De politiek behandelt postcovid als een afgesloten pandemische kostenpost, terwijl het voor getroffenen en naasten een voortdurende, uitzichtloze crisis is. Goed beleid en een structureel budget zouden als een lastenverlichtende investering moeten worden benaderd.
Ik las onlangs de zoveelste post over een arbeidsongeschikte postcovidpatiënt. Een jonge vrouw met een goedbetaalde baan en een rijk sociaal leven. Ze schreef over de sisyfusarbeid die ze moest verrichten om de diagnose te krijgen en over hoe hobby’s en vriendschappen steeds minder ruimte kregen door haar onafgebroken bed-bank-bedroutine. Hoe deze chronische ziekte elk facet van haar leven ondermijnt, totdat het gevoel ontstond dat ze niet meer meedoet. Ik heb de post niet meer uit mijn hoofd kunnen krijgen, omdat mijn zus al een paar jaar in dezelfde situatie zit.
Ik zie van dichtbij hoe postcovid een kloof creëert tussen de mensen die er last van hebben en de dierbaren om hen heen. Zelfs voor de mensen die er het dichtst bij staan, lijkt het zo vreemd. Sta je het ene moment nog met iemand te praten, vol verwondering over hoeveel vooruitgang je ziet, dan hoor je het andere moment dat ze daarvan een week moest bijkomen. Terug bij af dus.
Over de auteur
Martijn Hendrickx is actief binnen de tech-sector. In de laatste drie jaar heeft hij steeds meer uitval om zich heen gezien door post-Covid.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Los van de emotionele kant benoemde de post ook het gebrek aan structureel onderzoeksbudget voor postcovidonderzoek. Iets wat ook mij al langer stoort. Ik trek de discussie dan graag los van het emotionele argument, om te laten zien hoe raar dit is. Noem het de Christine Lagarde-aanpak. Gevraagd naar haar standpunt over waarom meer vrouwen in de bestuurskamer moeten komen, antwoordt ze steevast: ‘It’s just good math.’ Oftewel: het levert geld op.
Het doelgerichte postcovidonderzoeksprogramma heeft in de periode van 2023 tot 2028 zeker 41 miljoen euro beschikbaar gesteld. Eerder heeft de Rijksoverheid 14 miljoen euro beschikbaar gesteld voor postcovid-onderzoek. In totaal is er ongeveer 55 miljoen euro toegezegd. Een slordige 7 miljoen euro per jaar dus. Na 2028 is er trouwens nog niets toegezegd. Klinkt het als veel? Dat ligt aan hoe groot het onderliggende probleem is.
Volgens een schatting van het RIVM hebben 400 duizend mensen postcovidklachten, zo’n 3 procent van alle volwassenen. De ernst van de klachten verschilt, maar 24 procent van deze mensen is ernstig beperkt in zijn of haar functioneren. Er zijn dus 100 duizend mensen in Nederland die ernstig beperkt zijn in hun functioneren. Ter vergelijking: onze beroepsbevolking bestaat uit ongeveer 10 miljoen mensen. Klinkt die 7 miljoen euro per jaar nog steeds als veel?
Het Maatschappelijk Impact Team (MIT) heeft in 2023 becijferd dat de maatschappelijke kosten van postcovid zo’n 5,5 miljard euro bedragen. Dit is verdeeld over ziekteverzuim en productiviteitsverlies (4,6 miljard euro), arbeidsongeschiktheid (275 miljoen euro) en mantelzorg (645 miljoen euro). In de prognose van het MIT voor 2024 werd de kostenpost arbeidsongeschiktheid bijgesteld naar 625 miljoen euro. Op mijn bierviltje staat nu ongeveer 5,5 miljard euro aan geschatte jaarlijkse maatschappelijke kosten.
Ter vergelijking: de ‘vrijheidsbijdrage’ van het CDA voor defensie bedraagt jaarlijks 5,1 miljard euro. Het begrotingstekort van Vincent Karremans om de infrastructurele achterstand weg te werken? Dat kost tot 2040 ongeveer 80 miljard euro, omgerekend zo’n 6,2 miljard euro per jaar. De 102 miljoen covidvaccinaties die de Rijksoverheid in 2021-2022 heeft aangeschaft? Slechts 1,8 miljard euro.
Als je het zo achter elkaar leest, is 7 miljoen euro dan nog ‘just good math’? Ik vind het lachwekkend.
Wat een mooie column heeft Kustaw Bessems deze zaterdag geschreven over de toekomstige excuses van minister Sophie Hermans aan postcovidpatiënten. Rake cijfers over miljoenen die wel en niet worden uitgegeven aan ernstig zieke patiënten, over huisartsen die aangeven dat ze niet weten wat ze moeten met al die patiënten, over onbewezen behandelingen die niet worden vergoed.
Ik ben zelf een van die patiënten en ben er, vergeleken met de echt ernstig zieke patiënten, goed aan toe. Maar ik zit wel 100 procent in de WIA, ga vaker naar de huisarts dan eerder in mijn leven, heb tig onderzoeken gehad, genees slecht van alle kleine kwaaltjes die een mens in haar leven nu eenmaal krijgt en doe dan wederom vaak een beroep op de huisarts en een specialist.
Ik kost op deze manier de maatschappij veel geld. Ook heb ik zelf al veel geld uitgegeven aan allerlei behandelingen die niet helpen, en zal waarschijnlijk eens in de paar jaar weer voor die verleiding bezwijken – zoals velen met mij. En dan heb ik het nog niet over mijn verschraalde sociale leven. Gelukkig ben ik een positief mens, maar toch moet ik moeite doen om niet cynisch te worden van deze situatie.
Hoezo heeft het kabinet geen geld? Geld genoeg om via box 3 miljarden euro’s cadeau te doen aan de vermogende Nederlanders, maar geen geld om zieke mensen perspectief te bieden? Leest minister Hermans niet de verhalen over expertisecentra die met het weinige geld dat er wel is geen patiënten meer kunnen aannemen, omdat de artsen weglopen wegens gebrek aan toekomstperspectief in dit vakgebied? Of de verhalen over onderzoekers die vanwege diezelfde reden een ander onderzoeksgebied opzoeken?
Wat voor nut heeft het om 27 miljoen euro aan het opstarten van expertisecentra te verspijkeren als deze na twee jaar weer worden opgedoekt? Onderzoek en behandeling van postcovid is iets van de lange adem, hopelijk wordt het kabinetsbeleid dat ook.
Carla Neefs, Utrecht
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Source: Volkskrant