Thomas Hogeling beschouwt wekelijks de publieke opinie. Wat wordt er gezegd en vooral niet gezegd? Deze week: ambigue humor.
Een hardnekkig misverstand over comedy-redacties is dat er ‘heel wat wordt afgelachen’. Dat is niet zo – althans, niet als ik erbij ben. In de tijd dat ik op zulke plekken werkte, wilde ik altijd weten waarom we een bepaalde grap maakten en die vraag is het tegenovergestelde van grappig. „Ja, Geert Wilders heeft inderdaad apart haar en een Limburgs accent en dat doe je hartstikke knap na, maar wat wil je er precies mee zeggen?” En met het antwoord ‘het is gewoon grappig’ kan ik niet zoveel.
Ik vind dat een grap min of meer moet kloppen en niet een uitgemolken vooroordeel moet bevestigen. Een sketch waarin iemand in Amsterdam een zwarte koffie bestelt, waarna de aanstellerig hippe barista op een arrogant toontje antwoordt dat ze ‘dat hier niet hebben’, komt bijvoorbeeld niet door mijn keuring, want ik heb misschien wel duizend keer zwarte koffie besteld in Amsterdam en ik kreeg dan altijd gewoon zwarte koffie. Een collega van me – veel grappiger dan ik – verzuchtte na zo’n uitleg eens dat ‘de humor weer eens wordt geofferd op het hakblok van de logica’. Daar kon ik hem moeilijk ongelijk in geven.
En toch vroeg ik het me weer af, toen het almachtige algoritme van Instagram me een sketch van influencer Raúl Groenen voorschotelde; wat wil-ie hier nou precies mee zeggen? Het concept van het filmpje laat zich het beste samenvatten als ‘hoe het gaat in een dorp versus hoe het gaat in Amsterdam’. In een dorp ziet de kapper er ‘normaal’ uit en vraagt hij met een gezellige zachte g aan zijn klant of hij het weer lekker kort wil hebben. In Amsterdam draagt de kapper een naveltruitje, heeft een gigantische neusring en spreekt op aanstellerige toon Engels. De kapper is alle vooroordelen over queer mensen samengevat in een typetje. Natuurlijk wil dat typetje de pronouns (voornaamwoorden) van de klant weten en natuurlijk volgt dan verbazing dat het ‘gewoon hij’ is. Groenen herhaalt het concept regelmatig: van een ander filmpje leren we dat uitgaan in een dorp betekent dat je gezellig in de kroeg een paar pilsjes drinkt met vrienden, en in Amsterdam dat je stijf van de cocaïne met zes mannen tegelijk neukt, waarna je onder de draaitafel de dj pijpt. In het onderschrift staat #humor, dus graag even lachen alstublieft.
De sketches pretenderen Amsterdam op de hak te nemen. Een populair maar veilig genre, want de gemiddelde hoofdstedeling zal er geen aanstoot aan nemen. Zoals Jules Deelder tot mijn verbazing nooit gezegd blijkt te hebben: „Je kunt wel op Amsterdam zeiken, maar wie goed ruikt weet dat ze dat zelf al doen.” De sketches gaan dan ook eigenlijk niet over Amsterdam. Wat ze eigenlijk zeggen is dat heteromannen gewoon lekker normaal zijn en queer mensen irritante, oversekste aanstellers. Dat dit de boodschap is kun je nooit helemaal bewijzen, maar uit de reacties blijkt dat het wel zo wordt geïnterpreteerd. Het is precies die ambiguïteit waarmee homohaat en transhaat zo vaak de wereld in wordt geslingerd; iedereen weet wat er wordt bedoeld, maar het is indirect genoeg om dat te kunnen ontkennen.
De filmpjes van Groenen gaan hard op Instagram en Tiktok. Zo hard dat bedrijven een graantje mee willen pikken door er een reactie onder te plaatsen. Lipton Ice Tea, Hema en Davitamon bijvoorbeeld. Misschien is het een idee als vertegenwoordigers van dat soort merken ook een keer de sfeer durven te verpesten door te vragen wat er nou eigenlijk bedoeld wordt met zo’n grap.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie