Home

Dwars door Europa met een stekkerbus: eens zien of dat gaat lukken

In de rubriek De broeikas schrijft klimaatverslaggever Jeroen Kraan elke zondag over wat hem opvalt. Deze week: In Nederland hebben we veel laadpalen, maar hoe gaat elektrisch rijden in de rest van Europa? Tijd voor een test.

Ik moet toegeven: ik begin er wel een beetje nerveus over te worden. Komende week vertrek ik met een elektrisch busje naar de VN-klimaattop in Antalya. Samen met journalisten van Trouw, RTL en De Marker rijd ik door acht landen om er te komen.

Deels doen we dit omdat het elk jaar toch een beetje pijnlijk voelt, vliegen naar een klimaattop. Natuurlijk is het belangrijk dat er een plek is waar mensen van over de hele wereld samenkomen om het te hebben over de klimaatcrisis - bij uitstek een mondiaal probleem.

Daarom heb ik de afgelopen jaren ook het vliegtuig genomen naar die toppen, terwijl ik privé al jaren niet meer vlieg. Nu de top over land bereikbaar is, biedt dat wel een perfecte mogelijkheid om het eens anders aan te pakken.

Maar mijn persoonlijke CO2-voetafdruk is niet de belangrijkste reden om de stekkerbus te nemen. De reis biedt vooral ook een mogelijkheid om uit te zoeken hoe klimaatverandering in de rest van Europa wordt gevoeld. En hoe het nou eigenlijk staat met de overgang naar elektrisch vervoer in landen waar ik normaal gesproken niet over schrijf.

Zelf heb ik geen auto, maar van andere elektrischeautorijders begrijp ik dat je in Nederland normaal gesproken echt geen laadstress meer hoeft te hebben. Sterker nog, qua laadinfrastructuur staan wij fier bovenaan de Europese ranglijst. Per duizend inwoners hebben we vier keer zo veel openbare laadpalen als Frankrijk en Duitsland.

Maar hoe gaat dat straks in Servië en Bulgarije, waar het aantal (snel)laadstations nog veel kleiner is? De afgelopen weken hebben we uitgebreid kaarten en routeplanners bestudeerd. Mijn telefoon staat roodgloeiend van de onbegrijpelijke notificaties uit Turkse laadpaalapps. En collega Maarten heeft veel aan de telefoon gehangen om te verifiëren dat we bij onze hotels écht kunnen opladen. Daarom denk ik dat we het gaan redden.

Maar het blijft toch spannend, want in Oost-Europa zit bepaald niet bij elke afslag een Fastned. Pas als we er zijn, gaan we meemaken of die laadpalen op de kaart het echt doen, en of die laadapps dan ook echt werken.

Als de rit inderdaad volgens planning verloopt, houden we ook nog ruimte over om mensen te interviewen en reportages te maken. Dat is voor mij eigenlijk de belangrijkste reden om deze trip te maken, want als Nederlandse klimaatjournalist staar je je toch algauw blind op je eigen hoekje van de wereld.

Maar de droogte heeft afgelopen zomer natuurlijk ook toegeslagen buiten onze landsgrenzen. Wat is daar nu nog van te merken? En hoe wapenen andere landen zich tegen toekomstige extremen?

In andere delen van Europa creëert de klimaattransitie ook weer heel andere dilemma's. In de Balkanlanden stromen bijvoorbeeld veel van de laatste écht wilde rivieren van Europa. Maar die natuur wordt bedreigd, mede door het klimaatbeleid. Er komen namelijk steeds meer dammen die 'groene' waterkrachtenergie opwekken, maar die ook vissen en andere soorten dwarszitten.

Bulgarije heeft nog flinke kolenmijnen en -centrales. Daar zal verandering in moeten komen, en het land zit ook niet stil. Wist je bijvoorbeeld dat Bulgarije wereldleider is op het gebied van batterijparken? Wij rijden straks dwars door die transitie heen.

Ik ben dus een beetje nerveus, maar ik heb er vooral ook heel veel zin in. Uiteraard zijn al mijn verslagen straks te vinden op NU.nl. En volgende week lees je op deze plek of de laadpaalgoden ons gunstig gezind zijn geweest.

Source: Nu.nl economisch

Previous

Next