Home

Het debuut van jeugddichter Saskia van der Wiel is levendig en treffend

Kinderboek Alledaagse kinderobservaties en -gedachten, van angst voor verhuizen tot prille verliefdheid: in haar bundel Dat past allemaal in je hoofd toont Saskia van der Wiel dat ze goed weet wat tienjarigen bezighoudt.

Een jeugdpoëziedebuut kun je Dat past allemaal in je hoofd van Saskia van der Wiel niet echt noemen: een heel aantal van de eenenvijftig gedichten verscheen al eens, onder andere in kindertijdschrift DICHTER van poëzie-uitgeverij Plint. Dat de poëziebundel toch als een eersteling voelt, komt omdat het boek duidelijk meer is dan een willekeurige, losse verzameling gedichten. Door de zorgvuldige selectie die Van der Wiel heeft aangebracht, de pagina vullende sfeerillustraties van Hendrickje van Dijk, en de heldere structuur in de delen Denken & Dromen, Zien & Horen en Voelen & Verlangen, vormt de bundel een aantrekkelijke, vanzelfsprekende eenheid.

Saskia van der Wiel: Dat past allemaal in je hoofd. Illustraties Hendrickje van Dijk. Luitingh-Sijthoff, 80 blz. € 19,99

Wat de gedichten sowieso al gemeen hebben is hun vrije versvorm en vertrekpunt vanuit kortstondige, alledaagse kinderobservaties en –gedachten. Van angst voor verhuizen (‘Griezelige gedachten’), klimaatzorgen (‘Onze planeet en haar mensen’) en Anne Franks kastanjeboom (‘Boom staat stil’), tot prille verliefdheid (‘Groentje’) en de komst van een halfblinde blije teckel (‘Tantes erfenis’), Van der Wiel lijkt goed te weten waarmee tienjarigen zich bezighouden en hoe dat hun binnenwereld kleurt. Dat resulteert in levendige gedichten die toegankelijk en licht van toon en taal zijn, met welluidende klankherhalingen, rake beelden en treffende zinnen.

Sterk bijvoorbeeld is het zintuigelijke begin van ‘De langste dag’: „De mussen vallen van het dak./ Bussen rijden door plassen hete lucht./ Huizen kreunen daken barsten/ bomen strooien bladeren takken.” Of wat te denken van de bedrieglijk eenvoudige regels „een motor scheurt/ een paar tellen/ de stilte stuk” in ‘Keihard’, waarin een kind, zo blijkt uit de context, voor het eerst een dodenherdenking meemaakt. Daarbij speelt Van der Wiel handig met regelafbrekingen die niet alleen het goedlopende ritme van de gedichten bepalen, maar door hun verschuivend perspectief soms ook een emotionele laag toevoegen. Zo maakt de op zichzelf staande slotzin in ‘Zacht’ het verdriet over de leegte die de overleden hond achterlaat extra invoelbaar: „Ze rust/ in haar vacht/ in haar mand/ onder bloemen.// Ik zeg haar iets/ dat niemand hoort.// Zacht/ daalt ze af/ in de aarde.// Grijze keien/ vormen een kring// waar ze niet is.”

Conflicterende emoties

Wat Van der Wiel doet, doet ze goed. Toch gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat ze met haar uitgangspunt, het alledaagse bezien door kinderogen, wel erg keurig binnen de lijntjes van de Nederlandstalige kinderpoëzie van de afgelopen decennia kleurt. Echt spannend, in de zin van ontregelend of raadselachtig, zijn haar gedichten niet. Dat ligt anders voor de bundel in zijn geheel. Door de goed gekozen volgorde van de gedichten gaan ze regelmatig verrassend met elkaar in samenspraak. Soms versterkt dat een gevoel of bepaalde sfeer.

Soms roept dat juist conflicterende emoties op, zoals bij het vrolijk makende gedicht ‘Feest (geen)’, waarin de ik-persoon zich tijdens een feestje sociaal ongemakkelijk voelt. En soms vult het ene gedicht het andere aan: wie zich na het lezen van ‘Versieren doe je zo’ toch nog onzeker voelt over de kunst van het verleiden, wordt gerustgesteld in ‘Hoe? Zo!’, dat de verrukking van verliefdheid viert en met zijn slotzin „Ach, laat me niet bedaren!” totale overgave bepleit.

De zachte, dromerige illustraties in gouache, aquarel en kleurpotlood van beginnend illustrator Van Dijk maken de bundel af. De voorstellingen vullen de gedichten aan of geven juist extra diepte. En de afwisselend lichte en donkere achtergrondkleuren weerspiegelen effectief de sfeer van de teksten. Meest sprekende voorbeeld is misschien nog wel de fantasievolle cover die prachtig bij de titel van de bundel aansluit: het kind dat na een schooldag zijn schoenen heeft uitgeschopt en achterover op zijn bed is neergeploft, ligt klaar om weg te dromen bij Dat past allemaal in je hoofd en bij dat wat allemaal in zijn hoofd past.

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next