Oorlog Op zoek naar soldaten voor de oorlog tegen Oekraïne kijkt Rusland steeds vaker over de grens. Van de tienduizenden buitenlandse rekruten komen er opvallend veel uit Afrika. Zo ook de destijds 39-jarige Eric Demlabing uit Kameroen. „Dit is zelfmoord, zeiden we.”
Rekruut Eric Demlabing op een foto die hij stuurde aan zijn vader in Kameroen.
De eerste keer dat Eric Demlabing probeerde zich bij het Russische leger aan te sluiten, eindigde hij op de luchthaven van Sint-Petersburg in een politiecel. Er was iets met zijn papieren, zegt zijn 65-jarige vader Fabien Demlabing. Hij zit op de bank van zijn bescheiden huis aan de rand van Bafoussam, een over heuvels verspreide stad in het hart van Kameroen. Buiten tokken kippen, in huis is het galmend stil.
Het was een teken, dat weet de gepensioneerde basisschoolleraar zeker. Zijn zoon, zijn oudste, was vertrokken zonder hem om zijn zegen te vragen, vertelt Demlabing. Pas daags voor zijn vlucht had Eric hem opgebeld en over zijn plannen verteld. „Rusland”, herhaalt zijn vader twee jaar later in de leegte van de kamer waar de muren zijn behangen met vergeelde familiefoto’s en papieren slingers aan het plafond hangen.
„Hij wist niet eens hoe je een wapen moet vasthouden.”
Dat zijn zoon na die eerste poging op het vliegtuig terug naar Kameroen werd gezet, zag Demlabing als een waarschuwing. „Onze voorouders waren niet akkoord. Dat zei ik ook tegen hem. Kom terug naar Bafoussam, dan bedenken we samen een ander plan. Maar hij wilde niet luisteren. Papa, het leven is duur hier, zei hij. Je veux partir.” Ik wil gaan.
In december 2024, een maand nadat de Russische douane hem had teruggestuurd, vertrok Eric Donald (‘MacDonald’ voor zijn vrienden), 39 jaar en vader van drie kinderen, opnieuw. Samen met zeven anderen, de meesten uit Bafoussam, kwam hij Rusland dit keer wel binnen. Niet lang daarna stuurde Eric zijn familie en vrienden voicememo’s vanuit de loopgraven in Oekraïne. „Hij zei dat hij liever daar stierf dan in Kameroen”, zegt zijn vader zacht.
Zijn laatste berichtje stuurde Eric Demlabing op 10 februari 2025. Die avond zouden ze weer op missie gaan, hoor je hem half fluisteren. Hij kwam nooit meer terug.
In de slopende oorlog van Rusland tegen Oekraïne zijn ze een even opvallend als bekend gezicht geworden, de duizenden rekruten uit andere werelddelen. Ze komen uit Azië, Latijns-Amerika en vooral uit Afrika. Gelokt, sommigen onder valse voorwendselen, door een betere toekomst: een tot dan toe voor hen ondenkbaar hoog salaris, Russisch staatsburgerschap.
De buitenlandse rekruten moeten het steeds grotere gat dichten waarmee Rusland wordt geconfronteerd. Volgens de betrouwbaarste tellingen kwamen sinds het begin van president Poetins „speciale operatie” al minstens 280.000 Russische soldaten om. Een veelvoud raakte (zwaar) gewond. Het lukt het leger niet om tegen die kolossale verliezen op te rekruteren, ondanks beloftes van duizenden dollars aan salaris en bonussen.
Terwijl in Rusland de angst voor nieuwe mobilisatie groeit, komt het antwoord voor het leger steeds meer van over de grens. Volgens de Oekraïense inlichtingendiensten vechten en vochten zo’n 46.000 niet-Russische rekruten mee met het Russische leger, onder wie minstens 5.400 Afrikanen uit landen als Zimbabwe, Kenia en Ghana. Volgens Oekraïne zijn zeker 500 van hen inmiddels overleden.
Bafoussam, Kameroen, de stad waar Eric Demlabing vandaan kwam.
Een groep die opvallend vaak opduikt, zijn Kameroeners. Het Centraal-Afrikaanse land dat al vier decennia wordt geregeerd door de nu 93-jarige autocraat Paul Biya, is de afgelopen drie jaar een belangrijk vertrekpunt geworden voor jongens en mannen die in het Russische leger een uitweg zien voor hun economische situatie.
„Dit gebeurt in een context waarin andere migratieroutes, naar Europa, naar de Verenigde Staten, grotendeels zijn afgesloten”, zegt de Kameroense onderzoeker Raoul Sumo Tayo die is verbonden aan de Afrikaanse denktank Institute for Security Studies (ISS). „En onze overheden bieden jongeren hier geen perspectief.”
Tekenend is volgens Sumo Tayo dat veel van de Kameroeners die naar Rusland vertrokken uit het leger komen. In hun eigen land worden de soldaten ingezet in tal van conflicten, van het noorden dat wordt geplaagd door terroristen van onder meer Boko Haram tot het westen waar al tien jaar een bloedige afscheidingsoorlog woedt. Maar de soldij die zij maandelijks van het Kameroense leger ontvangen, is minimaal.
„Sommigen maken op een gegeven moment een simpele rekensom”, zegt de onderzoeker, die enkele gedeserteerde soldaten sprak. „Riskeer ik mijn leven voor de 200 euro per maand die een soldaat hier krijgt, of ga ik naar Rusland waar ik het tienvoudige, zo’n 2.100 euro, kan verdienen?”
Hoeveel Kameroense soldaten inmiddels naar Rusland zijn vertrokken, is niet bekend. Maar genoeg om de minister van Defensie te alarmeren: in een uitgelekte memo riep hij vorig jaar legerofficieren op de controles op hun troepen op te voeren en reizen naar het buitenland zonder toestemming vooraf, voor al het legerpersoneel te verbieden.
Het zijn niet alleen soldaten die naar Rusland gaan. Honderden Kameroeners als Eric Demlabing, mannen zonder enige militaire ervaring, eindigden naast hen aan het front. Zij vertrekken in veel gevallen vrijwillig en bewust. Om te begrijpen waarom, reisde NRC naar Douala en Bafoussam en sprak met familieleden en vrienden van Eric Demlabing, en met een buurtgenoot die in december 2024 met hem op het vliegtuig naar Rusland stapte. „Sommigen kiezen de zee of de woestijn om te sterven”, zegt hij. „Anderen nemen deze route.”
Eric was veel. Een invalleraar Frans. Acteur. Kok. Een hobbyleraar dans. Flyerontwerper. Presentator en animator van evenementen. En in hun vriendengroep in Bafoussam de gangmaker, zegt Levis Dzezabe. „Hij was zo’n beetje de bekendste animator van Bafoussam. Hij had een heel mooie stem voor de microfoon.” Maar Eric was ook instabiel. In zijn relaties, in zijn werk. Drie kinderen bij drie vrouwen. Steeds weer ontslag nemen. „Op een gegeven moment begon dat hem te frustreren. Hij had de indruk dat iedereen vooruitging, behalve hij.”
Ze waren een groep van zeven, allemaal jongens uit de buurt. Zakelijk ging het in 2024 eindelijk iets beter, maar financieel bleef het sprokkelen voor Eric Demlabing. Toen ging zijn laatste relatie uit en papte zijn ex aan met een vriend van hen. „Eric trok dat niet”, zegt Dzezabe, een vriendelijke dertiger met een ringbaardje en leren pet op. „Hij dacht dat als hij geld had gehad, ze nooit naar die vriend was gegaan.” Dus dat Eric begon te praten over weggaan uit Kameroen, verbaasde niemand. Erics jongste broertje zat al in het buitenland: een paar jaar eerder was hij naar Koeweit vertrokken om daar voor een Turks bouwbedrijf te werken.
„Iedereen hier zoekt naar kansen om weg te gaan”, zegt Dzezabe.
Vader Demlabing vertelt dat Erics broertje zou proberen hem aan een baan te helpen, in Koeweit of liever nog in een Franstalig land. Maar dat kwam niet van de grond.
Vader Fabien Demlabing voor zijn huis in Bafoussam.
Via aangetrouwde familie kwam Eric in contact met een man uit Bafoussam die in Moskou woont en met een Russische is getrouwd. Deze Pascale (zijn achternaam is bij de redactie bekend), een zwager van zijn zusje, vertelde Eric over de hoge legersalarissen in Rusland en een tekenbonus van ruim 10.000 euro (inmiddels is dat hoger). Meer geld dan Eric ooit had gezien.
De kosten van de reis en het papierwerk zou Pascale voorschieten. Als Eric eenmaal in Rusland was en zijn tekenbonus had ontvangen, kon hij hem terugbetalen. Eén jaartje dienen, dat was het. „Pascale benadrukte vooral het positieve”, zegt Erics jongste broer William Demlabing thuis bij hun oom in Douala, de een na grootste stad van Kameroen, waar hij tegenwoordig woont. „Wij hebben onze ogen [voor al het andere] gesloten.”
Ruslands verwoede pogingen meer soldaten voor hun oorlog in Oekraïne te vinden, is een lucratieve business gebleken. Verschillende Russische regio’s bieden ronselaars bedragen die oplopen tot duizenden euro’s per nieuwe rekruut. Volgens het Russisch onderzoeksmedium iStories ging alleen al in de eerste maanden van dit jaar tachtig miljoen euro naar ‘wervingsbureaus’.
Zowel binnen als buiten Rusland wordt daar volop van geprofiteerd, blijkt onder meer uit een in februari verschenen rapport van de Zwitserse ngo INPACT, dat Ruslands invloed in Afrika onderzoekt. In dat rapport, met als titel ‘De handel in wanhoop’, documenteren de auteurs hoe malafide reis- en uitzendbureaus in Afrika op sociale media adverteren met Russische visa en baantjes die soms niets te maken hebben met het leger. Als beveiliger, bijvoorbeeld, of als kok. Maar de eindbestemming is het front.
Begin dit jaar nog werd in Kenia de baas van zo’n uitzendbureau aangeklaagd voor het „misleiden met als doel uitbuiting” van meer dan twintig landgenoten die hij civiele banen in Rusland had beloofd in ruil voor in totaal 18.000 dollar (16.000 euro) voor visa, reis- en verblijfskosten. In werkelijkheid stonden ze volgens de politie op het punt naar Rusland te vliegen om een contract bij het Russische leger te tekenen.
In Zuid-Afrika doet de politie onderzoek naar beschuldigingen dat de dochter van voormalig president Jacob Zuma op soortgelijke wijze zeventien mannen naar het front in Oekraïne zou hebben gestuurd; zij dachten naar Rusland te gaan voor een training als bodyguards voor VIPs. Zuma’s dochter ontkent en zegt zelf te zijn misleid. Volgens een vorige week uitgekomen rapport van een VN-onderzoekscommissie werken lokale ronselaars nauw samen met partijen in Rusland.
Er wordt ook openlijk geronseld, onder meer op populaire kanalen als TikTok en Telegram. Door anonieme accounts met namen als Russie Travel en hashtags als #camerountiktok, maar ook door influencers en rekruten zelf, zoals Obiorah Okechukwu, een uit Nigeria gedeserteerde soldaat die meer dan 27.000 volgers verzamelde met zijn video’s vanaf het front. Op zijn account is het inmiddels al even stil.
Eric Demlabing wist waar hij aan begon – voor zover dat kon. „Toen hij ons vertelde dat hij voor het Russische leger wilde vechten, verklaarden we hem voor gek”, zegt zijn jeugdvriend Levis Dzezabe. In die tijd gingen er al verhalen rond dat Afrikaanse rekruten naar de voorste linies werden gestuurd. Een Zuid-Afrikaanse rekruut die begin dit jaar met hulp van zijn regering wist terug te keren, omschreef henzelf tegenover nieuwszender Al Jazeera als „kanonnenvoer”.
„Dit is zelfmoord, zeiden we. Maar Eric had het al helemaal uitgedacht.”
Op de eerste video’s die Eric Demlabing uit Rusland naar zijn vader stuurde, staat hij met twee Afrikaanse mannen, mutsen op en sjaals om, en enkele Russische soldaten in de straten van Sint-Petersburg. Het is midden december 2024. „Ze namen hen mee op een tour door de stad”, zegt Fabien Demlabing terwijl hij langs beelden op zijn telefoon scrolt. Dan verschijnt op zijn scherm zijn zoon in militair tenue, helm op en geweer in de hand.
„Dat was een week later.”
Reisde Eric bij zijn eerste poging nog alleen naar Rusland, de tweede keer had dezelfde Pascale een groep van acht bij elkaar geronseld, van wie vijf man uit Bafoussam. Het was Eric die hem met Pascale in contact bracht, zegt een van zijn reisgenoten. Hij en Eric kenden elkaar al jaren uit de „showbizz” van Bafoussam. Toen hij via WhatsApp hoorde van Erics mislukte Ruslandavontuur en zijn voornemen opnieuw te gaan, haakte hij aan.
„Het is niet makkelijk in Kameroen”, zegt hij. „Iedereen vertrekt in de hoop dat het ergens anders beter is.” Als dat een oorlog is, het zij zo. „Als ik sterf, is dat mijn lot.” NRC spreekt de inmiddels ex-rekruut telefonisch vanuit Sint-Petersburg waar hij nu als burger woont, samen met drie anderen uit hun groep die het einde van hun jaarcontract wel haalden. Zijn naam is bij de redactie bekend, maar hij blijft uit veiligheidsoverwegingen anoniem.
Vanuit Oekraïne stuurde Eric Demlabing foto’s naar huis.
Het idee was dat ze als groep bij elkaar zouden blijven, vertelt de ex-rekruut. Maar na een twee weken durende militaire training in de Russische stad Rostov werden ze door hun instructeurs opgesplitst. Zes werden in een vrachtwagen gezet met als eindbestemming Donetsk, een door Rusland bezette regio in Oost-Oekraïne. Eric en een naamgenoot uit Bafoussam werden naar de naastgelegen en eveneens bezette regio Loehansk gestuurd.
Via WhatsApp hielden ze contact, zoals Eric ook zijn familie en vrienden voicememo’s en video’s stuurde zodra hij verbinding had. En veel foto’s natuurlijk. Met zijn „frères” uit Kameroen of de Centraal-Afrikaanse Republiek. Met zijn Russische collega’s. Die eerste weken oogt hij vrolijk, zelfs uitgelaten. Zoals wanneer hij met een paar soldaten, allen zichtbaar niet-Russen, in een gebouw staat dat ze kort daarvoor op Oekraïners hebben veroverd.
„Schattenjacht”, grapt hij in een korte video waarin hij een ‘tour’ geeft.
In hun vriendengroep vroegen ze Eric of hij zich niet schuldig voelde dat hij op Oekraïners schoot, vertelt Levis Dzezabe. „Hij zei dat het hem niet kon schelen wie gelijk heeft in deze oorlog. Als Oekraïne hem hetzelfde geld had geboden, had hij net zo goed voor hen gevochten.” Eric was trots op zijn reis, zegt Dzezabe. „Hij was trots dat hij in het Russische leger diende en tussen de witte mensen zat. Voor zijn gevoel had hij het gemaakt.”
Levis Dzebaze (36) mist zijn vriend. „We spraken elkaar bijna dagelijks.”
Uiteindelijk is het iets van alle tijden, zegt ISS-onderzoeker Raoul Sumo Tayo. Hij wijst op de zogenoemde Tirailleurs Sénégalais, de koloniale troepen die ten tijde van de Eerste en Tweede Wereldoorlog door Frankrijk uit West- en Centraal-Afrika werden gehaald om met het Franse leger mee te vechten. „Diezelfde logica zien we vandaag terug, alleen gaat het nu niet meer om koloniale loyaliteit, maar om economische overwegingen.”
Ondanks hun kritiek op Ruslands „roofachtige rekruteringspraktijken” over de grens, rekruteert Oekraïne zelf ook buitenlandse strijders, onder meer uit Afrika. Onduidelijk is om welke aantallen het gaat: vragen hierover lieten de Oekraïense strijdkrachten onbeantwoord. Tegen de BBC zei minister van Buitenlandse Zaken Andrii Sybiha recentelijk wel dat „volgens de Oekraïense wet buitenlanders zich vrijwillig mogen melden”.
Het duurde niet lang voor de toon in Erics berichten begon te veranderen. Het leven in de loopgraven viel hem zwaar, zegt zijn vader. In een van zijn laatste video’s, hij zat toen acht weken aan het front, vertelt hij over het gebrek aan eten en drinken, over de schurft over zijn hele lijf, doordat hij al weken niet kon douchen. „Hij begon zich zorgen te maken”, vertelt Dzezabe. Jongens uit zijn bataljon keerden niet terug van missies, anderen deserteerden.
„Deze verdomde oorlog komt maar niet ten einde”, gromde Eric in zijn laatste voicememo, vlak voor hij en zijn naamgenoot op missie moesten.
Daarna bleef het stil. Eerst dagen, toen maanden. Hij bleef hoop houden, zegt zijn vader. „Misschien was hij gevangen genomen.” Pogingen van de familie en Erics vrienden om informatie uit Rusland te krijgen, onder meer via de aangetrouwde Kameroener die hen liet komen, liepen op niets uit. „Niemand kon ons zeggen wat er met Eric was gebeurd.”
Het antwoord kwam uiteindelijk via de Zwitserse nonprofit-organisatie INPACT. Die publiceerde begin dit jaar een Russische lijst met daarop namen van 316 omgekomen Afrikaanse rekruten. Meer dan negentig kwamen uit Kameroen. Eén van hen: Eric Donald Demlabing Fomete. Contract getekend op 20 december 2024. Gestorven op 13 februari 2025.
De naam van Eric Demlabing op een lijst van gesneuvelden op zijn vaders telefoon.
Van de groep van acht met wie Eric vertrok, hebben drie hun tijd aan het front niet overleefd, onder wie de twee Erics. Een raakte zwaargewond en keerde terug naar Kameroen. Vier anderen zijn in Rusland gebleven toen hun eenjarig contract erop zat. Daar doen ze momenteel niet veel, zegt de ex-rekruut met wie NRC sprak. „We zijn nog aan het uitzoeken of we hier willen blijven.”
Vrijwel dagelijks krijgt hij berichtjes uit Kameroen van jongens die ook bij het Russische leger willen. „Maakt niet uit of we sterven. Dat zei ik destijds ook. Maar als je hier bent, als je ziet wat wij hebben gezien, dan wil je alleen nog maar terug. Maar je hebt een contract getekend, dus dat kan niet. God heeft mij gespaard, zeg ik ze, maar ik ben een vriend verloren. Dat is de realiteit.”
Op de bank in Bafoussam, in een trainingspak van de school waarvoor hij heeft gewerkt, verschiet de stem van vader Fabien Demlabing. Hij heeft zich opgesloten in zijn huis, zegt hij. „Af en toe word ik gebeld. Door familie, vrienden, collega’s van Eric. Ze willen weten wanneer ik de begrafenis ga organiseren. Maar hoe moet je een begrafenis organiseren van iemand die je niet kunt zien, van wie je het lichaam niet hebt?”
Het is het enige wat hij nog wil. Het lichaam van zijn zoon. En ook bevestiging. „Ik wil dat iemand uit Rusland mij zegt dat mijn kind echt dood is.” Demlabings middelste zoon, Eric komt uit een gezin van zes, ging een paar maanden geleden naar de Russische ambassade in de hoofdstad Yaoundé, maar daar kwam niets uit. „Ze zeggen dat iemand van de familie naar Rusland moet, om meer informatie te krijgen.”
Fabien Demlabing kan zijn zoon niet begraven.
Naar Rusland gaan. Demlabing schuift met de inhalator naast hem op de bank – hij is astmatisch. „Van welk geld?” Sinds hij in 2021 stopte als leraar, „na 39 jaar dienst”, heeft hij nog geen enkele keer zijn pensioentje ontvangen. Hij is de tel kwijt van hoe vaak hij al met zijn dossier bij instanties heeft aangeklopt. „Het land is wat het is”, zucht hij.
Op hulp van zijn regering rekent Demlabing in ieder geval niet. Anders dan landen als Ghana en Kenia die zich het afgelopen jaar uitspraken tegen de rekrutering van hun burgers, houdt Kameroen zich stil over dit onderwerp.
Demlabing loopt de kamer uit en komt terug met een mok en een in hout gegraveerd plaatje met zijn gezicht erop en een onderscheiding die hij bij zijn pensioen kreeg: officier des palmes académiques. Die had Eric gemaakt, zegt hij trots. Dan, stiller: „Van al mijn kinderen was hij degene op wie ik mijn hoop had gevestigd.”
Met medewerking van Blaise Eyong en Simone Peek
Voor dit verhaal reisde NRC naar Douala en Bafoussam in Kameroen en sprak met familieleden en vrienden van Eric Demlabing, evenals een mederekruut die met hem naar Rusland reisde. NRC kreeg ook toegang tot WhatsApp-gesprekken, foto’s en video’s evenals een kopie van het contract dat Demlabing met het Russische leger tekende. Een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken van Kameroen zegt geen antwoord te kunnen geven op vragen die NRC stuurde. De Russische ambassade in Yaoundé en de Kameroense ambassade in Moskou reageren niet op telefoontjes en vragen per email. Het Oekraïense leger ging niet in op vragen over buitenlandse rekruten die met Oekraïne meevechten.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie