is hoogleraar wetenschapscommunicatie aan de Universiteit Leiden en columnist voor de Volkskrant.
Zo past je pasgeboren zoon op je onderarm en zo moet je samen met een boomlange puber naar vervolgstudies kijken. 16 jaar is hij nu en hij heeft nog geen idee wat hij na school wil studeren, laat staan wat hij daarna voor werk wil doen. Het brengt me terug naar hoe volkomen clueless ik was toen ik een studie moest kiezen.
Achteraf kan ik er een coherent verhaal van maken: ik twijfelde tussen kleinkunstacademie, journalistiek en ‘iets aan de technische universiteit’. Onder aanmoediging van mijn vader, mijn schooldecaan en de campagne ‘Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid’, koos ik voor het laatste. Het was 1998 en midden in de internetzeepbubbel begon ik aan Technische Informatica. Na een jaar besefte ik dat ik alleen de wiskundevakken leuk vond en stapte over naar wiskunde. Die bètastudie combineerde ik met bijbanen bij een bibliotheek, een theater en de universiteitskrant. Als hobby deed ik aan kleinkunst.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Het klinkt alsof ik heb voorgesorteerd op een carrière in de wetenschapscommunicatie waarbij ik mijn liefde voor literatuur, theater en schrijven kan combineren met expertise op het gebied van wiskunde. Maar als student was ik stuurloos en probeerde ik ook onophoudelijk allerlei dingen waarvoor ik geen enkel talent bleek te hebben (zoals een cursus gregoriaanse samenzang waarbij ik niemand durfde uit te nodigen voor de eindpresentatie). En er was al helemaal geen masterplan toen ik 16 was en me vertwijfeld afvroeg hoe ik ooit mijn geld zou kunnen verdienen met iets dat ik leuk vond.
Hoe kun je als scholier afwegen of een studie tot een mooie loopbaan zal leiden? Het Centraal Planbureau (CPB) bracht een paar jaar geleden in kaart of scholieren hun studiekeuze baseren op baankansen en startsalarissen van een opleiding. De conclusie: nauwelijks. Bij wetenschappelijke economische opleidingen bleef het aantal inschrijvingen bijvoorbeeld langzaam stijgen, terwijl het arbeidsmarktperspectief al langere tijd steeds daalde. Het hele rapport is interessant om te lezen, alleen al om de enorme verschillen tussen mbo, hbo en wo helder in cijfers te zien.
CPB-onderzoeker Mariëlle Non schreef destijds een mooie column over de vraag of je gaat studeren voor de lol of de poen. Ze beschrijft daarin hoe arbeidsperspectieven kunnen veranderen: ‘Zo heeft mijn broer bos- en natuurbeheer gestudeerd. De stereotiepe vraag daar is: jij wil later zeker boswachter worden? Bos- en natuurbeheer staat inderdaad niet in de lijstjes met best verdienende studies. Maar door recente juridische uitspraken over stikstof en vleermuisbescherming bij woningisolatie is er op het moment een flink tekort aan ecologen. Met een diploma bos- en natuurbeheer is je baanperspectief opeens prima.’
Kortom: ik weet niet zo goed wat ik mijn zoon moet adviseren, behalve om bij allerlei opleidingen te gaan kijken. Gelukkig gaf zijn schooldecaan hem heel goed advies: ‘Luister niet te veel naar je vrienden. Luister niet te veel naar je ouders.’ En het allerbelangrijkste: ‘Het is geen keuze voor je hele leven.’ Ik durf te wedden dat mijn zoon over dertig jaar ook een samenhangend verhaal kan vertellen over hoe zijn studie en hobby’s achteraf gezien héél logisch waren.
Tips, vragen en reacties: ionica@volkskrant.nl (cursusaanbieders Gregoriaanse zang hoeven niet te reageren)
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant