is schrijver en columnist voor de Volkskrant.
Af en toe zijn er onderwerpen waarover ik niet durf te schrijven. Dit gebrek aan durf kent doorgaans één oorzaak: ik ben bang voor wat mijn vader ervan vindt. Soms overwin ik die angst en soms niet. Vandaag is het een heuglijke dag, want ik heb de moed opgevat om iets te bespreken waar mijn vader ongetwijfeld wat van vindt: fillerinjecties.
Een jaar geleden heb ik namelijk kaakfillers genomen. Het moment waarop de naald mijn huid binnenging, drong tot me door dat de cosmetisch arts dezelfde voornaam had als mijn vader. Ergens geloofde ik dat dit mijn verraad aan hem vergrootte – mijn oude, nuchtere vader, ingeruild voor een jongeman, handelend in ijdelheid.
Of onzekerheid. Het is maar hoe je ernaar kijkt. Mijn cosmetisch arts had hier zelf een stellige mening over: hij behandelde uitsluitend mensen, zei hij, die zichzelf volledig hadden geaccepteerd. Ik vond dit een buitengewoon geestige redenering die zich moeilijk laat vergelijken met iets anders, maar die misschien iets wegheeft van een sigarettenverkoper die haar peuken alleen verkoopt aan mensen zonder nicotineverslaving.
Toch was ik al langer bekend met de paradox die mijn cosmetisch arts als uitgangspunt nam. In de transzorg struikel je over de dokters die enkel tot behandeling overgaan wanneer degene voor hen geen enkele vorm van psychisch leed ervaart. Althans, genderdysforie mogen we ervaren, we mogen enkele zeer specifieke aspecten van onszelf verachten, maar verder moet het fantastisch met ons gaan.
De zomer waarin ik kaakfillers nam, haatte ik mezelf. Niet omdat ik trans ben, maar gewoon. Volgens mij moet dat kunnen: jezelf eens flink haten. Mijn moeder had daar soms ook last van. Jezelf niet alleen niet knap vinden, maar jezelf haten, jezelf met de grond gelijk willen maken.
Ten einde raad belandde ik bij de man die niets van doen wilde hebben met onzekerheid. Hij zei direct te zien wat er mis met me was: een gebrek aan kaak. Het luchtte me op om te horen wat er mis met me was, ook omdat er direct iets aan gedaan kon worden. Ik heb toen 900 euro afgerekend voor iets dat in vijf minuten was gebeurd.
‘Ik zet alleen de puntjes op i’, zei mijn arts. Die puntjes bleken zo subtiel dat ik na een maand aan mezelf moest toegeven dat ik het verschil eigenlijk niet zag. Toch voelde ik me iets beter over mezelf. Inmiddels wil ik alweer een paar maanden terug, maar ontbreekt het me aan geld. Te arm voor een kaak, zo zou je me momenteel kunnen omschrijven. Bij mijn vader zal ik in elk geval niet aankloppen.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant