De wekelijkse rubriek Finishpraat speelt in op actualiteit, combineert verleden met heden en haalt oude herinneringen op; kortom een verhaal voor de echte motorsportfan. Terwijl de strijd om de MotoGP-wereldtitel zijn ontknoping nadert, zorgt de Grand Prix van Qatar voor groeiende onrust en komen de verhoudingen tussen fabrikanten, teams en de MotoGP-organisatie flink onder druk te staan.
Of je nu voor Marc Márquez, Jorge Martin of Marco Bezzecchi bent, het is zonde dat het MotoGP-kampioenschap niet de spannende ontknoping krijgt die absoluut mogelijk was geweest. Márquez staat nu 44 punten voor op Martin en 67 punten op Bezzecchi. Het lijkt beslist, of beter gezegd: normaal gesproken is het beslist. Om in Qatar al kampioen te worden, moet er veel goed gaan voor Márquez. Dat hij zijn tiende wereldtitel en achtste in de MotoGP tijdens de voorlaatste Grand Prix in Portugal gaat veiligstellen, lijkt het meest aannemelijk. De Aprilia-coureurs hebben simpelweg te veel WK-punten weggegooid en onnodig laten liggen. Typerend is wat Bezzecchi overkwam in Maleisië, waar hij in de laatste ronde door een fout nog een positie verspeelde. Maar naast de sportieve prestaties ging het in Sepang vooral ook over de groeiende onrust rond de Grand Prix van Qatar van komend weekend. Yamaha maakte zondag bekend vanwege de onzekere veiligheidssituatie in het Midden-Oosten niet af te reizen naar Qatar. Een besluit dat bij de MotoGP-organisatie bepaald niet in goede aarde is gevallen. MotoGP reageerde teleurgesteld, houdt vast aan het doorgaan van de Grand Prix en waarschuwt Yamaha zelfs voor mogelijke contractuele en sportieve sancties.
Vroeger hadden de rijders de kracht om zelf tot een staking te komen. Maar dit kwam eigenlijk altijd voort uit zorgen over de veiligheid van het circuit. Denk aan Spa-Francorchamps in 1979, Nogaro in 1982 en in 1989 toen de 500cc-fabrieksrijders niet wilden herstarten in Misano omdat de natte baan volgens hen te glad was. Bij het laatstgenoemde voorbeeld was Pierfrancesco Chili de stakingsbreker. Door als enige fabrieksrijder wel te rijden, wist hij zijn enige 500cc-Grand Prix te winnen. Bij deze voorbeelden dreigde de internationale motorsportbond FIM met het uitdelen van zware schorsingen en geldboetes. Die werden in sommige situaties ook daadwerkelijk opgelegd, maar de FIM had niet de kracht om deze allemaal daadwerkelijk volledig door te zetten. Nu ligt de situatie compleet anders, omdat er een krachtige MotoGP-rechtenhouder aan het roer staat en de commerciële belangen veel groter zijn geworden. Wat natuurlijk opvalt aan deze situatie, is dat Yamaha zich als enige MotoGP-fabrikant heeft teruggetrokken. Het is geen gezamenlijk besluit. Het gaat om een gebied dat is gestabiliseerd, maar nog steeds onvoorspelbaar vanwege oorlogsdreiging wordt genoemd. Je zit er dan begrijpelijk niet op te wachten om daar naartoe te gaan. Dat is ook te merken aan de vele tv-zenders en overige media die niet naar Qatar afreizen. Ook de publieke belangstelling zal uiterst gering zijn.
Dat de fabrikanten niet gezamenlijk een besluit nemen, geeft Liberty Media de kans om te dreigen met zware sancties richting Yamaha en deze ook uit te voeren. Wanneer alle fabrikanten niet zouden gaan, zou dat de positie van Liberty Media veel minder sterk maken. De meeste Moto2- en Moto3-teams zitten in een situatie waarin ze niet zoveel keus hebben. Die teams hebben bijna allemaal geen grote fabrikant achter zich staan, waardoor ze financieel en politiek niet opgewassen zijn tegen de eventuele sancties van Liberty Media. Hun positie zou alleen anders worden wanneer ze gezamenlijk een besluit zouden nemen. De commerciële belangen van de Grand Prix van Qatar zijn blijkbaar dusdanig groot dat Liberty Media er zelfs deze ‘rel’ voor over heeft om dit evenement te laten plaatsvinden, dat aanvankelijk al in april zou plaatsvinden.
Ook dook ik eens in de geschiedenisboeken om te zoeken naar soortgelijke voorbeelden. Zo stond de Grand Prix van Joegoslavië in 1991 in eerste instantie nog wel op de kalender, maar werd deze door de politieke onrust – nog voor het uitbreken van de oorlog – van de kalender gehaald. De coureurs waren daar echter niet rouwig om, omdat Rijeka een jaar eerder qua veiligheid een verschrikkelijk slechte Grand Prix was. Eind jaren 70 werd drie keer de Grand Prix van Venezuela georganiseerd. Coureurs en teams klaagden onder meer over diefstal, corruptie, problemen met de douane, slechte voorzieningen en zelfs mishandeling door politieagenten. Ook was er veel gedoe over het slecht of niet uitbetalen van startgelden. De coureurs dreigden met een boycot voor 1980, maar voordat het zover kwam, werd het evenement in Venezuela van de kalender gehaald vanwege financiële problemen bij de organisatie in combinatie met politieke onzekerheid in het land. Ook de GP’s in Zuid-Afrika tussen 1983 en 1985 waren bijzonder te noemen. Deze werden verreden tijdens het apartheidsregime. Ook hier speelden grote commerciële belangen een rol om de Grand Prix daar toch te laten verrijden. Nadat in 1985 de noodtoestand werd uitgeroepen, werd het evenement van de kalender gehaald.
De Ulster Grand Prix werd vanaf 1953 jaarlijks op het Dundrod-stratencircuit gehouden en maakte deel uit van het WK wegrace. Tijdens de Noord-Ierse Troubles nam het geweld in de regio eind jaren 60 toe. In 1971 werd het hoofdgebouw bij het circuit enkele weken na de laatste Grand Prix aldaar door een bomaanslag verwoest. In 1972 ging de wedstrijd niet door vanwege de onrust en het geweld. De Ulster GP keerde daarna niet terug op de WK-kalender. Ook hoort de Grand Prix van Argentinië in 1982 in dit historische rijtje thuis. Deze werd gehouden op 28 maart. Vier dagen later viel Argentinië de Falklandeilanden binnen, waarna de Falklandoorlog uitbrak. De internationale motorsportwereld ontsnapte maar net aan de gevolgen. De teams waren nog maar net vertrokken voordat het conflict escaleerde.
Het laatste voorbeeld van een dreigende boycot dateert uit 2011. Destijds dreigde de Grand Prix van Japan op Motegi te worden geboycot door vrijwel het volledige MotoGP-startveld. Aanleiding was de kernramp in Fukushima, die volgde op de verwoestende aardbeving en tsunami van 11 maart. De Grand Prix werd aanvankelijk uitgesteld van april naar oktober, maar daarmee verdwenen de zorgen van de coureurs niet. Grote namen als Valentino Rossi, Jorge Lorenzo en Casey Stoner vreesden voor hun gezondheid vanwege mogelijke blootstelling aan radioactieve straling. Tijdens het raceweekend in Mugello hadden zestien van de zeventien MotoGP-coureurs al een verklaring ondertekend waarin zij hun zorgen uitten. De FIM en Dorna wilden de Grand Prix echter laten doorgaan en lieten onafhankelijk onderzoek uitvoeren naar de stralingsniveaus rond Motegi. Nadat uit dat onderzoek bleek dat het gezondheidsrisico tijdens het evenement verwaarloosbaar was, bevestigde de FIM dat de wedstrijd op 2 oktober zou plaatsvinden. Dat leidde tot spanningen tussen de coureurs en hun werkgevers. Verschillende teams maakten duidelijk dat zij deelname verwachtten en er werd zelfs gesproken over financiële sancties voor rijders die zouden weigeren. Uiteindelijk gingen de coureurs alsnog overstag. Op 2 oktober 2011 werd de Japanse Grand Prix gewoon verreden. Dani Pedrosa won de wedstrijd, met Jorge Lorenzo en Casey Stoner op de tweede en derde plaats.
De Grand Prix van Qatar in 2026 gaat hoe dan ook ergens in dit rijtje thuishoren. Het wordt een aparte Grand Prix, waar op deze manier eigenlijk niemand zin in heeft.
Tot volgende week,
Asse Klein