan duizend appjes met Bruil gewisseld.”

De handelaar was zelfs betrokken bij de organisatie van hun bruiloft, die geheel in renaissance-stijl werd gevierd, met goeddeels eigen meubelen. Geeske: „Bruil deed het transport en is de hele dag in de weer geweest met de inrichting van de trouwzaal, alles in stijl, wandkleed, stoelen, alles.”

Illustratie Sebe Emmelot

De vertrouwensband met Bruil liep een eerste deuk op door een vraag van een bevriende antiquair, gesteld tijdens een telefoongesprek in december van 2020: „Robert, ben je nog met iets nieuws bezig?” Jazeker, antwoordde Smiesing, met een stel Gotische kandelaars op leeuwenpootjes. Ze stonden al achter hem in de vensterbank, de factuur van Bruil & Brandsma zat in zijn postvak.

„Toch niet deze kandelaars?”, vroeg de antiquair. Smiesing keek op zijn tablet. Ja, verdraaid, precies die kandelaars stonden bij hem voor het raam. Was daar iets mis mee dan?

Ja, legde de antiquair uit. Het Zeeu Source: NRC

Previous

Next