Kunstmatige intelligentie Je tijd zo efficiënt mogelijk besteden, de juiste fitnessroutine kiezen, werk boven alles stellen: door eindeloze zelf-optimalisatie gaan mensen volgens Mathijs Mul steeds meer op algoritmes lijken. Terwijl die beweging eigenlijk andersom zou moeten lopen.
Vanaf 12 november gaat AI-ontwikkelaar Anthropic strenger optreden tegen personen die zijn chatbot Claude psychologisch mishandelen. Menig klantcontactmedewerker zal Claude benijden. Terwijl het bedreigen en uitschelden van mensen in callcenters aan de orde van de dag is, wordt nu een robot tegen zulk gedrag in bescherming genomen.
Deze stap past in een ontwikkeling waarbij algoritmen steeds meer worden behandeld als mensen. Maar hoe groot of ‘slim’ ze ook worden – AI-modellen blijven matrices met cijfers. Daar is niets menselijks aan. Het is juist ons mensbeeld dat steeds algoritmischer is geworden.
Mathijs Mul werkt als Machine Learning Scientist bij Adyen. Hij is oud-redacteur van Propria Cures en auteur op muldozer.nl
Intussen wordt het functioneren van menselijke medewerkers almaar verder gekwantificeerd. Werkgevers verwachten prestaties die voldoen aan numerieke eisen in de vorm van metrics, targets en key performance indicators. Medewerkers zijn ‘human resources’ die een input via geprotocolleerde stappen converteren naar een output. Laat dit nou precies de definitie zijn van een algoritme.
Volgens data van het RIVM kampte in 2025 meer dan 20 procent van de Nederlandse werknemers met burn-outklachten. Dit percentage stijgt al jaren. Uitval wordt vaak verklaard door hoge werkdruk. Veel werkenden met burn-outklachten zeggen dat ze zich voelen als een machine die eindeloos moet blijven presteren. Schaarse vakantiedagen worden niet zinvol doorgebracht met geliefden en in onze directe omgeving, maar om ‘op te laden’ – nog zo’n veelgehoorde, robotische metafoor.
In zijn essay Aan het werk (2021) trekt historicus James Kennedy de parallel tussen zingeving vanuit religie en zingeving vanuit arbeid. Met de voortschrijdende secularisering zijn steeds meer Nederlanders hun baan gaan beschouwen als de basis van hun identiteit en de voornaamste betekenisgevende factor in hun bestaan. Misschien dat dit op korte termijn motiverend werkt, maar wanneer het werk wegvalt, legt deze manier van identiteitsvorming ook een bom onder de waarde van het leven. Je kunt vinden van God wat je wilt; de heiligheid van het menselijk leven is een aanzienlijk sterkere bekrachtiging dan een positief eindejaarsgesprek.
Het algoritmische input-outputdenken is nergens zo sterk als in werkcontext, maar ook in het privéleven is het bezig aan een opmars. Mensen leggen steeds minutieuzer hun agenda’s vast, inventariseren tot de calorie nauwkeurig hoeveel ze consumeren en brengen met apps in kaart aan welke activiteiten de meeste tijd verloren gaat. Op sociale media is zelf-optimalisatie alomtegenwoordig: het streven om de ‘beste versie van jezelf’ te worden door middel van de juiste fitnessroutines, vitaminepillen en maaltijdshakes.
Deze ontwikkelingen verstevigen een mensbeeld waarin alles een doel dient en er geen ruimte is om te nietsen of lummelen. Er is geen plek meer voor wat historicus Johan Huizinga homo ludens noemde: de ‘spelende mens’. Spelen is inherent non-productief en leidt dus af van de algoritmische focus op output. Het is iets om weg te optimaliseren, of tenminste te gelde te maken.
In het licht van ons verzakelijkte zelfbeeld is het logisch dat bedrijven als Anthropic hun chatbots menselijke eigenschappen toedichten. Claude en dergelijke modellen zijn – met behulp van extreem veel water, energie en hardware – getraind om input om te zetten in wenselijke output. Misschien maakt dit van Claude de ideale werknemer. Maar voor we de chatbot als mens gaan behandelen, moet hij eerst iets anders leren: lanterfanten.
Geen enkel AI-trainingsregime voorziet in deze fundamenteel menselijke vaardigheid. De mogelijkheid om iets te doen of juist te laten, enkel voor de lol, is voor AI-algoritmen een buitenaardse notie. Hun complete training is gebaseerd op de beloning van gedrag dat een verkozen output waarschijnlijker maakt. Als er niets te optimaliseren valt, dan valt er ook niets te trainen.
Authenticiteit en auteurschap staan ter discussie in een wereld waarin AI steeds meer taken kan uitvoeren die we van oudsher beschouwen als voorbehouden aan mensen. Maar voordat we AI-modellen als mensen gaan behandelen, mogen ze eerst wat beter worden in al die menselijke activiteiten die juist géén taken zijn.
De kans is klein dat Big Tech hier de komende tijd op gaat inzetten, omdat lummelen zo weinig oplevert. Precies de reden waarom het in ons eigen leven een steeds kleinere rol speelt. Laten we de ontwikkeling van AI aangrijpen als kans om juist dit niet-optimaliseerbare, niet-productieve talent van mensen te herwaarderen.
In deze tijd waarin steeds meer te automatiseren lijkt, kan zo’n revaluatie ons helpen om het menselijke te blijven respecteren. Het menselijke in onszelf, en in anderen – inclusief de callcentermedewerkers die je vanaf 12 november, in tegenstelling tot Claude, nog wel gewoon mag uitschelden.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie