Van dakconstructie tot complete woning: bouwen met hout wint snel terrein. Het aandeel houten nieuwbouwwoningen in Nederland is in vijf jaar tijd meer dan verdrievoudigd. Toch blijkt ook deze duurzame bouwmethode niet genoeg om het woningtekort aan te pakken.
Het aandeel houten nieuwbouwwoningen in Nederland is in vijf jaar tijd meer dan verdrievoudigd, van 2 procent in 2020 naar 6,8 procent in 2025. Een aanzienlijke stijging, vindt directeur Michel van Eekert van Buildsight, een marktonderzoeksbureau voor de bouwsector. Die groei wordt onder andere gedreven door de strenge eisen aan de vermindering van CO2-uitstoot.
Hout als bouwmateriaal voor woningen is op zichzelf niet nieuw, zegt hij. "Het wordt al heel lang gebruikt, denk aan hellende dakconstructies en kozijnen. Wat wel echt verandert, is dat er steeds meer wordt gebouwd met massief hout. Dat is een bouwmethode die in Nederland nog relatief weinig wordt toegepast, maar wel aan belangstelling wint."
Bij massieve houtbouw zijn vaak de dragende wanden en verdiepingsvloeren van hout. Een verdiepingsvloer is een constructieve vloer die bijvoorbeeld de begane grond scheidt van de eerste verdieping. Vaak wordt hout daarbij gecombineerd met andere bouwmaterialen, zoals beton en staal. De fundering wordt doorgaans nog van beton gemaakt.
Door te bouwen met hout en andere natuurlijke materialen stoot de bouw fors minder CO2 uit. "Maar ook traditionele bouwmaterialen worden steeds duurzamer. Daarnaast kan de bouw verduurzamen door minder materiaal te gebruiken en bestaande materialen te hergebruiken", benadrukt Van Eekert.
Het verduurzamen van de bouw is een belangrijke doelstelling van het kabinet. Minister Elanor Boekholt-O'Sullivan zet daarom in op het zogeheten 30-30-30-plan. Het streven is dat in 2030 minstens 30 procent van de nieuwbouwwoningen voor minimaal 30 procent van de massa uit biobased materialen bestaat. Daarnaast wil het kabinet dat vanaf 2030 de helft van de nieuwbouwwoningen industrieel wordt gebouwd.
Daarom wordt meer ingezet op industriële houtbouw. Dat is een bouwmethode waarbij de verschillende onderdelen van een woning in een fabriek worden gemaakt en vervolgens naar de bouwplaats worden getransporteerd en in elkaar gezet.
Die methode maakt het mogelijk om sneller, schoner en met minder arbeidskrachten te bouwen. Dat blijkt uit het in november 2025 opgestelde Houtbouw Pact Metropoolregio Amsterdam 2026-2030. Dat is een uitkomst.
Onlangs waarschuwde het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) dat er de komende drie jaar 73.000 arbeidskrachten nodig zijn om woningen te bouwen en te verduurzamen. De sector kan die voordelen van industriële houtbouw dus goed gebruiken. Zeker nu de doelstelling van 100.000 nieuwe woningen per jaar al tijden niet wordt gehaald.
De veranderende vraag naar woningen biedt daarin kansen. Waar eerst vooral grondgebonden woningen werden gebouwd, bestaat het merendeel van de nieuw gebouwde huizen nu vooral uit appartementen. "In appartementenbouw zit veel herhaling", legt Van Eekert uit. "Dat nodigt uit tot geprefabriceerd bouwen."
Al moet er wel voor worden gewaakt dat er niet alleen maar standaardwoningen worden gebouwd, vindt Arjan Habraken, die als expert verbonden is aan de Technische Universiteit Eindhoven.
De ambitie om in 2030 de helft van de woningen in een fabriek te produceren noemt hij wat ambitieus. "Maar door te prefabriceren en te standaardiseren kunnen er grote stappen worden gezet." Modulaire bouwsystemen met 2D-elementen als vloeren, kolommen, wanden en balken bieden volgens hem kansen. Die kunnen op hoog tempo op de bouwplaats worden gemonteerd.
De kosten voor houtbouw liggen wel wat hoger. Hout dat in Nederland wordt gebruikt, moet uit Duitsland of Oostenrijk hiernaartoe komen. Dat is mede door de hoge benzineprijzen niet goedkoop. "Maar de verdere ontwikkeling van standaardisatie en productietechnieken zullen dit verschil verkleinen", zegt Habraken. "Al moet naast de kosten ook de impact op de natuur een belangrijke factor zijn bij de keuze voor houtbouw."
Dat wordt ook gezien door BAM Wonen. Dat stelt dat in een fabriek woningen bouwen niet alleen leidt tot minder transportbewegingen, maar dat er door de lichtheid van het hout ook minder energie en kracht nodig is tijdens het bouwproces. "In de fabriek wordt veiliger en energiezuiniger gewerkt. Bovendien wordt exact gemaakt wat nodig is, wat voor minder verspilling zorgt."
Hoewel er goede stappen worden gezet, ziet Van Eekert meer houtbouw nog niet als oplossing voor het woningtekort. "Daar is lang niet genoeg capaciteit voor", zegt hij. De afgelopen jaren zijn een aantal fabrikanten failliet gegaan, en de werkplaatsen die er nog wel zijn, zijn er lang niet altijd op ingericht om op grote schaal met snelheid woningen te produceren. Dat veranderen is volgens hem de grootste uitdaging.
"De sector heeft nu al de grootste moeite om jaarlijks 75.000 woningen op te leveren, laat staan 100.000. Het idee dat de helft daarvan al vóór 2030 uit een fabriek moet komen, terwijl het al bijna 2027 is, is heel lastig voor te stellen."
Source: Nu.nl economisch