N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.
Op Nieuwjaarsdag vond ik een onthoofd Lego-poppetje in de duinen. Rode broek, wit lijf, gele grijphanden, de nek een gladde staak. Het zag er luguber uit, een afrekening in het speelgoedcircuit. Ik stelde me een Barbie voor op een My Little Pony, zwaaiend met de Lego-scalp. Ik stopte het ontzielde lichaam in mijn zak en liep door.
Waar was het hoofd gebleven? Had een vogel het voor een smakelijke bes aangezien? Eind december deelde een Friese vogelaar op Twitter nog foto’s van een kraaienbraakbal vol plastic bolletjes – mogelijk uit de containers van MSC Zoë, die vier jaar geleden overboord sloegen nabij de Waddenzee.
In de duinen was het warm, té warm, een vaag gevoel van lentekriebels. Zelden hoorde ik op een januaridag zo veel vogels. De duindoornstruiken vol merels, een koolmees in de grove den, krakeenden, gaaien, een ijsvogel die als een blauwe schicht over het water scheerde. De vrieskou uit de lucht, het vuurwerk voorbij – het leven leek de vogels toe te lachen.
Zelfs de vogelgriep voelde ver weg. Schijn, natuurlijk. Alleen al in Nederland zijn in 2022 tienduizenden wilde vogels gestorven, en miljoenen vogels geruimd. En niet alleen vogels lopen risico.
Daags na Nieuwjaar deelde viroloog Thijs Kuiken op Twitter Amerikaans onderzoek waaruit blijkt dat het virus regelmatig op onder meer zeehonden, wasberen en stinkdieren overspringt. Zelf werkte hij mee aan een Europees rapport dat hetzelfde beeld schetst: besmettingen onder zoogdieren nemen toe. En dat is reden tot zorg, aldus Kuiken aan de telefoon. „Tot 2005 dachten onderzoekers nog dat carnivoren niet vatbaar waren voor vogelgriep. Maar toen raakten in Azië huiskatten besmet, en bleek dat ze ook doodziek kunnen worden.” In Indonesië, zo staat in een Nature-artikel uit 2006, kreeg katten-vogelgriep zelfs de bijnaam aaargh-plop, naar het geluid dat zieke katten maakten als ze uit een boom vielen – een ijselijke kreet gevolgd door een doffe klap.
Afgelopen december raakte ook in Frankrijk een huiskat besmet met het vogelgriepvirus; in Nederland waren afgelopen jaar onder meer een bunzing en enkele vossen de dupe. „Het topje van de ijsberg”, denkt Kuiken. „De meeste dode dieren trekken zich terug en vinden we niet.” Vermoedelijk raken de dieren ziek door het eten van geïnfecteerde vogels – zelfs een zeehond, een viseter bij uitstek, pakt weleens een watervogel.
Gevaarlijk wordt het vooral als zoogdieren elkaar ook onderling besmetten. Een solitaire vos steekt niet zo snel een soortgenoot aan, een sociale zeehond of kat doet dat mogelijk wél. „En dan bestaat de kans dat het virus muteert, en er een variant ontstaat die ook voor mensen besmettelijk is.”
Ik voelde in mijn zak, en dacht aan wat ik ooit las in een boek over virussen: „Het is alsof een verzameling Lego-blokjes in elkaar klikt, tot leven komt en je aanvalt.” Aaargh-klik.
NieuwsbriefNRC Wetenschap
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin
U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.
Source: NRC