Een collectieve paniekaanval overmande donderdag de beurzen: beleggers verkochten massaal hun AI-aandelen. Zijn we hier getuige van het knappen van een zeepbel? Of kan de ‘irrationele exuberantie’ rond AI nog wel even voortduren? Twee ‘zeepbellologen’ aan het woord.
is economieredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over de financiële sector.
Een eindeloze regenboog. Daarmee vergeleek Anthropic-topman Dario Amodei onlangs het in zijn ogen immense potentieel van kunstmatige intelligentie. ‘Er is geen einde aan de regenboog, er is alleen maar regenboog’, zei hij tegen de Financial Times.
Plotseling hangt er echter even geen regenboog boven de AI-industrie, maar louter regenwolken. De monsterzege van de Democraten bij de tussentijdse verkiezingen in de Verenigde Staten leidde donderdag tot een paniekverkoop van techaandelen op de Amerikaanse beurs. Techbeurs Nasdaq verloor 6,4 procent en zo’n 3.200 miljard dollar aan Amerikaanse beurswaarde ging verloren.
Dit gebeurde niet alleen omdat de Democraten minder welwillend tegenover AI staan dan de Republikeinen. Dinsdag spraken veel Amerikanen zich in lokale referenda ook nog eens uit tegen de bouw van datacenters. En deze energie-, water- en geldslurpende bouwsels van Amazon, Google, Microsoft en andere hyperscalers moeten nu juist de rekenkracht leveren waarmee AI-bedrijven als Anthropic en OpenAI hun chatbots trainen.
Een rem op datacenters maakt de met steeds meer schulden gefinancierde investeringen in AI, verhoudingsgewijs de grootste investeringshausse in de hele Amerikaanse geschiedenis, plots een stuk onzekerder. En dat leidt ook tot zorgen bij geldschieters, zoals banken. Zo meldde persbureau Bloomberg vrijdag dat de Nederlandse bank ING datacenterleningen ter waarde van een half miljard euro van de hand probeert te doen.
Zijn we momenteel getuige van het knappen van de AI-zeepbel, zoals een groeiend leger van sceptici de investeringshausse noemt? Dat is misschien te snel geoordeeld, denkt economisch historicus William Quinn van de Queen’s University in Belfast. Hij schreef samen met zijn collega John Turner het boek Boom and Bust: A Global History of Financial Bubbles.
‘In tegenstelling tot zeepbellen van de badkamer-variant knappen financiële zeepbellen vaak niet in één keer, maar heel geleidelijk. Neem de internetzeepbel van begin deze eeuw: mensen waarschuwden al midden jaren negentig dat het foute boel was, onder wie Fed-voorzitter Alan Greenspan met zijn beroemde toespraak over de ‘irrationele exuberantie in de dotcom-sector.’
‘Toch duurde het nog tot het jaar 2000 voordat de koersen van de internetbedrijven instortten. Het leeglopen van de internetzeepbel nam uiteindelijk zo’n twee jaar in beslag.’
Wellicht herstellen techbedrijven zich de komende tijd weer. Het Veldhovense ASML, als monopolist van geavanceerde chipmachines een van de spekkopers van de AI-hausse, verloor donderdag bijvoorbeeld meer dan 8 procent op de beurs, maar won vrijdag tijdens de eerste handelsuren ook weer 4 procent.
Het neemt niet weg dat de AI-boom in Quinns ogen aardig wat kenmerken vertoont van een van die episodes van financiële verstandsverbijstering waar de mensheid eens in de zoveel tijd last van heeft, à la de tulpenmanie of de kredietcrisis. Dat constateert ook econoom Rik Frehen van de Universiteit van Tilburg, net als Quinn een soort ‘zeepbelloloog’.
‘Financiële zeepbellen gaan historisch gezien altijd hand in hand met een bepaalde innovatie, zoals treinen in de negentiende eeuw of verzekeringsmaatschappijen in de achttiende eeuw. Het is alleen vaak moeilijk in te schatten hoeveel winst een innovatie werkelijk gaat opleveren. Naarmate de tijd verstrijkt blijken de winstprognoses dan te optimistisch te zijn geweest, en moeten de verwachtingen flink naar beneden worden bijgesteld. Dat zou nu bij AI ook het geval kunnen zijn.’
De retoriek waarmee AI-bedrijven de verwachtingen rond hun technologie hebben opgepompt, is zonder weerga, denkt Quinn. ‘Er zijn nog nooit bedrijven geweest die suggereerden dat hun technologie zo krachtig is dat ze er ofwel de mensheid mee kunnen vernietigen, of er een paradijs op aarde mee kunnen realiseren.’
Deze retoriek, in combinatie met de inmiddels vele honderden miljarden dollars aan bedrijfsschulden om de datacenters te betalen, maakt de kans aanzienlijk dat we over enkele jaren zullen terugkijken op de AI-hausse als een zeepbel, vermoedt Quinn. ‘Maar het is moeilijk te zeggen in welk stadium we precies verkeren.’ Misschien loopt de gekte al op zijn einde, zegt hij, of misschien zal de ‘irrationele exuberantie’ alleen nog maar toenemen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant