Een vriendelijke vogel bij Vogelenzang zweeg als het graf, omringd door camera’s en kijkers.
Vogelaars in de Rottige Meente, een natuurgebied in Friesland, ten westen van Wolvega. Eind oktober probeerden zij daar een glimp op te vangen van een zeldzame sperweruil, die daar enige tijd bivakkeerde.
Vorig weekend bij de vogelaars wezen kijken. Er was een notenkraker neergestreken in de Waterleidingduinen en nu waren de gemotoriseerde vogelaars eropuit getrokken om dat in zich op te nemen. Op WhatsApp-kanalen waren de coördinaten doorgegeven en de notenkraker bleek vlak achter de parkeerplaats bij Vogelenzang te zitten. Dat scheelde mooi in het gesjouw met camera’s, verrekijkers, telescopen en andere hulpmiddelen.
De vogelaars, een enkeling in stemmig boswachtergroen, hadden zich zwijgend en geordend opgesteld onder de aangegeven els. Twitchers met driepoten, zoals je ze overal bij zeldzame vogels ziet. Toen het AW-team arriveerde was de notenkraker net weg maar verwacht werd dat hij snel terug zou keren en dat deed hij ook. Hij had een wesp gevangen en ging die nu demonteren. De vogelaars brachten hun apparatuur in stelling, maar toen een van hen in zijn enthousiasme de boom van de notenkraker in wilde te klimmen ontstond gebrom. Zo konden de foto’s van de andere vogelaars mislukken. ’t Liep goed af.
De notenkraker in de Amsterdamse Waterleidingduinen met een gevangen wesp.
Nederland beleeft een invasie van notenkrakers. Dat komt maar eens in de zoveel jaar voor en dit jaar was het weer zover. Vermoedelijk schort er iets aan het voedselaanbod in de Siberische taiga, want de hier gesignaleerde notenkrakers zijn van de Siberische ondersoort, Nucifraga caryocatactes macrorhynchos. Die kenmerkt zich door een tamelijk dunne snavel. De Scandinavische ondersoort, met een iets dikkere snavel, komt hier vreemd genoeg veel minder vaak op bezoek.
In Siberië eet de Siberische notenkraker vooral zaden van dennen en soms ook van sparren of hazelaars. Wikipedia noemt verder alleen insecten, zoals bijen en wespen, wat eieren en een enkel kadaver.
Maar het staat wel vast dat notenkrakers van tijd tot tijd echt noten kraken want anders had de Commissie Systematiek Nederlandse Avifauna ze zeker omgedoopt, de commissie was daar altijd heel scherp in. Toen ze hoorde dat de Vlaamse gaai niet uit Vlaanderen kwam heeft ze het ‘Vlaams’ subiet geschrapt. De commissie wordt over twee maanden opgedoekt en allerwegen vraagt men zich af of het Vlaams nu weer terugkomt. Mogen wij de baardman binnenkort weer baardmannetje noemen? De witgat weer witgatje? De commissie had een pesthekel aan het suffix ‘tje’ en schrapte het waar dat maar kon, behalve bij de katholieke vogels. Fratertje, paapje, nonnetje, dat mocht.
(Het is de commissie natuurlijk ontgaan dat de Nederlandse verkleinwoorden, the Dutch diminutives, internationaal vermaard zijn. Onze verkleinwoorden drukken bijna altijd sympathie, genoeglijkheid en vertrouwdheid uit en maar zelden iets anders. Het hangt samen met een aangeboren goedgemutstheid, denken wetenschappers. Die delen Nederlanders met Zwitsers en Zuid-Duitsers. Wij zeggen ‘meesjes’ en ‘meisjes’ omdat we meesjes en meisjes aardig vinden.)
Nu goed. De notenkraker is geen dwaalgast. Dwaalgasten doen wat de naam al zegt: ze verdwalen door desoriëntatie of slecht weer en snappen zelf ook niet waar ze terecht zijn gekomen. De notenkraker is ook geen trekvogel, zo’n vogel die op het vaste ritme van de seizoenen zijn land in- of uitvliegt. De notenkraker breekt heel af en toe uit zijn areaal als het daar te vol wordt of als er voedselgebrek heerst. Dan kan hij als invasievogel in Nederland terechtkomen. Er wordt beweerd (wiki) dat-ie, eenmaal hier, ook meestal niet meer terugtrekt maar stilletjes verkommert. De vriendelijke notenkraker bij Vogelenzang was daar misschien al aan begonnen zonder dat de vogelaars het doorhadden. Voor de foto’s maakte het niet uit.
Al met al mag je de vraag stellen of invasiegasten meetellen voor onze biodiversiteit. Daar viel afgelopen week niet zomaar achter te komen. Trekvogels tellen wél mee, dat hebben de biologen al lang geleden afgesproken, of ze nou ’s zomers hier naartoe trekken of dat ’s winters doen. Dat betekent dus dat onze biodiversiteit jaarlijks op en neer gaat. Het klinkt een beetje raar, maar erg is het niet want er is toch niemand die weet hoe groot onze biodiversiteit is. Hij moet omhóóg, liefst naar wat-ie vroeger was en als het kan nog hoger. Maar hoe hoog hoog genoeg is, dat is onbekend.
De huidige notenkrakerinvasie lijkt maar bescheiden, de vogelaarssites houden het op enige tientallen notenkrakers. Met het tegenwoordige bestand aan vogelaars en hun communicatiemiddelen kan er bijna geen notenkraker aan de aandacht ontsnappen. Vroeger, toen er maar een handvol vogelaars was (Jac. P. Thijsse, Jan P. Strijbos, Rein Stuurman, Nol Binsbergen en nog een paar) toen moest je maar raden naar de totalen die vaak in de duizenden liepen. Soms werd het, noteert Wiki, pas achteraf afgeleid uit het aantal dood gevonden vogels dat bij preparateurs werd aangeboden.
In Siberië is de notenkaker een standvogel, een vogel die het hele jaar in zijn broedgebied blijft en dat op zijn duimpje leert kennen. Dat moet ook wel, want hij legt complete voorraden aan van die dennenzaadjes. Zouden ze in Siberië weten hoeveel notenkrakers daar zijn? Het lijkt lastig tellen in die eeuwig zingende bossen. Hoe zou je het aanpakken? Je kunt lange transecten lopen en luisteren hoeveel notenkrakers je hoort, de vogel schijnt nogal luidruchtig te zijn (die bij Vogelenzang zweeg als het graf). Je kunt in een weloverwogen rooster puntwaarnemingen doen. Je kunt het aantal bezette territoria per vierkante kilometer bepalen. En je kunt ook, suggereert Googles AI, drones met warmtecamera’s laten vliegen al detecteren die misschien ook verkeerde vogels.
En dan is er natuurlijk de citizen science, je kunt zoveel mogelijk goed geïnstrueerde burgers inschakelen voor je onderzoek. Maar die ontbreken nu juist in Siberië, juist daarom is de notenkraker zo weinig schuw. Opeens is daar het idee: zouden de Nederlandse vogelaars niet in Siberië kunnen gaan helpen?
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie