Verbodsborden Hoe meer chaos in de wereld, hoe meer bordjes die ons vertellen hoe het moet, denkt Arjen van Veelen. Is het prikken van een bord in de grond nog de voornaamste daadkracht van onze vastgelopen democratie?
Straatbordjes in het Vondelpark, Amsterdam.
Op een zaterdagavond na elven sta ik op straat in Rotterdam met een enorm bord voor mijn kop. Het is geel, er staat op dat ik hier niet mag zijn. Er geldt een spertijd in woonwijk de Esch. Dit was altijd een gemoedelijk buurtje, totdat een paar jaar geleden jongeren hier afspraken om te straatracen en herrie te schoppen, klootzakjes without a cause.
Bewoners hingen eerst nog lieve, ludieke bordjes op met teksten als ‘Hier woont oma – denk aan je eigen oma’. Maar de hangjeugd had schijt aan oma. Later verschenen hier borden met ‘camerabewaking’ en ‘samenscholingsverbod’. De gemeente plaatste betonblokken, slagbomen en Mosquito’s, maar de jongeren bleven komen, buurtbewoners werden krankjorum van slaapgebrek. Toen verscheen het bord der borden. De nucleaire optie. Het bord dat alle andere borden overbodig moest maken. Er stond op: ‘Gebiedsverbod de Esch, afgesloten van 23:00 tot 5:00 u vanaf 23 juli APV 2.47a’.
Rotterdam kende al bordjes met ‘verboden onnodig aanwezig te zijn’, het was de stad die ‘preventief fouilleren’ en ‘veiligheidsrisicogebied’ bedacht – tegenwoordig gemeengoed in Nederland. Maar dit was nieuw. Hier mag je überhaupt niet zijn, tenzij je er woont of werkt; overtreders zijn al beboet. Het zijn kortom unieke, juridisch dubieuze verbodsbordjes. Maar verrek, ze werken: in de wijk is het zo stil als een maandagnacht tijdens corona.
Ik neem plaats op een bankje met een thermosfles. Ik wil mijmeren over de vraag of er meer of minder bordjes moeten komen. Wie weet krijg ik zo meteen wel een boete vanwege muntthee drinken in het openbaar, dat zou goed zijn voor dit essay. Zo niet, dan is dat helemaal mooi: dan geldt het algehele verbod stiekem toch niet voor de algemene mens, maar speciaal voor bepaalde, wellicht getinte, medemensen. Zoals de sundown towns in de VS, waar bepaalde mensen na zonsondergang niet welkom waren.
Mijn bordjes-gepeins begon nog wel zo frivool. We waren van de zomer met het gezin in Engeland, echt het walhalla voor belachelijke bordjes. De Mind the gap-waarschuwing is het topje van de ijsberg. Je kuiert langs een kabbelend stroompje en leest: ‘Rivieren zijn diep, koud en stromen snel’. En ‘Gevaar!’ En: Kinderen moeten te allen tijde onder toezicht staan.’ Of je loopt naar een fraai strandje en er springen drie borden voor je neus. ‘Belangrijke mededeling! Dit is een privéstrand!’ En: ‘Gevaar! Instabiele kliffen’. En: ‘Zorg dat je niet door het tij wordt ingesloten!’
‘Oké, oké, laat maar!’, denk je, ‘ik ga wel ergens anders heen’. Maar waarheen? Zelfs bij de elektrische handdroger op een publiek toilet stond de warning dat dit apparaat very loud!! is. Heel dat prachtige Engeland leek, als je de bordjes mocht geloven, één groot levensgevaarlijk privaat eiland vol mijnen en labiele kliffen en juristen en uitroeptekens! We maakten er een spelletje van en gingen onzinbordjes en paniekbordjes en dreigbordjes verzamelen als Pokémon-kaarten.
Die handdrogers maakten trouwens inderdaad een herrie alsof ze je hersenen in een koffiemolen vergruisden. Ze mogen van mij beslist worden verboden, net als bladblazers en straatraces. Dus dit waarschuwingsbordje was goedbedoeld, sommige mensen schrikken hevig van plotse harde geluiden. Toch denk ik dat die trigger warnings averechts werken. Ze wekken de valse verwachting dat je bij onheil stééds eerst gewaarschuwd wordt. Dat kan natuurlijk niet, al doen ze in Engeland hun best. Het allermooiste bordje, en het meest omineuze, vond ik daarom deze langs de Theems: THERE ARE NO WARNINGS IN THIS AREA.
Enfin. Rare jongens, die Engelsen, dachten we. We banjerden lekker puh langs hun verboden-toegangshekjes, het leek me een belangrijke levensles: de hele aarde is van iedereen. En wij, wij zijn hiërarchie-averse Nederlanders. Wars van betutteling, zoals onze volkshymne zingt, ons schrijf je niet de wetten voor!
Nou, moet je eens opletten wat we onszelf voorschrijven. Terug van vakantie bleven mijn ogen nog een poosje links rijden, zoals dat gaat, en ze bleven ook extra op gekke bordjes letten. Slenterend door Feijenoord, bordjes op de muren: VERBODEN TE VOETBALLEN. Rijdend langs de Europoort: „Pas op!! Japanse duizendknoop!!’ (van schrik reed ik bijna in de vangrail). Bij de ingang van een doodgewoon fietspad door de duinen: ‘Bij gladheid wordt niet gestrooid’. ‘Honden aan de lijn’, ‘Eigen weg’. ‘Op dit fietspad is het RVV 1990 van toepassing’ (wie kent het niet). En uiteraard ‘Fietspad. Dus GEEN snor- en bromfietsen.’
Alleen al van dat passief-agressieve ‘dus’ krijgt een mens behoefte om met een Leopard-tank door de duinen te rauzen.
Ook in mijn zogenaamd rauwe stadsbuurtje trof ik alom betutteling. Bij het speelpleintje hangt een bord: ‘Wij groeten elkaar als goede buren’. Bij het park drie straten verderop: ‘Wij houden het portiek netjes en helpen ome Gerrit met het schoonhouden van de straat’. Ook voor de grotere kinderen zijn er bordjes, bij vrijwel alle barretjes en sishalounges staat verboden ‘te staan/hangen’ of verboden ‘hier softdrugs te handelen, draaien of roken!!’.
Sommige van die plaquettes zijn straatpoëzie: ‘Verboden / Samenscholings / Drugs gebruiken en verkopen / Drinken buiten / geluid overlast’ (sic). Het fraaiste bordje heeft een logo van de politie en het icoon voor bedrijfsverzamelplaats maar de tekst: samenscholingsverbod. Daar zie ik juist vaak mensen staan/hangen, soms schieten ze ook op elkander – daar zijn nog geen waarschuwingen tegen. Denk toch aan de omwonenden, denk ik dan, want dat lees ik steeds op de bordjes: laat de omwonenden nooit uit je gedachten verdwijnen.
Enfin, dit is mijn wet: hoe meer chaos in de wereld, hoe meer bordjes. Hoe meer bordjes, hoe meer chaos. Ook in mijn buurtje heb je kleine zwarte autootjes met knetteruitlaat die hard optrekken en racen. Sinds kort staat er om de tien meter een bord met max 30 km/uur; nu klinkt er juist vaker geknetter en gerace, lijkt het. Er loopt nu ook een pilot met fietsen die op de rijweg mogen als ze snel zijn, zoals elektrische bakfietsen of fatbikes. Het asfalt van de racebaan is blauw geverfd met een fietslogo, ik verwacht chaos, nog meer borden.
Ik vrees dat het zelfbeeld van een land zelden strookt met de realiteit. Of waren we vroeger echt anarchistisch, is onze volksaard radicaal veranderd? Twintig jaar geleden ja: toen waren politie-uniformen kalm donkerblauw in plaats van paniek-fluorgeel. Toen maakten Nederlanders internationaal furore door verkeersborden juist weg te halen.
30102026, Rotterdam- straatbordjes in het centrum.Foto Alexandre Moreels
Wijlen Hans Monderman, verkeerskundige, bedacht een bordenloos plein in Drachten. Zonder verkeersborden zouden mensen weer oogcontact maken, zouden ze met blikken van verstandhouding vrede op aarde regelen. Zijn overtuiging was simpel: behandel mensen niet als idioten.
Het Laweiplein in Drachten gold als proeftuin voor de wereld, de wereld bleek later compexer dan het Laweiplein, er bleken bovendien toch veel idioten te bestaan – en inmiddels wordt Nederland juist weer lustig volgeprikt met bordjes. Tegen fatbikes, vóór overstekende padden; over barbecuezones, rookvrije zones, emissieloze zones, stop-en-shopzones. We zijn tuk op betutteling.
Van de drie miljoen verkeersborden is naar schatting 20 procent ‘overbodig’, las ik in Trouw. Zelfs in het Vondelpark, ooit hippieparadijs, geldt nu een verbod op djembé-spelen. En ook bij het Laweiplein in Drachten is op Google Streetview nu een fietsparkeerverbodsbord te zien met eronder de tekst: ‘Het is verboden (brom)fietsen buiten de stallingsruimte onbeheerd te laten staan.’
Nu fiets ik een paar honderd meter en lees: Attentie Buurt Preventie! Preventie, ook uw zorg. Milieuzone. Wielklemregeling van kracht. Hier vindt 24/7 camerabeveiliging plaats. Attention! You have entered the monitoring age. Fietsen niet toegestaan. Ga toch fietsen. Fiets weg? Check fietspunt!
Ik ben gek op lezen, maar wens een buitenruimte zonder letters. Al die prompts kapen m’n brein.
Borden verklappen het wereldbeeld van de makers, net als de stenen tafelen met de Tien Geboden iets verklappen, schreef Maxim Februari eens in NRC. Voorbeeld: een bord van de politie in IJmuiden met ‘IJmuiden: Enjoy it.’ „Daaronder dan meteen maar een levensgrote inventarislijst van wangedrag – wildplassen, wapenbezit, luidruchtigheid, vechten – en bijbehorende straffen.” Waarom toch uitgaan van het slechtste in de mens, vroeg Februari zich in 2014 al af.
Sindsdien is die preventieve verdachtmaking over de hele samenleving uitgerold. Naast de scankassa staat een bijna levensgroot bord van een politieagent en de tekst: ‘Het nieuwe tarief voor een dief: 242 euro. Schadevergoeding voor oponthoud en overlast.’
Je bent niet alleen verdacht, maar ook een potentieel roekeloze sukkel. We gingen deze herfst naar het Nationale Park De Hoge Veluwe, ‘Toegang is geheel op eigen risico’, stond bij de hekken, wat niet eens op de wolf sloeg – daarvoor was er een aparte waarschuwingsfolder – maar op ‘natuurverschijnselen waaronder weersverschijnselen zoals hagel, onweer en gladheid’. Bovendien was hier de vossenlintworm, ‘vallende en gevallen takken’. Etc.
Nadat we de Veluwe overleefd hadden kwam de Kinderdijk. Er was een bruggetje. ‘NIET VAN DE BRUG AFSPRINGEN!’, riep een bordje. Rustig, ik was het helemaal niet van plan, dacht ik – maar je gaat aan jezelf twijfelen.
We fietsten de steiger van de waterbus op waar een bord stond ‘VERBODEN TE FIETSEN!’ met daarnaast een lange lijst ‘Gebruiksvoorschriften ten behoeve van een veilig gebruik van de aanmeervoorziening Waterbus.’ Oftewel: hoe je op een steiger staat. ‘Tijdens het wachten op de Waterbus is het niet toegestaan zich buiten de blauwe delen van de ponton te bevinden […] Het is niet toegestaan de schuine zwarte vlakken te betreden …’ Enzovoorts, het leek complex als dat spel Twister, niettemin aanvaardden de gemeente Alblasserdam en Aquabus B.V. ‘geen enkele aansprakelijkheid voor het optreden van schade en letsel bij…’ etc.
De letselschaderechtszaak leek al begonnen en we waren nog niet eens aan boord van de drijvende vaarvoorziening genaamd boot.
De mensen die borden plaatsen wekken zelden de indruk dat ze zich om jouw lot bekommeren. Integendeel, ze dekken zich in, ze verdenken je alvast. Borden maken de openbare ruimte passief-agressief, als een studentenhuis waar de bewoners alleen nog via briefjes op de koelkast communiceren. Borden maken de wereld angstvallig en wantrouwend, versnipperen de aarde in hokjes en zones.
Honden moeten overal aangelijnd zijn, behalve in losloopzones. Hier geldt opruimplicht. Zijn er echter broedende vogels, dan moet de lijn in de losloopstrook toch aan. In een uitlaatzone mag de poep juist blijven liggen maar moet de hond wel aangelijnd. Ik ken die regels zo goed omdat ik ‘mag niet hoor!’ wilde roepen tegen baasjes die in overtreding waren. Dat doen bordjes met je. Maar ik snap inmiddels de baasjes die er schijt aan hebben. Waardoor de overheid zijn wantrouwen bevestigd ziet en nog meer bordjes in de grond prikt.
Misschien moeten we mild zijn, is het prikken van een bord in de grond nog de voornaamste daadkracht die onze vastgelopen democratie rest. Vroeger bouwden we bruggen, nu brokkelen ze af, maar we kunnen er nog net een bord naast zetten: ‘slecht wegdek’ of ‘Merwedebrug verboden voor zware vrachtwagens’. Gefixt. In Rotterdam heb je al kades waar borden waarschuwen voor natte voeten bij hoog water, dat scheelt enorm veel gedoe met dijken bouwen.
En als de samenleving afbrokkelt, als de jeugd overal is losgeslagen? Dan kun je er buurtwerkers, wijkagenten en antropologen op afsturen; je kunt zelfs de politie weer op straat aanwezig laten zijn en keihard laten handhaven op de dingen die allang verboden waren (zoals straatracen en drugs gebruiken en teringherrie maken op iemands stoep om vier uur ’s nachts). Maar makkelijker, daadkrachtiger is een bord ‘verboden voor jullie allemaal’.
Mijn thee is bijna op, geen controleur gezien, ook geen raddraaiers. Het erge is natuurlijk dat het werkt. Deze avond, naast het zeldzame bord, is het zo stil dat ik de ratten kan horen ritselen in het struikgewas. Ik gun het de bewoners van harte, ze werden nacht na nacht wakker gemaakt. Nu is alles weer normaal.
Nu is dit alles normaal: wonen te midden van betonblokken, camera’s en gele borden waarop staat dat je er niet mag zijn. Het werkt – zoals een betonnen muur werkt. Of een gated community: je sluit anderen uit, maar je sluit jezelf ook een beetje op.
In de verte klinkt het dreunen van cobra’s en het gebrul van motoren. De rest van Rotterdam is ook een racebaan. Er zijn nog steeds jongeren die buiten de boot vallen, ze maken nu andere mensen wakker. Die zullen ook wanhopig worden, zullen smeken om gele borden. Bijna de helft van de Nederlanders heeft trouwens last van straatoverlast, hangjongeren zijn onze traag smeulende rellen. Kun je nee zeggen als die burgers ook gaan vragen om gele borden? Dan gaat het halve land achter een hek. Dan mag niemand nog ergens vertoeven. Het goede nieuws is dat iedereen die bordjes wel weer zal moeten negeren, zoals het een goed vaderlander betaamt.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie