Home

Voor sommige gletsjers op Spitsbergen is het al te laat

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Klimaat Dit jaar smolten de gletsjers op Spitsbergen anderhalf keer sneller dan vier jaar eerder. „2022 was een rampjaar”, concluderen een geoloog en een glacioloog op de archipel.

Vanuit zijn kantoor ziet Andrew Hodson, hoogleraar glaciologie aan het University Center in Svalbard (UNIS), besneeuwde toppen en gletsjers beschenen door ijzigwit maanlicht. Al ruim dertig jaar bestudeert de Brit gletsjers op Spitsbergen, een eilandengroep op 78° noorderbreedte, ten noorden van Noorwegen. Meer dan de helft van de archipel bestaat uit gletsjers. Deze onderzoekt Hodson met kundigheid, passie, maar ook met verdriet. Sinds 1900 is de temperatuur hier met vijf graden gestegen terwijl het wereldwijde gemiddelde op 0,84 graden ligt. Het gevolg: al die gletsjers smelten snel, „te snel”, vult hij aan. In 2022 smolten de gletsjers op Spitsbergen anderhalf keer zo snel als in 2018, concludeerde het Amerikaanse National Snow and Ice Data Centre. Een nog nooit waargenomen fenomeen.

In een interview van 4 juni op NPO Radio 2 vertelde Maarten Loonen, ecoloog en directeur van het Nederlandse poolstation in Ny Ålesund op Spitsbergen, geëmotioneerd dat we „nog steeds aan de knoppen van het klimaat zitten”. Voor sommige ijsmassa’s komt bijsturen echter te laat. Hodson wijst naar buiten. Aan het einde van de weg in Longyearbyen, de grootste nederzetting op Spitsbergen, ligt een dunne strook ijs: de gletsjer Longyearbreen. „Die gletsjer is stervende”, vertelt hij. „Al draaien we alle knoppen omlaag, ze verdwijnt.”

Het blijft even stil in zijn kantoor. Het is twaalf uur en pikkedonker buiten. Licht wordt het ook niet meer. Omdat Spitsbergen zo noordelijk gelegen is, komt de zon hier de komende maanden niet op. Tot februari is er geen straling die het land verder opwarmt. Er is geen licht dat het smelten bevordert. De gletsjers lijken pauze te hebben. „Maar dat is schijn”, stelt Hodson.

Hodson wijst naar zijn computerscherm omringd door stapels meetapparatuur. We kijken naar een diagram vol witte vlokken, korrels en knalblauw ijs. „Een gletsjer is een ijsmassa die ontstaat door gevallen sneeuw”, legt hij uit. Deze sneeuw hoopt zich op in het ‘firnveld’. Door temperaturen die het grootste deel van het jaar onder nul blijven, blijft deze laag liggen en groeit met name in de winter. „Wanneer de druk van de laag sneeuw groot genoeg is veranderen de kristallen in ijs, maar dat gaat in twee fases.” Eerst verandert de sneeuw in ‘firn’, een ijsmassa bestaande uit fijne korrels. Later klonteren deze korrels in de onderlaag samen door de druk van boven en ontstaat er vast ijs. „In de ideale situatie blijft er sneeuw vallen en ontstaat een cyclus waardoor een gletsjer groeit”, zegt Hodson. Dit proces kan tientallen jaren duren en heet accumulatie. Het tegenovergestelde heet ablatie. Dit omvat alle processen die resulteren in afname van het ijsvolume van een gletsjer zoals smelten, verdampen of sublimeren. Accumulatie vindt plaats in de maanden november tot en met juni en ablatie in juli en augustus.

Gletsjers bestaan uit een accumulatie- en een ablatiezone: een deel waar de gletsjer groeit en een deel waar de gletsjer afneemt. Deze zones worden gescheiden door een evenwichtslijn. Onder die denkbeeldige grens smelt de gletsjer, daarboven groeit ze aan. „Tot de jaren 90 ging het eigenlijk allemaal best goed met de gletsjers op Spitsbergen”, zegt Hodson, „beide seizoenen waren in balans, het sneeuwde voldoende en het smelten viel allemaal wel mee waardoor de evenwichtslijn redelijk stabiel was.” Hij neemt een slok thee. „Now it’s fucked.

Dat beaamt Mike Retelle, hoogleraar glaciale geologie aan Bates College in Maine in de Verenigde Staten. Retelle komt al achttien jaar op Spitsbergen en bestudeert ablatie van gletsjers op de hele archipel. „Dit jaar past niet eens in de grafieken en modellen die ik gebruik”, vertelt Retelle via een online verbinding. Afgelopen zomer heeft hij de ablatie op de stervende Longyearbreen gemeten door meterslange rode palen in de gletsjer te timmeren. „Deze lagen na twee weken alweer plat op het ijs”, vertelt Retelle. „Dat betekent dat er in twee weken tijd drie meter van de oppervlakte gesmolten was.” In de hele zomer zag Retelle een verticale afname van tien meter ijs op de stervende gletsjer.

Zelf werkt Retelle het grootste deel van zijn tijd op de gletsjer Linnébreen, 50 kilometer ten zuidwesten van Longyearbyen. „Deze vallei monitoren we alsof het een patiënt in kritieke toestand is”, zegt Retelle. „Toen ik hier in 2005 begon was het medium care maar dat is inmiddels intensive care geworden.” In de periode voor 2005 trok de gletsjer zich gemiddeld 18 meter per jaar terug. Inmiddels is dat 75 meter per jaar.

Ik kan met deze methodes tienduizenden jaren terug in de tijd kijken

Mike Retelle hoogleraar glaciale geologie

Een van de oorzaken: hogere temperaturen tot diep in het najaar. Ten tijde van het schrijven van dit artikel is het vier graden en tikken de regendruppels tegen het raam. „Het is eind november, het moet al lang en breed vriezen en sneeuwen”, vertelt Retelle.

Die regen heeft volgens hem te maken met het wegblijven van zee-ijs: „Sinds 2006 is er geen zee-ijs meer geweest in de westelijke fjorden door hogere wintertemperaturen. Hierdoor verdampt er meer water in gebieden waar de zee voorheen dichtgevroren was. In combinatie met hogere temperaturen valt een groot deel van de neerslag hierdoor in de vorm van regen in plaats van sneeuw.”

Dat is extra zuur voor de gletsjers op Spitsbergen omdat ze relatief laaggelegen zijn in vergelijking met andere gletsjers in het Noordpoolgebied. Hierdoor zijn de temperaturen op gletsjers vergelijkbaar met die aan de kust. De gletsjers kunnen daardoor niet profiteren van lagere temperaturen in gebergtes of hoogvlaktes zoals in Groenland. „Dat maakt ze nog kwetsbaarder voor al die veranderingen in neerslag en temperatuur”, zegt Retelle.

Een smeltwaterkanaal op de stervende gletsjer Longyearbreen, gefotografeerd op 1 oktober 2022. Foto Niamh Doherty en Lill Syversen

Het smeltseizoen breidt zich niet alleen uit tot in het najaar, het begint ook steeds eerder. In zijn werkkamer laat Hodson een satellietfoto van afgelopen juni zien. „Normaal gesproken beschermt gevallen sneeuw de gletsjer tegen vroegtijdig smelten”, zegt hij. „Maar je ziet nauwelijks gletsjers waar nog sneeuw ligt. Dat betekent dat al vroeg in het seizoen het ijs van de gletsjer zelf aan de beurt is om te smelten.” Dit jaar mat Hodson op Foxfonna, een ijskap in Centraal-Spitsbergen, een verticale afname van 9,8 meter over de gehele oppervlakte. „Dat is ongeëvenaard”, verzucht Hodson. „We zien de laatste jaren dat het ablatieseizoen steeds langer wordt en er steeds minder sneeuw valt om de gletsjer te beschermen tegen het smelten.”

Retelle en Hodson onderzoeken stervende gletsjers niet alleen door naar het ijs zelf te kijken. Zo doet Hodson onderzoek naar gassen die vrijkomen door het terugtrekken van gletsjers. „Als een gletsjer zich terugtrekt neemt de druk op de ondergrond af”, vertelt hij. „Hierdoor komt grondwater omhoog dat rijk is aan het broeikasgas methaan. We meten deze gassen en kijken wat ze betekenen voor het klimaat.”

Retelle is geoloog en kijkt juist terug in de tijd. Sedimentkernen uit gletsjermeren zijn zijn favoriet. „Dat zijn grote kokers die we in de bodem van een meer laten vallen”, vertelt Retelle. „Deze kokers vullen zichzelf met heel veel kleine laagjes sediment.” Aan de hand van de lagen sediment kan Retelle zien hoe lang een gletsjer smolt gedurende een seizoen. Hij kan ook bepalen of historische neerslag voornamelijk bestond uit regen of sneeuw.

„Ik kan met deze methodes tienduizenden jaren terug in de tijd kijken”, vertelt Retelle enthousiast. „Grof sediment in de kernen is gerelateerd aan hevige regenval die stenen en ander sediment van omliggende bergen naar het meer brengt. Fijner sediment associëren we met transport via smeltwater van een gletsjer”, legt Retelle uit. „Oh, en het ontbreken van sediment komt door een bevroren meer of bedekking van een gletsjer.” Met deze methode reconstrueert Retelle het klimaat in het verleden. „Als je deze gegevens vergelijkt met omliggende landvormen kun je hele reconstructies maken van de groei en terugtrekking van gletsjers”, vertelt Retelle met gepassioneerde handgebaren. „Dit soort reconstructies worden nu gebruikt om huidige klimaatmodellen aan te passen en te verbeteren.”

Retelle vertelt dat twintigduizend jaar geleden de gletsjers hier op z’n grootst waren. Sinds die tijd ziet hij in zijn sedimentkernen periodes van terugtrekking en groei. „Historische groei is te danken aan meer sneeuwval, aanwezigheid van zee-ijs en koudere temperaturen”, zegt Retelle. „Het terugtrekken van gletsjers relateren we aan hogere temperaturen en meer regen.” In de geschiedenis van Spitsbergen zijn smeltende gletsjers dus helemaal niet ongewoon, maar de snelheid waarmee dit nu gebeurt is uniek.

Alles staat hier op Spitsbergen in het teken van klimaatverandering

Andrew Hodson hoogleraar glaciologie

„Dat smelten van gletsjers heeft nu al gevolgen,” vertelt Retelle. „Het verstoort oceaanstromen waardoor koude en warme waterstromen worden afgebroken.” Dat kan volgens hem resulteren in meer extreem weer in Europa en de Verenigde Staten. Lokaal zorgt een afname van ijs en sneeu Source: NRC

Previous

Next