CDA-congres Partijleider Henri Bontenbal laat zich in de onderhandelingen over het Belastingplan zien als de grote verbinder. Daarmee profileert het CDA zich niet per se inhoudelijk. „CDA’ers vormen de brug. Maar het punt is: een brug zie je niet, daar loop je overheen.”
Henri Bontenbal (rechts) overlegt met Mirjam Bikker van de ChristenUnie op de eerste dag van de Algemene Politieke Beschouwingen
CDA-leider Henri Bontenbal pakt de handschoen op, kondigde hij dinsdag aan. Nu het kabinet er niet in is geslaagd een meerderheid te vinden voor het Belastingplan, is Bontenbal vastberaden die wél te regelen. Het minderheidskabinet van premier Rob Jetten (D66) heeft wel in de Tweede maar niet in de Eerste Kamer een meerderheid voor zijn plannen en gaat ervan uit dat de senaat het Belastingplan niet weg durft te stemmen. Een veel te grote gok, vindt Bontenbal, die het „casino-politiek” noemde.
Met zijn zet kreeg hij veel media-aandacht. Hij trekt dan ook een grote en risicovolle opgave naar zich toe. De onderhandelingen zitten na bijna drie maanden muurvast en al op 12 november stemt de Tweede Kamer over het Belastingplan. Bovendien: doordat de partijleider zich opwerpt als redder, zal het gezichtsverlies voor het CDA groot zijn als Bontenbal niet slaagt.
Tegelijkertijd maakt hij het CDA, in ieder geval tijdelijk, een stuk zichtbaarder. En dat is hard nodig. De partij groeide bij de afgelopen verkiezingen van vijf naar achttien zetels met een pleidooi voor „normale politiek” en „fatsoen”, voor samenwerken in plaats van polariseren. Dat normen-en-waardenverhaal past goed bij het CDA-dna, maar is inmiddels klem komen te zitten tussen dat van de andere coalitiepartijen VVD en D66, die zich duidelijker weten te profileren.
Met zijn opstelling – samenwerken, zoeken naar compromissen – en ook doordat het de middenpartij is in de coalitie, is het CDA nog slechts de lijm tussen de rechtse VVD en het linksere D66. Die rol is alleen maar groter geworden sinds de begrotingsonderhandelingen van het minderheidskabinet met de oppositie bijzonder stroef verlopen, mede doordat D66 en VVD vaak recht tegenover elkaar staan. „Het is lastig je te profileren als je boodschap gaat over samenwerken en elkaar vinden, als je in een periode zit waarin de tegenstellingen behoorlijk hoog oplopen”, zegt politicoloog Matthijs Rooduijn van de Universiteit van Amsterdam (UvA). „Dan verdwijn je in al het rumoer eromheen.”
Door zich nu vóór de schermen te laten zien als grote verbinder, heeft Bontenbal een manier gevonden om zichtbaarder te worden zonder dat hij het CDA-verhaal hoeft los te laten. Maar dat is waarschijnlijk tijdelijk. En het geeft het CDA niet per se inhoudelijk meer profiel, want het blijft onduidelijk voor welke zaken de partij nou precies strijdt.
Vooral de VVD lukt het nu goed om te laten zien waar ze voor staat. Zo gaat het de hele tijd over box 3, omdat het de partij gelukt is een vurige wens in vervulling te laten gaan: een versnelde overstap naar een vermogenswinstbelasting, zodat burgers alleen belasting hoeven te betalen over het daadwerkelijke rendement. En de VVD laat iedereen horen dat er voor de dekking daarvan níét getornd mag worden aan haar dierbare hypotheekrenteaftrek en de relatief lage erf- en schenkbelasting.
Rooduijn: „De VVD houdt veel sterker vast aan bepaalde ideeën dan het CDA. D66 heeft met Rob Jetten de premier en is daardoor per definitie zichtbaarder.” Tegelijkertijd wijst hij erop dat VVD en D66 er óók niet goed voor staan in de peilingen. „De VVD is enorm zichtbaar, maar niet op een goede manier. Die partij wordt juist verweten te star vast te houden aan haar wensen.”
Of de zichtbaarheid van het CDA deze zaterdag op het partijcongres in Almere onderwerp van discussie zal zijn, is de vraag. In de fractie klinkt dat het probleem wordt gezien. Daar heerst de vrees dat ze straks nog wel worden gewaardeerd, maar niet meer worden opgemerkt. Grote onrust lijkt er nog niet te zijn. Wel is er een doorlopend gesprek over: hoe trek je meer aandacht terwijl je trouw blijft aan de CDA-waarden?
Er zal één resolutie worden ingediend op het congres die enigszins aan het probleem raakt. Het is een resolutie van het CDJA, de jongerenclub van het CDA, die de partij oproept om met een langetermijnvisie voor „de volgende generatie” te komen. Ze vindt dat het kabinet niet genoeg oog heeft voor jongeren. De „druppel”, zegt CDJA-voorzitter Joanne Sloof, was de stijgende rente op studieschulden. De coalitie had beloofd die rente vast te zetten op 2,5 procent, maar dat plan bleek later toch te duur. Volgens haar is dit een kans voor het CDA om „meer kleur op de wangen te krijgen”, zijn „sociale gezicht” te laten zien. „Het is fijn als je de lijm bent in de coalitie, maar je zit ook in een kabinet om je eigen waarden na te leven, je te profileren en op te komen voor je achterban.”
In de Tweede Kamerfractie van het CDA is er veel vertrouwen in Bontenbals visie, waar hij over het algemeen zelf duidelijk aan vasthoudt. In debatten valt hij andere Kamerleden zelden hard aan en zegt hij voortdurend dingen als: „Als we niet naast elkaar staan, komen we tegenover elkaar te staan.”
Maar dinsdagavond week hij opeens af van zijn eigen lijn en zette hij op televisie de coalitieverhoudingen op scherp. In talkshow Eva vroeg presentatrice Eva Jinek om „man en paard” te noemen: wie was er volgens Bontenbal verantwoordelijk voor die ‘casino-politiek’? Dat was volgens Bontenbal „duidelijk”: „de VVD”. Dat was niet alleen een uitzonderlijke opmerking voor Bontenbal, het is sowieso ongebruikelijk dat een coalitiepartij een andere coalitiepartij hard aanvalt. Er was dan ook chagrijn over bij VVD en D66 en Bontenbal wist zelf ook dat hij ver was gegaan.
Liever wordt het CDA zichtbaarder op andere manieren. Ze heeft daar geen vaste strategie voor uitgedacht, maar er is wel een doorlopend gesprek over tussen Kamerleden, met persvoorlichters, beleidsmedewerkers, maar ook CDA’ers van buiten de Kamer. En elk Kamerlid neemt weer andere lessen mee. De een probeert in debatten meer tegengas te geven, om verschillen meer te benadrukken. De ander probeert successen nadrukkelijker te claimen op sociale media. Maar allemaal op een CDA-manier, dus niet hijgerig, niet op de persoon, respectvol. In de fractie is wat ergernis te proeven over de schreeuwerigheid van de VVD en de gelikte D66-video’s op sociale media.
„Het kabinet,” zegt Pieter Jan Dijkman, directeur van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA, „rommelt van crisis naar crisis. En wat doen CDA’ers dan? Die vormen de brug. Maar het punt is: een brug zie je niet, daar loop je overheen.” Het heeft volgens Dijkman te maken met het CDA-mensbeeld: je vult elkaar aan in je tekorten. „Dat leidt tot een politieke stijl van samenwerking, met het electoraal-strategische gevaar dat je minder zichtbaar bent.” Hij vindt dat de CDA’ers „rustig moeten blijven ademhalen”, terwijl de partij verder gaat met het ontwikkelen van langetermijnvisies. En ja, die moeten dan op een gegeven moment wel iets meer en steviger naar buiten worden gebracht.
Gaby Heine, fractievoorzitter van CDA Maastricht, vindt dat er sneller iets moet gebeuren. Dat de inhoudelijke lijn die er al is „veel scherper” geformuleerd moet worden. „Overal eigenlijk: in debatten, in het nieuws, op sociale media.” Ze had bijvoorbeeld graag gezien dat het CDA zich had verzet tegen het belasten van kleine spaarders, een (inmiddels ingetrokken) voorstel van het kabinet om de overstap naar vermogenswinstbelasting te betalen. Daar had het CDA volgens Heine op kunnen springen met een „middenklasseverhaal”.
Ze vindt ook dat de CDA-fractie „pitbulls” mist, die „wat feller en scherper” zijn. Maar dat kan misschien nog komen, denkt ze, want veel Kamerleden zijn nieuw. Dat ziet de CDA-fractie zelf ook als een factor: ze heeft zoveel nieuwe Kamerleden dat er nog een hoop te leren valt.
Volgens Marcel Hanegraaff, Statenlid voor CDA Limburg, is de onzichtbaarheid van de fractie echt iets „waar ze zich zorgen om maken”. „Maar waar ze een beetje op gokken is dat het kabinet de begroting erdoorheen krijgt, een aantal jaar blijft zitten en dat het CDA daar dan de beloning voor krijgt, omdat zij wél gericht was op iets voor elkaar krijgen.”
Ook politicoloog Matthijs Rooduijn denkt dat als het kabinet beter gaat functioneren, het CDA te boek kan komen te staan „als de partij die het minderheidskabinet heeft laten werken”. Als het Bontenbal lukt om komende week een meerderheid te vinden, zou die beloning weleens sneller kunnen komen dan verwacht. Maar als het kabinet het straks nóg moeilijker krijgt, zou het CDA zijn aanpak moeten heroverwegen.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie