Home

Opinie: Ik verlang terug naar de tijd dat ik wist wat goed en slecht was

Wat gebeurt er met ons morele kompas als het geloof verdwijnt, vraagt de Oekraïense schrijver Sergey Maidukov zich af. Want in een wereld met te weinig God en te veel Trump en Poetin is het nog lastig bepalen wat goed en kwaad is.

De roman De meester en Margarita van Michail Boelgakov kent meer interpretaties dan pagina’s. Ik zie het als het verhaal van de duivel die de hoofdstad bezoekt van ‘s werelds eerste atheïstische staat. Wanneer hij zijn gezelschap in Moskou het bestaan van Jezus hoort ontkennen, vraagt hij hun verrukt of ze atheïsten zijn, en zweert hij dat hij het aan niemand zal vertellen.

‘Bij ons verbaast atheïsme niemand’, luidde het antwoord. ‘Het merendeel van onze bevolking is al lang, en heel bewust, opgehouden met geloven in sprookjes over God.’

Als Boelgakovs roman vandaag de dag geschreven zou worden, zou die zich niet in Sovjet-Rusland hoeven af te spelen, maar waar ook ter wereld.

Over de auteur

Sergey Maidukov is schrijver. Hij woont in Kyiv.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Ontkerkelijking

Volgens een onderzoek van de Süddeutsche Zeitung worden in meer dan duizend Duitse kerken geen diensten meer gehouden, of zijn kerken verkocht en omgebouwd tot restaurants en winkels. Volgens een enquête van de National Churches Trust heeft bijna een op de drie kerken in het Verenigd Koninkrijk een onzekere toekomst. De Church of Scotland verkoopt 40 procent van haar gebouwen, waaronder middeleeuwse gebouwen.

Al in 2013 waarschuwde kardinaal Willem Eijk paus Franciscus dat tegen 2025 twee derde van de katholieke kerken in Nederland gesloten zou zijn. Inmiddels is meer dan de helft van de katholieke parochies in het land verdwenen en gaat nog maar 5 procent van de ingeschreven katholieken naar de mis. In de Verenigde Staten circuleren beweringen over tot 15.000 kerksluitingen in één jaar, al gaf een theoloog van Boston University toe dat niemand weet hoe die cijfers te controleren zijn.

Het zijn niet alleen de gebouwen die leeglopen. Ook in mensen ontstaat een leegte. Een gelovige denkt te weten wat goed is en wat fout is. ‘God heeft het gezegd’ neemt alle vragen weg.

Een atheïst moet al die geboden en verboden ergens anders vandaan halen. Gevulgariseerde kwantumfysica, oosterse mystiek, visionboards – het geeft allemaal voedsel voor de geest. Maar waarmee vul je de gapende leegte op de plek waar Christus ooit stond in de westerse moraal?

Ruslands oorlog tegen God

Michail Boelgakov was getuige van het hoogtepunt van Ruslands oorlog tegen God en probeerde een samenleving te verbeelden waarin God en de Kerk niet langer bestaan. Zijn ‘Jesjoea’ is niet de Christus van de evangeliën, maar eerder een tolstojaanse, ontdaan van goddelijkheid. Een zwakzinnige zwerver, tot niets meer in staat dan Pilatus’ hoofdpijn te genezen.

Zijn morele leer – ‘alle mensen zijn goed’ – lijkt Woland (de mysterieuze buitenlander en professor wiens bezoek aan Moskou het plot van De meester en Margarita in beweging zet en de wereld op zijn kop zet) lief en volkomen onschuldig. Als iemand weet hoe machteloos het geloof in abstracte goedheid en rechtvaardigheid kan zijn, dan is het de duivel wel. De wereld van vandaag is daar een perfecte illustratie van: er zit te veel Trump en Poetin in. Te weinig God.

Mijn vader werd geboren in 1929, het jaar waarin Michail Boelgakov aan de eerste versies van zijn beroemde roman begon. Hij leefde het grootste deel van zijn leven in een land waar onthoofde kerken tot pakhuizen werden omgebouwd en portretten van communistische leiders de plaats van iconen innamen.

Kruisje op zijn borst

De langzame terugkeer van het land naar religie ging aan hem voorbij. Hij was niet zomaar een atheïst; hij was een militante, en elke vermelding van God lokte zijn sarcasme uit. Op zijn 95ste, de dag voor zijn dood, vroeg hij onverwacht om een priester en liet hij zich dopen. Hij stierf vredig, voor zover iemand kon zien. Met een kruisje op zijn borst en het geloof dat het zou kunnen helpen.

Ik werd gedoopt toen ik rond de veertig was, in de tijd dat overal in Oekraïne kerken als paddenstoelen uit de grond schoten. Ik kan mezelf geen religieus mens noemen, maar een paar keer in mijn leven heeft gebed me uit doodsgevaar gered. Misschien was het wel gewoon toeval.

God. We noemen Hem nog steeds, soms tientallen keren per dag – als uitroep, nooit als bewering. O mijn God. Godzijdank. God mag het weten. Misschien weet Hij het echt. Wat weten wijzelf? Dat is de vraag. Vandaag valt het me makkelijker om dit korte woord op te schrijven dan het hardop uit te spreken.

Kop van jut

De mensen om me heen spelen liever met iets intellectuelers en vagers: de Hogere Geest, het Universum, het Absolute, het Kosmisch Bewustzijn. Noem God ‘God’, en je wordt de kop van jut voor elke beginnende zelfhulpcoach.

Sommigen noemen dat bevrijding.

‘Als God niet bestaat, is alles toegestaan’, concludeert Ivan Karamazov, terwijl een ander personage van Dostojevski, Raskolnikov, achter hem staat met een bijl verborgen onder zijn jas. Waarom denk ik aan deze figuren toen ik onlangs plunderaars in Parijs etalageruiten zag inslaan? God mag het weten.

Literatuur stelt vaker vragen dan dat ze ze beantwoordt. Ze vervangt geen religie. Het land dat de wereld Tolstoj, Dostojevski en Boelgakov schonk, doodt burgers in Oekraïne en beschouwt dat niet als zonde. Net als tachtig jaar geleden, toen Duitse soldaten Oekraïne binnentrokken met ‘Gott mit uns’ op hun koppelriemgespen.

Het gaat niet om de woorden. Het gaat om de principes erachter.

Religie gaat niet over de vraag of God de mens heeft geschapen. Ze gaat over wat de mens in staat stelde zich zo ver van de apen te verwijderen als hij heeft gedaan.

Geen hoop en geen licht

Ik heb De meester en Margarita vele malen herlezen en ben telkens onder de duistere betovering ervan gevallen. Ik was dol op Woland en bewonderde Goethes idee, dat Boelgakov als motto koos, van een kracht die eeuwig het kwade wil en eeuwig het goede doet. Maar sinds de eerste dag van de oorlog heb ik het boek niet meer opengeslagen. Er staat niets in dat me zou kunnen helpen begrijpen en verdragen. Het heelt geen pijn en geeft geen hoop. Er is geen licht in.

Toen ik negen of tien was, vond ik in een antiquariaat een oud exemplaar van het Nieuwe Testament met een afbrokkelende kaft. Het was een waar wonder, want de Sovjet-Unie was geen land waar je zoiets in een boekenkast aantrof. Toen ik in 2014 het bezette Donetsk verliet, moest ik een huis vol dierbare dingen achterlaten.

Als ik er maar één terug zou kunnen halen, dan zou ik dat oude, verweerde boek kiezen dat naar muizen rook. Niet vanwege de eenvoudige en heldere waarheden die het bevatte, maar omdat het een herinnering is aan een tijd waarin ik precies wist wat goed was en wat slecht.

Ik ben daar nu niet meer zo zeker van. Times, they are a-changin’. En wij met hen.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next