N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Aanstaand cardioloog Mira van der Naald wil een brug slaan tussen fundamenteel en klinisch onderzoek.
Soms voelen we het bonken in onze borstkas, als we zenuwachtig zijn. Soms horen we het kloppen, als we dicht tegen een geliefde aanliggen. Maar een hart zíén pompen? „Dat blijft fascinerend, elke keer dat ik het zie.” Al tijdens haar studie geneeskunde in Amsterdam ontwikkelde Mira van der Naald (1988) een voorliefde voor cardiologie. Daarnaast had ze een zwak voor stamcellen, die ongedifferentieerde cellen waar we in de basis allemaal uit zijn ontstaan. „Een bevruchte eicel is in feite niets anders dan een stamcel. En daar groeit dan een compleet mens uit. Heel bijzonder.” Dus toen de kans zich voordeed om bij het UMC Utrecht te promoveren op een onderzoek dat beide onderwerpen combineerde, aarzelde Van der Naald geen moment. Lachend: „Dat het vervolgens acht jaar zou duren had ik toen niet verwacht…”
1988
muziek maken en luisteren, wielrennen en hardlopen. „En ik kijk graag naar sport. Toen Nederland eruitlag met het wk voetbal was ik behoorlijk chagrijnig…”
niet per se dokter worden. „Eerst ben ik biomedische wetenschappen gaan studeren, maar ik miste het contact met mensen. Toen ben ik toch geneeskunde gaan studeren. Net als mijn oudere broer, in die zin zit het wel in de familie.”
een hond
We spreken elkaar in een café; Van der Naald heeft deze week avonddienst bij het OLVG in Amsterdam, als onderdeel van haar opleiding tot cardioloog. „Het is een geweldige baan, maar gisteravond was een zware shift. Ik kwam pas om middernacht aan mijn avondeten toe.” Voor haar ligt haar proefschrift. Ruim 500 bladzijden. Twee proefschriften in één, zo lijkt het bijna. „In het eerste deel heb ik gekeken naar manieren om translationeel onderzoek te verbeteren, met andere woorden: de schakel tussen fundamenteel onderzoek en klinisch onderzoek. Hoe zorg je dat je medische experimenten in het lab uiteindelijk ook echt tot een behandeling leiden? In het tweede deel pas ik mijn aanbevelingen ook toe bij een onderzoek naar hartregeneratie bij patiënten die een acuut hartinfarct hebben gehad.”
Eind 2020 stond Van der Naald ook in NRC. Destijds had ze net een artikel gepubliceerd dat nu onderdeel vormt van het eerste deel van haar thesis. Daaruit bleek dat verreweg de meeste proefdieren die voor translationeel onderzoek worden gebruikt, nooit in een wetenschappelijke publicatie belanden. Bijna driekwart van de gebruikte proefdieren blijft onvermeld en zelfs bij onderzoek dat wél gepubliceerd wordt, staan niet altijd alle dieren vermeld.
„Voor proefdieronderzoek moeten wetenschappers een aanvraag indienen bij een ethische commissie. Die aanvragen zijn vertrouwelijk, maar wij mochten ze met toestemming van de auteurs inzien.” Zodoende bleek dat vooral proefdieronderzoek dat positieve resultaten oplevert wordt gepubliceerd: een verschijnsel dat publicatiebias wordt genoemd. „Een studie die aantoont dat een behandeling werkt heeft meer kans gepubliceerd te worden dan een onderzoek dat geen effect vindt. Doodzonde, want weten dat iets níét werkt is ook belangrijk.”
Om de effectiviteit van translationeel proefdieronderzoek te vergroten, heeft Van der Naald samen met collega’s een website opgezet waarop wetenschappers hun project kunnen registreren voordat ze ermee beginnen: preclinicaltrials.eu. „Het idee is dat je je protocol deelt voordat je een studie gaat uitvoeren. Zodat het vindbaar is, en zodat anderen ook met je kunnen meedenken. In die zin lijkt het op het initiatief Registered Reports, waarbij je voordat je met je onderzoek begint je plannen deelt met een groep experts, die feedback geven. Zulke interactie is heel waardevol. Ook zorgt preregistratie voor een volledig overzicht van alle onderzoeken, zodat je weet wat er al is gedaan en niet opnieuw het wiel hoeft uit te vinden.”
Voor het tweede deel van haar proefschrift onderzocht Van der Naald het effect van stamcellen bij hartregeneratie. „Na een hartinfarct wordt harttransplantatie vaak als de holy grail gezien, maar er zijn niet genoeg donoren. Laatst is in het UMC wel voor het eerst een heel kunsthart geplaatst, dat was groot nieuws, maar ook die methode is nog in ontwikkeling. En dus wordt er gekeken naar stamceltherapie, waarbij hartstamcellen in principe zouden kunnen uitgroeien tot hartweefsel. Maar een van de problemen is dat de stamcellen niet goed op hun plek blijven. In wetenschappelijke termen: de retentie is heel laag. Wij hoopten die retentie te verbeteren door de stamcellen in een gel te plaatsen.”
Om te zien of die gel wél op de goede plek terechtkwam, kregen de stamcellen een radioactieve markering. „Zulk onderzoek mag je niet direct bij patiënten toepassen, en daarom hebben we varkens als proefdieren gebruikt. Uiteraard aan de hand van preregistratie. En wat bleek? We zagen op allerlei plekken in het lichaam ophopingen van radioactieve stamcellen. Mogelijk verspreidden die zich via het lymfesysteem, maar echt goed te achterhalen was dat niet. We worstelden met wat we zagen. Als wetenschapper is dat onbevredigend, want je wilt dat een verhaal af is. Daarom duurde het onderzoek langer dan verwacht. Bovendien liepen wij zelf ook tegen de publicatiebias aan. Uiteindelijk hebben we het op een website voor preprints geplaatst, zodat de data wel beschikbaar zijn.”
Naast haar cardiologieopleiding zit Van der Naald nog in het bestuur van preclinicaltrials.eu. „Doordat het register bestaat is er discussie over het onderwerp op gang gekomen. De Nederlandse overheid steunt het financieel, en momenteel loopt er vanuit onderzoeksfinancier ZonMw een pilot om te zien of ze het preregistreren verplicht kunnen stellen voor wetenschappers. Ik ben heel benieuwd hoe dat verdergaat.”
NieuwsbriefNRC Wetenschap
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC