Home

Het ziekenhuis door de ogen van de patiënt

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Keek naar de mooie documentaireserie van Coen Verbraak over het Amsterdamse ziekenhuis OLVG. Wat is het toch dat we te weten willen komen door dokters te ondervragen en ziekenhuizen te bezoeken met camera’s en opschrijfboekjes? Iets over het geheim van ziek zijn en genezen, over leven en dood, over zorg en besluiten die verstrekkende gevolgen hebben. Misschien willen ‘we’, zowel de kijkers als de journalisten, ook wel gerustgesteld worden, zeker weten dat die artsen verstandige mensen zijn, de verpleegkundigen kundig en zorgzaam.

Buiten beeld blijft, zoals gebruikelijk bij zulke reportages, de patiënt. Niet dat we er geen enkele zien, maar die is weinig meer dan een illustratie van hoe iets goed of juist niet zo goed was gegaan, een voorbeeld van aardig of onaardig gedrag.

Ik heb zelf ook wel eens zo’n reportage gemaakt in een ziekenhuis, en ik was vol bewondering voor de vakkundigheid en de inzet van de mensen die daar werken. Ik zag hoe cruciaal de rol van de verpleegkundigen is, en hoe goed en toegewijd sommigen van hen zijn. Ik ging zelfs mee met verschrikkelijke slecht-nieuws gesprekken. Even, een kwartier lang, zit je dan in een kamer met iemand die te horen krijgt dat zijn of haar leven voorbij is – en dan ben je weer weg. Terug naar de professionele wereld.

De patiënt is altijd alleen.

Het is bijna niet mogelijk om een reportage te maken vanuit de patiënt, want daar valt zo weinig te rapporteren. Die ligt of zit of wacht. Die is misschien niet eens in het ziekenhuis maar probeert van buitenaf een arts of een afdeling te bereiken, of die ligt in bed en ziet ’s ochtends een zaalarts langskomen die wat gegevens van de verpleegkundige aanhoort, in één minuut de toestand beoordeelt: „Hoe voelt u zich? Mag ik de wond even bekijken?” en dan is-ie weer weg.

De ene arts zegt: één nachtje blijven, de volgende dat het wel een dag of vier kan duren. De verpleegkundige spreekt van tevoren over een klein sneetje, de chirurg van een jaap van zeven centimeter. De ‘behandelend arts’ is een naam onder brieven die misschien ergens op een afdeling gegevens krijgt en bespreekt, maar niet met de patiënt. Niet dat de patiënt steeds iets met de arts te bespreken zou hebben. Soms komt er een vraag op, de verpleegkundige geeft een antwoord door. Een van de vele verpleegkundigen, want voortdurend is er een ander vriendelijk gezicht en een andere opgewekte stem voor de ochtend, de middag, de avond, de nacht. De patiënt doet haar best, of niet, om menselijk contact tot stand te brengen.

De patiënt lijdt, tobt, wacht, vreest, verveelt zich en ervaart het ziekenhuis als een heel andere plek dan de medische staf. Een operatiekamer is niet het dagelijkse werkterrein met de bekende gezichten van collega’s, maar de lichtelijk vreeswekkende ruimte waarin iemand een mes in je lichaam zal zetten, en waaruit je anders tevoorschijn zult komen dan je erin ging. Beter. Slechter. Anders.

De ervaring van het patiënt-zijn laat zich eigenlijk niet door een reportage vangen, die zou heel anders uitgebeeld moeten worden. Niet door een arts die aan het werk is, maar door de stilte op de ziekenkamer in de ochtend, het geluid van rubber zolen en stemmen op de gang, het uitzicht op winterlucht en kale takken, het voorzichtige geschuifel naar een wc.

Door een verbeelding van verlorenheid in een onpersoonlijke ruimte.

Door de verbeelding van geborgenheid, omdat er voor je gezorgd wordt.

U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.

Source: NRC

Previous

Next