Weerbaarheid Zodra er ergens in Nederland een ramp gebeurt, moet het Calamiteitenhospitaal binnen dertig minuten klaarstaan voor gewonden. Bij de jaarlijkse oefening kwamen zaterdag én gewonde militairen én slachtoffers van een busongeluk binnen.
De ‘slachtoffers’ van het busongeluk liggen vanwege de kou op een isolatiematje.
„Waarom doet niemand wat? Kan iemand helpen? Kan iemand helpen?” Een vrouw met bebloed gezicht zit op het asfalt. Iets verderop ligt – doodstil – een motorrijder, zijn helm naast hem. Een auto staat in brand, met een kleine brandblusser gaat een jonge vrouw de steeds groter wordende vlammen te lijf. Een andere auto ligt op de kop, een derde deels onder een touringcar, die op zijn kant ligt. Overal verdwaasde, kermende en bebloede slachtoffers.
Dit hád een echte ramp kunnen zijn, ware het niet dat de slachtoffers vanwege de mistige kou op deze vroege zaterdagochtend op isolatiematjes liggen. Zo hád ook de defensietrein die iets verder op de hei bij de Bernardkazerne in Amersfoort stopt, echt gewonde militairen van een grootschalige NAVO-missie vanuit Oost-Europa kunnen brengen.
Maar dit is de jaarlijkse oefening van het Calamiteitenhospitaal. Dat normaal leegstaande deel van het UMC Utrecht moet binnen een half uur operationeel zijn als er ergens in Nederland een groot incident of een ramp plaatsvindt, of als bij een militaire missie gewonden vallen. Toen in 2019 Gökmen T. in een tram in Utrecht vier mensen doodschoot en andere passagiers zwaargewond raakten, ging het Calamiteitenhospitaal bijvoorbeeld open.
Het ziekenhuis is een samenwerking tussen het UMC Utrecht en de ministeries van Defensie en Volksgezondheid, en bestaat inmiddels 35 jaar. Aan deze oefening doen diverse defensie-eenheden, het Rode Kruis, de veiligheidsregio Utrecht, de politie Midden-Nederland, de brandweer, de regionale ambulancevoorziening Utrecht, het landelijk coördinatiecentrum patiëntenspreiding en honderden acteurs mee. Het is een van de grootste gezamenlijke oefeningen, bedoeld „om de weerbaarheid in kaart te brengen”, zegt een woordvoerder van Defensie.
Tijdens de oefening van het Calamiteitenhospitaal wordt een groot ongeluk met auto’s en een bus gesimuleerd.
De artsen en verpleegkundigen weten deze zaterdag dat er dertig gewonde militairen binnenkomen. Dáár staan ze voor klaar als rond negen uur ’s ochtends de melding komt van het ongeluk, met rond de honderd slachtoffers. Het betekent extra druk op de hele zorgketen, zowel militair als civiel. Maar ook dat er meer ambulances moeten komen, meer zorgpersoneel moet worden opgeroepen, dat er familie opgevangen moet worden.
Koning Willem-Alexander was toeschouwer tijdens de oefening.
Op het rangeerterrein van de Bernardkazerne heerst vroeg in de ochtend nog een serene rust – al zorgt de aanwezigheid van koning Willem-Alexander als toeschouwer van de oefening voor extra media-aandacht. Ambulances met motorbegeleiding staan klaar als de defensietrein langzaam binnenrolt. Gewonde militairen worden pas naar Nederland vervoerd nadat ze in het veld zijn behandeld en alleen als hun toestand stabiel is. Maar nu heeft een treinreis van twee dagen voor extra complicaties gezorgd.
Als een 34-jarige militair op een stretcher uit de trein wordt gehaald, zegt een hospik van het militair hospitaal tegen de verpleegkundige van het Rode Kruis die klaar staat: „Zijn situatie gaat hard achteruit.” En, na de medisch correcte briefing: „Zijn rechterkant ligt helemaal in de kreukels.”
Bij het verkeersongeluk op de hei is het chaotischer. De eerste brandweerauto die aankomt, moet inschatten wat prioriteit heeft én een brand blussen én boze slachtoffers negeren of kalmeren én de lichtgewonden naar een veiligere plek brengen. En dan is er ook nog een ‘vip’, die door agenten in bivakmuts wordt beveiligd en bekneld zit in een van de auto’s. De agenten zijn ongedeerd en blijven, ondanks het geroep van gewonden, met hun geweer in de aanslag bij de auto staan tot de brandweer de auto van de zogenaamde loswrikt.
Tien minuten rijden verder is het stilte voor de storm in het Calamiteitenhospitaal. Op de plek waar de ambulances zullen aankomen, is een karretje klaargezet met polsbandjes en klemborden. Luitenant-ter-zee Joris Prinssen, die de leiding over het hospitaal heeft, vertelt dat alle gegevens met pen en papier of op whiteboards worden geschreven en later in „computers on wheels” worden ingevoerd. Het ziekenhuis heeft noodaggregaten, maar mócht de stroom uitvallen dan blijft alle patiëntinformatie toegankelijk.
Naast de civiele slachtoffers op de weg, zijn er tijdens de oefening ook vijftig NAVO-militairen die verzorgd moeten worden.
Het Calamiteitenhospitaal is een normaal leegstaand deel van het UMC Utrecht. Het moet binnen een half uur operationeel zijn als er ergens in Nederland een groot incident of een ramp plaatsvindt, of als bij een militaire missie gewonden vallen.
Terwijl al bekend was dat tijdens de oefening vijftig militairen opgevangen zouden moeten worden, was het ongeluk met de auto’s en bus een verrassing voor de deelnemers aan de oefening.
Die stilte voordat de slachtoffers arriveren, is schijn: er wordt gespeeld dat het een donderdagochtend is. Terwijl het Calamiteitenhospitaal paraat wordt gemaakt, moeten elders in het UMC ook keuzes worden gemaakt. Kunnen gewone afspraken doorgaan of zijn de artsen beneden in het Calamiteitenhospitaal nodig? Zijn de operatiekamers wel vrij, de bijbehorende teams?
In de commandopost in de kelder – met wolkjes als plafondlampen om iets van daglicht te suggereren – houdt de medisch manager een briefing. Hij is eindverantwoordelijk voor alle medische noodhulp. De spoedhulp in het UMC is afgeschaald, vertelt hij, de polikliniek is dicht.
Eén voor één gaat hij de teams af: „Hoeveel hebben jullie nu al binnen, wat is de potentiële capaciteit? Kort en bondig graag.”
Aan personeel geen tekort, maar wel aan zakken bloed O-negatief, zo blijkt. „Over veertig minuten zijn die er weer”, zegt de man die daarover gaat. Hij heeft een groter probleem: de telefoons werken niet, zegt hij met een blik op de collega van IT. Ze hebben allemaal petjes met kleuren: groen voor coördinerende artsen, rood voor verpleegkundigen, geel voor administratief, blauw voor IT en veiligheid.
De medisch manager is streng. Als degene verantwoordelijk voor ‘verwantenopvang’ hem vraagt of het 0800-telefoonnummer voor informatie is ingesteld, zegt hij: „Dat is aan jou om te checken.” Als een coördinerend arts wil weten of er röntgenmachines zijn, hakt hij snel de knoop door: „Niet voor een eenvoudige armbreuk.” En als een andere arts zegt dat er peuters onder de slachtoffers zijn, besluit hij dat het beter is om die niet naar een kinderziekenhuis te vervoeren maar speciale apparatuur naar het Calamiteitenziekenhuis te laten komen.
Of de juiste afwegingen zijn gemaakt, moet later uit de evaluatie blijken.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie