N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Gert-Jan Buitendijk en Maarten Schurink Vanwege de grote onrust in hun achterban treden twee secretarissen-generaal – de hoogste ambtenaren van een ministerie – voor een keer naar buiten. Door lange formaties en dus kortere regeerperiodes „moet alles in crisistempo”.
Voor Gert-Jan Buitendijk (55) is het zijn eerste interview als secretaris-generaal. Zijn collega Maarten Schurink (47) deed het één keer eerder. „Maar gebruikelijk is het niet,” zegt Schurink, nog voor ze zijn gaan zitten op de werkkamer van Buitendijk op het ministerie van Algemene Zaken. Dat je als topambtenaar een politiek bestuurder dient en daarbij normaliter buiten beeld blijft, weet hij al zijn hele leven. Zijn vader was decennia gemeentesecretaris van Roermond en Amstelveen. Buitendijk is zoon van een aannemer uit de Hoeksche Waard. Zijn vader was er ook maatschappelijk actief. „Schoolbestuur, korfbalvereniging. Dat werk.”
Op het bureau van Buitendijk staat een miniatuur van het torentje. In de echte versie, iets verderop, huist zijn politieke baas Mark Rutte. Een dag eerder zaten Buitendijk en Schurink – de hoogste ambtenaar van het ministerie van Binnenlandse Zaken – in een van de tussenliggende zalen met de premier en minister Hanke Bruins Slot (Binnenlandse Zaken, CDA) aan tafel. Ook aanwezig: de secretarissen-generaal van de overige tien ministeries. In Haags jargon: een topoverleg. De aanleiding was dan ook ongebruikelijk.
Vijftig leidinggevende ambtenaren van verschillende ministeries schreven in november een vertrouwelijke brief aan dit gezelschap. Iets dat zelden gebeurt. Hun boodschap was alarmerend: ambtenaren worden in toenemende mate in het politieke debat getrokken, gebruikt voor politieke profilering door bewindspersonen en bedreigd in hun ambtelijke vakmanschap om in vrijheid te kunnen adviseren.
De reden voor de brief was het acute vertrek van de secretaris-generaal Lidewijde Ongering van het ministerie van Economische Zaken in augustus vorig jaar en het opstappen van de voltallige ambtelijke top van de Tweede Kamer in november. Beide gebeurtenissen veroorzaakten grote onrust onder ambtenaren. De auteurs van de brief wilden dat „de zorgen die dit oproept, worden gedeeld” en dat de opgestapte topambtenaren „openlijk worden gesteund”.
Dat is wat je noemt: een duidelijke aansporing.
Buitendijk: „Het goede van de brief is dat wij, de top van de Rijksdienst, zijn aangesproken. En wij hebben gezegd: dat gesprek gaan we aan. Ik heb naar aanleiding van de brandbrief in drie sessies al tientallen ambtenaren gesproken.”
Gesprekken met ambtenaren. U denkt echt dat ze dát van u verwachten?
Buitendijk vertelt uitvoerig hoe hij en Schurink al een paar jaar bezig zijn ambtenaren bij te staan en deze problemen onder de aandacht van kabinetsleden te brengen. Het gaat over „luisteren”, „het gebrek aan rolvastheid”, „in gesprek blijven met elkaar” en „het herijken van afspraken”.
Scherper is de brief die hij als voorzitter van alle secretarissen-generaal in april 2021 schreef aan informateur Herman Tjeenk Willink: „Onmisbaar is dat ambtenaren zich veilig en vrij moeten weten om in interne overleggen en schriftelijke advisering (kritische) tegenspraak te geven. Oók op momenten dat dit even niet zo goed uitkomt.”
De uitkomst van het topoverleg een dag eerder is dat de ambtelijke zorgen met meer bewindspersonen zullen worden besproken. Buitendijk: „En dat is goed.”
Nieuw zijn de ambtelijke zorgen overigens niet voor het kabinet. Toen ze een jaar geleden aantraden, organiseerden de ministeries van Buitendijk en Schurink een workshop ‘politiek-ambtelijke verhoudingen’ voor alle bewindspersonen. Een unicum.
En toen, nog geen jaar later, lag de brandbrief op jullie bureau.
Schurink, zoekend naar de juiste woorden: „Er gaan soms dingen niet goed.”
Ondanks dat ze voor één keer wel naar buiten willen treden vanwege de grote onrust in hun achterban, zijn de twee zichtbaar op hun hoede. „Het lastige van deze setting is dat alles wat wij hier zeggen, valt onder de politieke verantwoordelijkheid van onze bewindspersonen”, zegt Schurink.
Wanneer hij die drempel na een uur praten eenmaal over is, krijgt het gesprek vaart en volgt de analyse. „Tuurlijk, de relatie tussen ambtenaren en politici is per definitie spannend.” Maar wat volgens hen in korte tijd is veranderd: lange formaties en dus kortere regeerperiodes onder hogere druk. Buitendijk: „Alles moet in crisistempo.”
Vierpartijenkabinetten, zonder meerderheid in de Eerste Kamer die daarom moet worden gezocht bij veel kleine partijen. Dat alles onder druk van burgers en pers die resultaten eisen. Schurink: „En wel nu.”
Het effect: bewindspersonen die in korte tijd moeten leveren én zichzelf profileren. Snelheid is volgens de twee zó belangrijk geworden dat het onderzoeken van de risico’s van beleid in het gedrang komt.
Schurink: „Er worden met enige regelmaat irreële eisen aan ambtenaren gesteld.”
De Tweede Kamer, zien beiden, heeft juist een grote behoefte om terug te kijken op gemaakte fouten. Parlementaire onderzoeken en enquêtes volgen elkaar snel op. Buitendijk: „Ook Kamervragen gaan steeds meer over: wie wist wanneer wat.” In dat krachtenveld zien ze hoe ambtenaren meer en meer onderdeel worden van een afrekencultuur. Schurink: „Terwijl ambtenaren neutraal zijn…” Buitendijk: „Zo is het.” Schurink onverstoord: „…en zich niet publiekelijk kunnen verdedigen.”
Zo zal het vaker gaan tijdens het tweede uur van het gesprek. Schurink buigt voorover en spreekt zich steeds duidelijker uit. Buitendijk luistert en knikt instemmend.
Hun houding verandert als de eerste aanleiding voor de brandbrief ter sprake komt: het plotse vertrek van hun collega Ongering bij Economische Zaken. Ze stapte per direct op na een conflict met minister Micky Adriaansens (VVD) over de aansturing van de ambtelijke organisatie. Een taak die op papier bij de secretaris-generaal ligt.
Ambtenaren zijn neutraal en dat is essentieel want ze moeten elke politiek die aan de macht komt, kunnen bedienen
Gert-Jan Buitendijk SG Algemene Zaken
De aftocht van Ongering leidde tot een schokgolf onder topambtenaren. De secretaris-generaal zat pas twee jaar op haar post, Adriaansens toen nog geen jaar.
Waarom was dat ongeluk niet te voorkomen?
Schurink en Buitendijk kijken elkaar even aan. Beiden zitten met hun armen over elkaar met hun rug tegen de leuning van de stoel.
Dit is wat de ambtenaren in hun brief van jullie vragen: spreek je uit en neem het voor haar op.
Buitendijk: „Laat ik het zo zeggen: ik vind het jammer dat ze is vertrokken. Ze was een gewaardeerde collega.” Nu knikt Schurink.
Neemt u zichzelf haar vertrek kwalijk, als voorzitter van dit selecte gezelschap topambtenaren?
Buitendijk: „Dat vind ik heel lastig om te beoordelen.” Na een slok water: „Op een gegeven moment heeft ze gezegd: ik kan hier niet mijn werk doen op de manier waarop ik denk dat het moet. En dan maakt iemand een eigen afweging.”
Schurink: „Het moeilijke in haar situatie was: als puntje bij paaltje komt, zegt de grondwet: de minister staat aan het hoofd van het ministerie.”
En ben je als topambtenaar gezien.
Buitendijk: „Wat wel goed is om te weten, is dat vervolgens op dat ministerie een heel traject op gang is gekomen onder leiding van de waarnemend secretaris-generaal om het gesprek tussen de ambtenaren en de politiek weer op gang te brengen en ook weer veilig te maken.”
Politieke bemoeienis met de ambtenarij kent vele hoedanigheden en speelt op alle ambtelijke niveaus: van SG tot een beleidsmedewerker, erkennen Buitendijk en Schurink. „Door de enorme druk zie je dat bewindspersonen de neiging hebben om snel te willen handelen. En bij snel handelen ontstaan er ook risico’s”, zegt Schurink. „Precies die risico’s moeten ambtenaren herkennen en delen met de bewindspersoon. Maar heeft een ambtenaar nog de vrijheid om dat te doen? Of moet die zelfs meedenken over wat politiek handig is voor een bewindspersoon om daarover te zeggen tegen de Kamer?”
Foto David van Dam
Buitendijk: „Ik heb met Wouter Koolmees, toen hij minister was van Sociale Zaken, de onderhandelingen gedaan voor het pensioenakkoord. Meer dan ooit merkte ik dat ik dacht: goh, als we straks een akkoord sluiten, hoe krijgen we dat ook door de Eerste Kamer waar de coalitie geen meerderheid heeft? Je ziet dat de politieke dimensie een steeds belangrijkere rol speelt. Dat genereert druk, want om een wet aangenomen te krijgen, heb je een meerderheid nodig. En dus móét je als ambtenaar naast de inhoud ook steeds meer rekening houden met alle mogelijke politieke deelbelangen om aan een meerderheid te komen.”
Keerzijde is dat sommige bewindspersonen, ook in dit kabinet, klagen over ambtenaren: ze zijn traag, politiek niet sensitief, koppig, behoudend en veel is onmogelijk.
Schurink met een glimlach: „Er zitten wel een paar geuzentermen tussen, vind ik.” Dan, met een serieus gezicht: „Wij zijn er voor om te zorgen dat politici Source: NRC