Home

Welke impact de wolf precies heeft – op zwijnen, herten, bomen – en of hij het bos gezonder maakt, blijft onderwerp van discussie

Roofdieren Jagers en natuurbeheerders zien de eerste tekenen dat het bos op de Veluwe verandert door de wolf. Maar wetenschappelijk bewijs voor die ecologische verandering ontbreekt vooralsnog. „Bijna alles wat we weten, is anekdotisch.”

Zwijnen leven nu in groepen met herten, die minder grazen, wat het bos op de Veluwe dichter maakt. Dat observeren lokale natuurbeheerders, maar klopt dat wel? Over de wolf en diens invloed op het (andere) wild, zegt zo goed als iedere expert iets anders. Niet alleen heeft dat te maken met hun uiteenlopende opvattingen, maar ook met het ontbreken van wetenschappelijke data. En het is ook nog eens gebiedsgebonden.

NRC sprak vijf experts over hoe de Nederlandse natuur verandert en welke rol de wolf daarin heeft, die na meer dan honderd jaar afwezigheid is teruggekeerd.

„Dat er een wolf was, zagen we in 2020 voor het eerst aan dat de zwijnen en herten plotseling in paniek rondrenden”, zegt Frank Theunissen, boswachter bij Natuurmonumenten op de Zuidwest-Veluwe. „Ze moesten duidelijk wennen aan de wolven, maar na een halfjaar was de rust weergekeerd. Nu heeft het wild zich volledig aangepast.”

„Herten hadden meestal een vaste route van hun rustplaats naar waar ze grazen, maar die routine is verdwenen: hun jongen brengen ze nu vaker groot aan de randen van het wolventerritorium, zo ver mogelijk buiten het bereik van de roofdieren. Ze zijn veel alerter geworden en mijden onoverzichtelijke plaatsen waar ze kwetsbaar zijn voor aanvallen.”

Ook secretaris Erik Koffeman van Faunabeheereenheid Gelderland ziet dat wilde grazers zich anders gedragen. Zowel zwijnen als herten gingen in grotere groepen leven, zegt hij. „Zo kunnen ze zich beter weren. Een rotte [groep] zwijnen op de Veluwe bevat tegenwoordig wel tientallen volwassen dieren. Die kunnen samen de wolf goed op afstand houden.”

‘Alles is anekdotisch’

„We zien ook dat herten in open gebieden veel meer samen optrekken”, vertelt Koffeman. „In de dichtbegroeide gebieden trekken hinden met een kalf zich vaak terug in het bos en verplaatsen zich zo min mogelijk om geen geurspoor achter te laten voor de wolf.”

Lars Soerink, ecoloog bij natuurorganisatie ARK Rewilding Nederland, constateert dat ook aan de oostelijke rand van de Veluwe zwijnen en herten in groepen dicht bij elkaar leven. „Herten zoeken ook veel meer het open terrein op waar ze de wolf kunnen zien aankomen, zodat ze tijdig kunnen vluchten”, zegt Soerink.

„Maar bijna alles wat we hierover weten, is anekdotisch”, werpt Chris Smit tegen: „Wetenschappelijk bewijs is er nog niet.” Smit, hoogleraar ecologie en natuurbeheer aan de Rijksuniversiteit Groningen, had een promovendus die jarenlang wilde grazers op de Noord-Veluwe bestudeerde na vestiging van de eerste wolven. „We zagen geen aantoonbare gedragsveranderingen. Het enige was dat dicht bij de wolvenkern de herten iets minder vaak op de wildcamera verschenen. Op basis van buitenlands onderzoek verwachtten we wel effecten, zoals een toegenomen groepsgrootte en extra waakzaamheid. Maar we zagen het niet, tenminste: niet in de eerste drie jaar nadat de wolf zich had gevestigd.”

Soerink vindt de gedragsveranderingen echter onmiskenbaar, en denkt dat die ook al zouden doorwerken in de vegetatie. „In de productiebossen op de Veluwe zie je dat hulst en lijsterbes, voorheen kleine struikjes in de ondergroei van dennenbossen, nu kunnen doorschieten. Er komt een middenlaag vegetatie in het bos, waardoor het doorzicht vermindert. Zo kan het bos zich gaan verjongen.”

‘Lijsterbes, vuilboom, berk, ratelpopulier’

Herten en zwijnen „verspreiden zich [sinds de komst van de wolf] over een veel groter gebied en hebben veel minder dan vroeger vaste graasplekken”, ziet boswachter Theunissen. „Maar of daarmee de vegetatie verandert, kun je pas op termijn vaststellen.”

„We moeten wel voorzichtig doen met de conclusie dat de wolf het bos gezonder maakt”, zegt Peter Kampen, hoofd terreinbeheer van het Geldersch Landschap & Kasteelen. Of het dier op de Veluwe werkelijk leidt tot structureel meer bosverjonging, vraagt langdurig onderzoek, zegt hij. „Toch zien we al in een heel aantal gebieden verjonging, waar voorheen alles werd kaalgevreten. Daar staan nu jonge loofboompjes, zoals de lijsterbes, vuilboom, berk, ratelpopulier, beuk en soms zelfs een al meer dan manshoge eik.”

Hoogleraar Smit is sceptisch over de claim dat de wolf de hele Nederlandse natuur naar z’n hand zet. „In de wetenschap hebben we diezelfde discussie over wolven in Yellowstone Park, waar met hun herintroductie ook het hele landschap veranderd zou zijn. Het wordt the landscape of fear genoemd: angst voor de wolf vormt het landschap. Het is een prachtige theorie, maar ook voor Yellowstone is de wetenschappelijke basis erg dun.”

De wolf heeft ook de discussie over jacht als wildbeheer aangewakkerd. Volgens Kempen van het Geldersch Landschap is wildbeheer nog steeds nodig. „Naast het voorkomen van overmatige vraat aan jonge bomen, is het bijvoorbeeld nodig voor de verkeersveiligheid en het beperken van landbouwschade.” De wolf helpt nu een handje, zegt hij. „Het lukt beter om de doelstanden te halen.”

Vooral op jonge dieren jagen

Op de Zuid-Veluwe, waar Theunissen werkt, waren ze sinds de komst van de wolven helemaal gestopt met jagen op edelherten en zwijnen, „in de verwachting dat wolven de populaties wel in de hand zouden houden”. Maar, zegt Theunissen: „Op dit moment hangt het wild er met de benen uit [er is overvloed], dus d’r is nog zeker beheer nodig. Dat kan nu meer met maatwerk. Wolven doden gemiddeld zo’n drie tot vier prooien per week, voornamelijk wild. Daar passen we het afschot op aan.”

Koffeman wijst erop dat de wolf voornamelijk op jonge dieren jaagt: „Dat doet niet heel veel om de populatiegroei in toom te houden. De dieren die nakomelingen krijgen, blijven buiten schot. Uit tellingen blijkt dat wolven 40 tot 50 procent van de wildzwijnbiggen opeten en 30 tot 60 procent van de edelhertkalven. Daarom neemt de wolf maar een klein deel van de reductie voor z’n rekening. Met aanvullend afschot kunnen we de doelstand veel beter bewaken.”

Het aantal wolven in Nederland neemt nog altijd toe – ook op de Veluwe. Is daar op termijn ook afschot nodig om overbevolking te voorkomen? Ook daarover verschillen de meningen. „Dat wordt er nu vooral bijgehaald door mensen die helemaal van de wolf af willen, met name veehouders”, zegt ecoloog Soerink. „Het is een onderwerp dat bijzonder politiek gemaakt wordt. Voordat we wolven gaan schieten omdat het er te veel zouden worden, moeten we eerst een pittig gesprek voeren. Voorlopig zijn we daar nog niet.”

Boswachter Theunissen stelt dat jachtbeheer van wolven niet nodig zal zijn. „Wolven zijn toppredatoren en reguleren hun aantallen zelf. Met te weinig wild krijgen ze hun jongen niet groot en uiteindelijk trekken ze uit zichzelf weg uit een gebied. Dus die populatie hoef je niet te beheren.” 

Koffeman plaatst daar een kanttekening bij: op de Veluwe is beheer niet nodig, maar elders mogelijk wel. Op de Veluwe beschikken wolven over het volledige banket van edelherten, damherten, reeën en wildzwijnen, in een aaneengesloten gebied van honderdduizend hectare. Buiten de Veluwe raakt beschikbaar leefgebied echter snel op, waarschuwt hij, met meer potentiële conflicten, met bijvoorbeeld die veehouders. „De vraag is: hoever laten we de wolf gaan?”, zegt Koffeman. „Er komt een moment dat het niet meer beheersbaar zal zijn.”

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Natuur en milieu

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next