De toegezegde bijdrage van rijke landen aan de klimaatrekening van ontwikkelingslanden schiet al tekort en wordt ‘hoogstwaarschijnlijk’ ook nog eens niet geleverd. Voor de minst ontwikkelde landen is het gat nog wel te overbruggen.
is economieredacteur. Hij schrijft over de energietransitie.
Dat blijkt uit het rapport met de veelzeggende titel ‘Ready? Not’, dat woensdag is gepubliceerd door Unep, de milieutak van de Verenigde Naties. In dit jaarlijkse Adaptation Gap Report berekenen tientallen onderzoekers het ‘financieringsgat’ voor de kosten die 155 ontwikkelingslanden moeten maken om zich aan te passen aan het veranderende klimaat. Typische voorbeelden van ‘adaptatie’ zijn het aanleggen van dijken of maatregelen om water langer vast te houden, zodat er minder oogst verloren gaat.
In de afgelopen jaren was al duidelijk dat het financieringsgat groot is. Ontwikkelingslanden moeten in het komende decennium rond de 300 miljard dollar per jaar uitgeven om zich aan te passen aan het veranderende klimaat. Uit de nieuwste data blijkt dat geïndustrialiseerde landen in 2024 een bedrag van tussen de 28,2 en 31,7 miljard dollar aan die rekening bijdroegen. Dat is weliswaar 1 miljard dollar meer dan in 2023, maar nog altijd ruim onder de 40 miljard dollar die vijf jaar geleden op de klimaattop in Glasgow werd afgesproken.
Het is het tweede alarmerende rapport van Unep in aanloop naar de VN-klimaattop die volgende week begint in Antalya. Twee weken geleden bleek uit het jaarlijkse Emissions Gap Report dat de wereld bij het huidige klimaatbeleid op koers ligt om deze eeuw nog 2,6 tot 2,7 graden op te warmen. Een opwarming van 1,5 graden, het doel uit het klimaatakkoord van Parijs, is ‘aanstaande en onvermijdelijk’, concludeerde Unep.
Die versnelde opwarming zie je nu nog niet direct terug in het bedrag dat nodig is voor adaptatie, zegt Pieter Pauw, onderzoeker klimaatfinanciering aan de Technische Universiteit Eindhoven en een van de auteurs van het rapport. ‘Maar op termijn betekent het wel degelijk dat de kosten van klimaatverandering nog hoger worden.’
Pauw benadrukt dat ontwikkelende landen echt niet stilzitten. ‘De bijdrage van Nederland is bijvoorbeeld weer hoger geworden.’ Maar het totaal is duidelijk te laag. ‘Waarbij vooral het wegvallen van de geldstromen uit de VS onder Trump er natuurlijk inhakt.’
Achter de harde getallen in het Unep-rapport gaat een gecompliceerd verhaal schuil. Want hoe becijfer je de kosten van klimaatverandering precies? En wat tel je allemaal mee? Unep kijkt vooral naar de kosten die overheden moeten maken. Al schat Unep dat het bedrag bijna twee keer zo hoog is als ook de rekening wordt meegerekend die particulieren en bedrijven betalen.
De onderzoekers hebben de kosten op twee manieren geraamd. In de eerste plaats door de nationale ‘adaptatieplannen’ op te tellen die ontwikkelingslanden in de afgelopen jaren hebben opgesteld. Daarnaast is met modellen een schatting gemaakt. Beide methoden leveren een raming op van jaarlijks ruim 300 miljard dollar tot 2035.
Tijdens klimaattoppen is klimaatfinanciering elk jaar weer het belangrijkste punt dat de ontwikkelingslanden naar voren brengen. Al sinds het klimaatakkoord van Kyoto in 1997 is er een afspraak gemaakt dat alle landen in de wereld proberen hun uitstoot van broeikasgas terug te dringen. Maar de geïndustrialiseerde landen, die het meest bijdragen aan klimaatverandering, betalen mee aan de kosten die daarmee gepaard gaan.
Tijdens de klimaattop vorig jaar werd afgesproken dat de adaptatiefinanciering in 2035 ‘verdrievoudigd’ zou worden. Maar de Unep-onderzoekers zijn in hun rapport zeer kritisch over die toezegging. Om te beginnen is niet duidelijk welk bedrag verdrievoudigd moet worden. Maar uitgaande van de doelen uit Glasgow en rekening houdend met inflatie levert een ‘verdrievoudiging’ volgens de onderzoekers nog steeds niet veel meer op dan een kwart van de benodigde financiering.
De toon van het rapport is zeer alarmerend en ook bij een toelichting benadrukten de onderzoekers woensdag hoezeer klimaatverandering er nu al inhakt. Het smelten van gletsjers, de bosbranden en de overstromingen kosten wereldwijd mensenlevens en zorgen voor gigantische kapitaalvernietiging.
Toch lichten de auteurs in hun rapport ook een iets hoopgevender boodschap uit. Wanneer alleen de groep van ‘minst ontwikkelde landen’ en eilandstaten wordt meegerekend, is het gat een stuk minder groot en met een beetje inspanning te overbruggen. Dat is een relevante en politiek gevoelige boodschap, omdat onder de 155 ‘ontwikkelingslanden’ ook landen zijn die inmiddels al lang niet meer zo arm zijn als dertig jaar geleden. Zoals China en de oliestaten in het Midden-Oosten.
‘Positief is ook dat uit de cijfers blijkt dat de allerarmste landen de laatste tijd steeds meer donaties krijgen’, zegt Pieter Pauw. ‘En dus minder leningen die hen uiteindelijk met een steeds grotere rentelast opzadelen. Zulke donaties ondersteunen de meest kwetsbare mensen in de wereld.’
Het rapport heeft ook een apart hoofdstuk uitgetrokken voor de vergoeding van ‘verlies en schade’ door klimaatrampen. Drie jaar geleden werd tijdens de klimaattop in Dubai de oprichting gevierd van een fonds dat kon uitkeren bij grote klimaatrampen.
In totaal hebben rijke landen inmiddels toegezegd zo’n 342 miljoen dollar aan dat fonds te willen bijdragen. Maar 119 landen hebben inmiddels claims ingediend met een opgetelde waarde van 2,8 miljard dollar. De vraag hoe het gebrekkige bedrag dan te verdelen, gijzelt het fonds nu. Er is nog niets uitgekeerd.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant