Biodiversiteit Zaterdagochtend werd in Armenië de VN-top over biodiversiteit afgesloten. Landen zijn het eens dat het slecht gaat met biodiversiteit. Er moest nu vooral geld op tafel komen om dit tij te keren, maar dat kwam er amper. „Als het al zo moeilijk is om compromissen te vinden in teksten die niet eens bindend zijn, maak ik me wel zorgen.”
De tweejaarlijkse VN-top over biodiversiteit werd voor de 17e keer georganiseerd.
Op de biodiversiteitstop in Jerevan, de hoofdstad van Armenië, klonk het vrijdagmiddag al: de afsluitende vergadering kon wel eens een latertje worden, of zelfs tot zaterdag doorgaan. Van 18 tot 30 oktober werkten diplomaten, beleidsmakers en politici aan beleidsstukken die de internationale gemeenschap op koers moeten zetten om de wereldwijde biodiversiteit uit de crisis te helpen. Hardnekkige onenigheden over cruciale stukken leidden uiteindelijk tot een uitloop van meer dan 15 uur.
„Ik wilde even zeggen dat er achter in de zaal doosjes eten staan,” zegt de voorzitter van één van de commissies vrijdagavond. De vergadering loopt al anderhalf uur uit, er wordt nog druk geschaafd aan de formulering een beleidsdocument. „Ja, er zit echt eten in. Cadeautje van de organisatie.” Er volgt applaus. „Het is nu negen uur. Jullie moeten met mij en elkaar samenwerken, anders gaan we het nooit afkrijgen. Wees flexibel.”
Zaterdagochtend rond half elf lokale tijd is het dan zover, het laatste stuk is erdoorheen. Na een nacht vergaderen is voorzitter Hambardzum Motevosyan, Armeens minister van Klimaat, zichtbaar moe. Na uitvoerig gebakkelei tussen vertegenwoordigers en veel oproepen tot compromis en flexibiliteit, sluit de plenaire vergadering en begint de slotpersconferentie.
„Als ik terugkijk op de vergadering kan ik niet navertellen wat er gebeurd is, laat staan hoe of waarom,” zegt Motevosyan. „Maar we hebben meer bereikt dan we konden verwachten.” Het belangrijkste resultaat is het aannemen van de Global Review, waarin landen constateren dat het er slecht voorstaat met de biodiversiteit. Hoe de internationale gemeenschap terug op het juiste spoor kan komen om de biodiversiteit te waarborgen, staat in een deelbeslissing van het document: de zogeheten Yerevan Pathway. Die spoort landen aan om alle zeilen bij te zetten, samen te werken en vooral geld vrij te maken voor natuurbehoud.
„Ik verwijs liever niet naar ‘de belangrijke punten’,” vervolgt Motevosyan, „want alles wat we hier bespreken is belangrijk. Maar op de belangrijkste punten hebben we echt vooruitgang geboekt. Misschien niet zo snel of zo veel als alle landen hadden gewild, maar zo werken onderhandelingen nu eenmaal.” Op de vraag van een aanwezige journalist of de uitkomsten van de top in verhouding staan tot de ernst van de biodiversiteitscrisis, zegt hij uitgeput: „Soms is het werk wat doen een druppel op een gloeiende plaat. De crisis is immens, we blijven er keihard aan werken. Of deze top op zichzelf genoeg is om uit de crisis te komen? Natuurlijk niet.”
Al vooraf waren de verwachtingen laag voor deze editie van de biodiversiteitstop, die elke twee jaar plaatsvindt. Twee toppen geleden werden nog ambitieuze doelstellingen vastgelegd voor 2030, maar inmiddels is duidelijk dat in het huidige tempo geen enkele gehaald wordt. Nog steeds vloeien in de EU bijvoorbeeld jaarlijks tientallen miljarden aan subsidies naar projecten die schadelijk zijn voor de biodiversiteit. En sinds de Verenigde Staten ontwikkelingshulp via USAID hebben stopgezet, zitten veel initiatieven voor natuurbescherming zonder geld.
Intussen krimpt de biodiversiteit, aangejaagd door industriële landbouw, overbevissing en klimaatverandering. Gemiddeld zijn dierpopulaties met 73 procent in grootte afgenomen sinds 1970, rapporteerde het Wereldnatuurfonds deze maand. Dat betekent een minder weerbare natuur, diersoorten die met uitsterven worden bedreigd, en verminderde toegang tot ‘ecosysteemdiensten’ als een vruchtbare bodem, bestuiving, of koolstofvastlegging. Dat heeft economische gevolgen voor bedrijven die afhankelijk zijn van zulke diensten.
In Armenië werkten diplomaten onder andere aan financiering om de biodiversiteit te beschermen. Verschillende fondsen moeten een geldstroom mogelijk maken van het globale noorden, waar de meeste financiële middelen beschikbaar zijn, naar het globale zuiden, waar die middelen het meest effectief besteed kunnen worden aan natuurbehoud. Zo is er het Califonds, waar bedrijven die hun voordeel doen bij genetische informatie – sectoren als de cosmetica, farmacie, en plantenveredeling – een klein deel van hun winst aan kunnen afstaan ter bevordering van biodiversiteit. Het fonds is vrijblijvend, en dus nog vrijwel leeg: de teller staat met enkele symbolische bijdragen op een kleine elfduizend euro. Het was bedoeld om miljarden op te halen.
Elsenoor Wijlhuizen is als promovendus gespecialiseerd in de werking van zulke fondsen, en is in Jerevan aanwezig namens de Universiteit Utrecht. „Er zijn aan twee kanten discussies,” legt ze uit aan de telefoon. „Hoe we geld in het fonds krijgen, en hoe we het vervolgens besteden. Er is enorm veel onduidelijkheid hoe de richtlijnen van het fonds precies uitwijzen hoeveel een bedrijf zou moeten betalen, en al helemaal bij wie het geld dan terecht komt. Je ziet dat de details pas bij deze top uitkristalliseren, terwijl het fonds bij de vorige editie werd gelanceerd.” Gesprekken rondom de richtlijnen voor het Califonds zorgden voor veel vertraging tijdens de laatste vergadering.
De uitkomsten van die discussies zijn beleidsdocumenten, die internationale initiatieven zoals het Califonds sturen en overgenomen kunnen worden in landelijke wetgeving. Die passeren eerst werkgroepen, waar diplomaten schaven aan de tekst om zo dicht mogelijk bij een consensus te komen. Hoe goed dat lukte, is in een oogopslag aan de eerste versie van het document te zien: hoe meer er tussen haakjes staat, hoe langer politici over de stukken moesten doorpraten. Is het niet af vóór de slotvergadering, dan moet er ter plekke nog stevig over de tekst gediscussieerd worden.
„De beleidsteksten waar het om gaat bevatten heel zacht taalgebruik,” zegt Jelle Behagel aan de telefoon. Hij is universitair hoofddocent bos- en natuurbeleid en woonde de top bij namens de universiteit van Wageningen. „Met zinnetjes als: ‘we nodigen landen uit’, of ‘we nemen nota van’. Als het al zo moeilijk is om compromissen te vinden in teksten die niet eens bindend zijn, maak ik me wel zorgen. Is dit dan ons antwoord op de biodiversiteitscrisis?”
Ook op het gebied van financiële toezeggingen had Behagel liever meer gezien. „Dinsdag werd er geworven voor een biodiversiteitsfonds dat in 2022 richting de 700 miljoen ophaalde. Nu was het eindtotaal 60 miljoen. Sorry, maar dat is de waarde van de buurt waar ik woon. Aan de hypotheekrenteaftrek besteden we tien miljard per jaar.”
De tegenvallende resultaten van de biodiversiteitstop roepen vragen op over de toegevoegde waarde van dergelijke VN-bijeenkomsten. Bijvoorbeeld bij de klimaatminster van Panama, die de volgende editie van de top binnen wilde slepen maar het uiteindelijk moest afleggen tegen Ecuador. Hij sprak van „mooie speeches en bullshit, terwijl de wereld in brand staat”, en pleitte voor daadkrachtiger biodiversiteitsbeleid.
Wijlhuizen begrijpt de kritiek. „Als je bedenkt hoeveel geld we uitgeven aan dit tweejaarlijks organiseren om met zijn allen naar worddocumenten te kijken en dingen tussen haakjes te zetten, word je helemaal gek. Het is krom: hoewel het hier over heel belangrijke dingen gaat, maken mensen hier ook gewoon carrière. Misschien zet ik het ook wel op mijn CV dat ik hier geweest ben. In hoeverre zet dat nou zoden aan de dijk voor bedreigde grutto’s in Nederland?”
Toch benadrukken zowel Behagel als Wijlhuizen dat de biodiversiteitstop écht kan mobiliseren en agenderen, al is het misschien niet zo veel als ze zouden willen. De rol van inheemse bevolking en lokale gemeenschappen staat in Jerevan bijvoorbeeld standaard op de agenda, sinds de editie van 2022 dat formeel erkende. Behagel: „Het belangrijkste doel van zo’n top is een richting uitzetten en consensus creëren. Maar de uitvoering ligt bij de VN-landen.”
Naast het onderhandelingsgedeelte van de top spelen talloze kleinere side-events, waarvan de waarde volgens Wijlhuizen niet moeten worden onderschat. „Die zijn heel inspirerend. Universiteiten, non-profits, mensen die op lokaal niveau hun best doen en in hun onderzoek samenwerken met inheemse gemeenschappen. Dan denk je: oh ja, er zijn hier echt waardevolle initiatieven aanwezig. Het is alleen jammer dat er zo’n kloof zit tussen wat er op kleine schaal gebeurt en hoe er internationaal wordt gereguleerd.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie