Janosch (1931-2026), kinderboekenschrijver De Duitse kinderboekenschrijver Janosch bereikte met zijn prentenboeken over Kleine Beer en Kleine Tijger generaties kinderen, in Duitsland maar ook in Nederland. Voor hemzelf waren zijn boeken een manier om zich te bevrijden van zijn ongelukkige jeugd.
Janosch zit ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag in een nagebouwde kinderkamer in Aachen.
Voor generaties Duitsers zijn Kleine Beer, Kleine Tijger en hun speelgoedvriendje Tijgereend vrolijke karakters die hun jeugd kleur gaven. In Nederland werd het boek O, wat mooi is Panama!, waarin ze met z’n drieën op reis gaan, in 1984 bekroond met de Zilveren Griffel. Maar voor geestelijk vader Janosch, die afgelopen dinsdag op 95-jarige leeftijd op Tenerife overleed, waren de uit zijn penseel ontsproten personages een manier om te ontsnappen aan de demonen uit zijn jeugd.
O, wat mooi is Panama! betekende in 1978 de doorbraak voor Janosch in Duitsland. In het boek gaan Tijger en Beer op zoek naar ‘Panama’, een paradijselijk land waar het „van onder tot boven” naar bananen ruikt. De alomtegenwoordige Tijgereend gaat natuurlijk ook mee. Als ze ‘Panama’ na een lange zoektocht hebben gevonden maar eigenlijk gewoon op dezelfde plek aankomen vanwaar ze waren vertrokken, blijkt dat het paradijs niet in de bestemming lag maar in de weg ernaartoe.
Meer dan driehonderd boeken schreef Janosch, die in meer dan veertig talen zijn vertaald. In het Nederlands is ook zijn De grote dikke beer vertelt bekend, een door de VPRO uitgezonden tekenfilmserie, gebaseerd op zijn boeken. Kleine Tijger en Kleine Beer, die in verschillende boeken terugkomen, zijn typische Janosch-protagonisten; karakters die normaal niet in de schijnwerpers staan, bijna antihelden. Samen gaan ze op avontuur, soms ondeugend, altijd nieuwsgierig. Ze vormen warme, zoete verhalen, met diepe, simpele boodschappen. De belangrijkste: de vriendschap en saamhorigheid overwinnen altijd.
Zelf heeft Janosch vanwege zijn traumatische jeugd nooit kinderen gewild. Hij kwam in 1931 als Horst Eckert in toenmalig Duits-Silezië (tegenwoordig Polen) ter wereld in een familie van mijnwerkers. Thuis kreeg hij slaag van zijn alcoholische vader, die hem naar zijn held, SA-leider Horst Wessel, vernoemde. Ook zijn moeder en oma hielpen een handje aan wat hij later als „de vernietiging” van zijn wezen zou omschrijven. Ook in de katholieke kerk, waar zijn ouders hem heen stuurde, ervaarde hij als kind vooral angst en repressie.
Het zou hem een half leven kosten om met de traumatische opvoeding af te rekenen, zei hij zelf in interviews. Na de oorlog vluchtte de familie Eckert naar Duitsland. Janosch belandde in München, waar hij na enkele proefseminars werd afgewezen door de Academie voor Schone Kunsten. Hij liet zich er niet door uit het veld slaan, volgens hem moet je „minstens eenmaal van de Kunstacademie gestuurd worden, om als kunstenaar succes te hebben”. Hij ging schrijven bij zijn aquarellen, en publiceerde ze onder het pseudoniem Janosch (‘God is genadig’).
Met het succes van O, wat mooi is Panama! kon Janosch zich vestigen op Tenerife, waar hij de rust vond die hij zocht. Hij ontmoette er zijn levensmetgezel Ines en leefde een teruggetrokken leven, een beetje volgens de filosofie van veel zijn karakters: wie bijna niks nodig heeft, heeft alles. Het adagium werd de titel van zijn in 2017 verschenen biografie. Janosch was inmiddels uitgegroeid tot een van de bekendste Duitse kinderboekenschrijvers.
Op het Canarische eiland deed hij aan yoga, wat hem hielp de alcohol vaarwel te zeggen. Hij kwam nog slechts sporadisch in Duitsland, bijvoorbeeld voor promotionele activiteiten, waar hij weinig mee op had. Kinderboeken schreef hij de laatste jaren niet meer. Tussen 2013 en 2019 maakte Janosch de cartoon-column ‘Mr. Wondrak’ in Zeit Magazine, waarin hij levenswijsheden debiteert via de op hemzelf lijkende Wondrak, volgens Die Zeit „een moderne held in een tijgerprint jumpsuit die overal in alles slaagt, ook al doet hij niets goed”.
Uit de vele reacties in Duitsland bleek dat Janosch niet alleen onder zijn lezers geliefd was, maar ook onder zijn collega’s. Ze schreven gedichten of maakten een afscheidsillustratie om hem hun laatste eer te bewijzen. Op de tekening van collega-kinderboekenschrijver Erhard Dietl laat Tijgereend een traantje.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie