Zo simpel is het niet Om onafhankelijker te worden moet Europa veel investeren. Volgens banken is het daarom een goed moment ze vrijer te laten. Economen vinden het juist een slecht moment, nu de risico’s toenemen. Marike Stellinga is met de economen.
Precies nu. Nu de risico’s toenemen, grootmachten agressiever worden, en markten vaker worden verstoord. Nu er zorgen zijn over een mogelijke AI-zeepbel en toezichthouders waarschuwen voor de „potentieel giftige cocktail” op de financiële markten. Nu hoge staatsschulden en oplopende rentes de slagkracht van landen aanvreten. En openlijk de vraag klinkt of er een nieuwe eurocrisis dreigt, omdat onzeker is of Frankrijk zijn begroting op orde wil brengen.
Precies nú wil de Europese Unie de spelregels voor banken herzien en klinkt het pleidooi banken minder strenge regels op te leggen. De lobbyclubs van Europese banken laten er rapporten over schrijven en sturen brandbrieven aan kranten.
Want hey, die strenge regels waren misschien begrijpelijk na de financiële crisis van 2008, toen landen zich voor tientallen miljarden euro’s in de schulden staken om banken overeind te houden. Maar nu wil Europa meeboksen met de grote jongens op het wereldtoneel. Concurrerender worden. Minder kwetsbaar. Onafhankelijker. En dus moet Europa als een malle investeren. In defensie, in energiebronnen en eigen it-bedrijven, in innovatie.
Daar is enorm veel geld voor nodig. Er zijn schattingen die spreken over zo’n 1.200 miljard euro per jaar. Dat geld kan natuurlijk niet alleen van overheden komen. De private sector moet mee investeren. En dus moeten we banken minder kort houden, betogen de banken zelf. Zodat ze kunnen helpen bij het financieren van die onafhankelijkere Europese toekomst. Worden we allemaal beter van, en Europa sterker.
Klinkt logisch of niet? Er klopt alleen weinig van.
De Europese bankenlobby suggereert dat banken meer zouden uitlenen als ze minder buffervermogen moeten aanhouden. Na de financiële crisis eiste het hele Westen dat banken meer eigen vermogen (kapitaal) verzamelden. Grote banken waren in 2008 nauwelijks in staat verliezen te incasseren en moesten binnen de kortste keren gered worden door belastingbetalers. Dus werden de kapitaaleisen verhoogd. Er kwam een dikker stootkussen tussen banken en belastingbetalers. Sindsdien zijn de buffers verdubbeld van 3 naar 6 procent van alle uitstaande leningen en beleggingen. (Als u denkt: „dat lijkt me nog steeds geen immens grote buffer”, dan geef ik u gelijk.)
In de praktijk blijken die hogere kapitaaleisen kredietverlening niet in de weg te staan. Ze hebben de leenkosten voor burgers en bedrijven een klein beetje verhoogd, concluderen sommige studies. Maar het heeft ook de kredietverlening in economisch slechte tijden op peil gehouden en dus de leenkosten op zulke momenten verlaagd, constateren De Nederlandsche Bank en economen van het Centraal Planbureau.
De kapitaaleisen hadden gemiddeld „geen significante impact” op de hoeveelheid krediet die banken verlenen, aldus DNB. Wat wel kan: dat banken aan minder risicovolle bedrijven en projecten geld zijn gaan lenen, aldus DNB. Maar dan is de vraag: was dat niet ook de bedoeling? Dat banken minder risico’s zouden nemen? En: nemen banken minder risico vanwege de kapitaaleisen of hebben ze geen zin in ingewikkelde kredieten?
Geld hebben Europese banken in elk geval zát. De ene na de andere Europese grootbank rapporteert recordwinsten. Deze week nog UBS, Deutsche Bank en BNP Paribas. Met die winsten zouden ze hun buffervermogen kunnen versterken zodat ze meer kunnen uitlenen en hun droomrol in die onafhankelijke Europese toekomst kunnen spelen.
Maar nee, dát doen veel banken niet. Ze gebruiken het geld opvallend vaak om op de beurs hun eigen aandelen op te kopen. Dat mag natuurlijk, maar tegelijk klagen dat je minder kan uitlenen dan je zou willen, is best raar.
„Als je kapitaaleisen verlaagt, hoeft de kredietverlening niet te stijgen. Banken kunnen het vrijgekomen kapitaal ook aan aandeelhouders uitkeren,” zegt Suzanne Vissers van het CPB.
De economische nadelen van de kapitaaleisen zijn dus klein, áls ze er al zijn. Maar de economische en maatschappelijke voordelen van het voorkomen van een nieuwe financiële crisis zijn enorm. „Voor de economie én voor de samenleving. Na de bankencrisis van 2008 kromp de economie sterk en moesten veel landen fors bezuinigen. De onvrede nam toe en populistische partijen groeiden,” zegt hoogleraar Harald Benink, gespecialiseerd in banken.
Hogere kapitaalbuffers zijn de simpelste manier om banken veiliger te maken. Banken kunnen verliezen zelf makkelijker opvangen, en minder makkelijk gokken met belastinggeld. Benink: „Hoe lager de buffers, hoe groter de kans dat belastingbetalers moeten bijspringen.”
Essentieel is dat grote banken niet te vergelijken zijn met andere bedrijven. Grootbanken opereren met een verzekering van ons allemaal. Als ze failliet dreigen te gaan, worden ze in de regel gered door de staat. Het risico is te groot dat de economie anders tot stilstand komt. Vanwege die verzekering is er een ingebakken risico op wangedrag van grote banken. Ze dragen immers niet zelf de verliezen als het misgaat, en krijgen wel de winsten (bonus!) als het goed uitpakt. Onder die voorwaarden wil iedereen wel gokken in het casino.
Benink: „Banken lobbyen al decennia niet aflatend voor lagere kapitaaleisen. Zodat het rendement voor aandeelhouders toeneemt, en daarmee ook de beloning van topbankiers. Maar historisch bezien zijn de buffers nog steeds laag. En dit is het slechtst denkbare moment om de eisen te versoepelen.”
Nou zijn niet alle klachten van de banken onzin. Banken moeten inmiddels aan wel heel veel én heel complexe regels voldoen. Je zou regels kunnen schrappen, als je de kapitaaleisen juist verhóógt, bepleitte hoogleraar Arnoud Boot bij BNR. Hoe groter de buffer tussen banken en belastingbetalers, hoe kleiner de noodzaak banken kapot te reguleren.
Europa moet ,,een balans vinden tussen weerbaarheid en de financiering van de economie,” schreef de Europese Commissie deze zomer. Alsof die weerbaarheid de economie in de weg zit. Het is juist de grond waarop de economie staat.
Europa staat er veel beter voor dan in 2008. Banken hebben hogere buffers en minder dubieuze leningen. Bij het redden van een bank moeten de aandeelhouders en schuldeisers van die bank meebetalen. Dat is enorme winst. Voor de economie, de samenleving en ons allemaal. Ik zou zeggen: houden zo.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie