Kunstmatige intelligentie Schrijfster Mariët Meester ontving een intrigerende mail over één van haar boeken. Maar was het bericht afkomstig van een auteur van vlees en bloed, of toch van eentje van bits en bytes?
Ik ben ergens ingetuind. En daar baal ik van. Het had met AI te maken, natuurlijk had het weer met AI te maken. Een paar jaar geleden lachten we bij mij thuis nog om mijn schoonmoeder, wier ʽzoon’ haar per sms om vierduizend euro had gevraagd. Terwijl ze bezig was het bedrag over te maken, kon ze het bankrekeningnummer niet helemaal ontcijferen en besloot ze ons te bellen, zodat het op het nippertje goed is gekomen. Nu ben ik het zelf die een bericht verkeerd heeft geïnterpreteerd. Wat een afgang.
Het zit zo: als schrijfster van zestien boeken krijg ik nogal wat e-mails van mensen die me iets willen vragen of vertellen. Vaak zijn dat lezers die me een compliment geven of die vergelijkbare dingen als mijn personages hebben meegemaakt. Zulke mails zijn erg leuk. Daarnaast komt het regelmatig voor dat iemand me naar aanleiding van een boek om inlichtingen vraagt en ik iets voor de mailschrijver moet uitzoeken, ook dat doe ik met plezier. Gemiddeld besteed ik er per week enkele uren aan.
Mariët Meester is schrijfster.
Een andere categorie e-mails die ik ontvang, via het adres dat op mijn website staat, is geschreven door figuren die de betreffende website tegen betaling willen verbeteren. Dat is ordinaire spam die ik onmiddellijk verwijder.
Sinds kort is deze categorie uitgebreid met voorstellen voor de verspreiding van mijn boeken. Ook die verwijder ik altijd meteen, totdat ik laatst een marketingplan ontving dat maar liefst duizend woorden en tien aandachtspunten telde. Het zou zijn gemaakt door iemand die Laura Kia heette. Er zat een digitaal visitekaartje met een foto bij, een doodgewone jonge vrouw met donker haar.
Het plan ging over mijn laatstverschenen boek Een vrij leven en was opvallend vakkundig opgesteld. Ik citeer: „Een van de interessantste marketingmogelijkheden is dat Een vrij leven een persoonlijk verhaal uit de jaren tachtig vertelt dat opvallend goed aansluit bij hedendaagse thema’s. Tiny houses, minimalisme, duurzaamheid, hergebruik, bewust consumeren en leven buiten traditionele normen zijn vandaag sterk besproken onderwerpen. Door het verhaal te verbinden met actuele interesses kan het boek opnieuw relevant worden gemaakt voor een publiek dat de oorspronkelijke periode niet heeft meegemaakt, maar zich wel herkent in de ideeën erachter.”
Aangezien er online geen betrouwbare persoon met de naam Laura Kia te vinden was, heb ik ook dit marketingplan als spam gekwalificeerd. Jammer, maar moedig voorwaarts! Het schrijversbestaan is onzeker, daar ben ik aan gewend, doorzetten maar weer.
Dat laatste leek pasgeleden tot een mooi resultaat te leiden. Een paar van mijn boeken zijn vertaald, zodat ik weliswaar opkeek van de geïnteresseerde e-mail van een Engelse acquirerend redacteur, maar ik die toch niet helemaal onmogelijk achtte. Het onderwerp van de mail luidde Childhood, Freedom and Veenhuizen en de betreffende redacteur, ook een vrouw, schreef verstandige dingen over mijn boek Koloniekind (2022), een memoir over mijn jeugd. Wat haar aantrok was dat een persoonlijk verhaal inzicht gaf in een grotere sociale geschiedenis. Met dit verhaal over een kindertijd, schreef ze, gaf ik de lezer van binnenuit een blik op een gemeenschap met eigen regels en een eigen hiërarchie.
Nou, dat waren typisch zinnen zoals mensen bij uitgeverijen die formuleren, zodat ik net als bij het marketingplan uitzocht of deze persoon wel bestond en of het een echte uitgeverij betrof. Ja, de uitgeverij bestond en had zich gespecialiseerd in non-fictie. Check. En ja, de redactrice bestond ook en werkte daar. Check.
Wel had ik wat kleine vraagtekens. Toen ik dit bericht ontving vond net de Frankfurter Buchmesse plaats, hoefde deze redacteur daar dan niet naartoe? Het leek me een gek moment om via e-mail een boek te acquireren. Nou ja, sommige redacteuren blijven thuis, dacht ik ook. Het zou wat zijn als de complete uitgeverij naar Duitsland was getogen.
Het mailadres van waaraf het bericht was verstuurd was plausibel, dus wat deed ik: ik onderdrukte mijn opwinding over het heuglijke nieuws en besteedde een hele dag aan een antwoord. In mijn beste Engels probeerde ik de intelligente literaire schrijfster uit te hangen (die ik natuurlijk ook ben). Verder bracht ik zowel mijn Nederlandse redacteur als de afdeling voor buitenlandse rechten van mijn Nederlandse uitgeverij op de hoogte, waarbij ik terloops vermeldde dat het allemaal nep kon zijn.
Er kwam een reactie van mijn redacteur. Het was nep. Bijna alle auteurs ontvangen tegenwoordig zulke mails. Nu heeft geen enkele collega mij ooit verteld dat er namaakberichten over vertalingen binnenkwamen, maar het zal vast zo zijn. Wat schaam ik me. En wat is dit deprimerend. Die hunkering van de schrijver, het hopen op een mazzeltje na al het ploeteren. Zo aandoenlijk. Hoewel ik ervaren genoeg ben om te weten dat vertaalplannen vaak niet doorgaan en je er het beste stoïcijns onder kunt blijven, heb ik toch gereageerd, ik heb er energie aan besteed, mijn hoop was gevoed.
En nu is er iets heel anders gevoed, namelijk mijn argwaan. Ik ben wantrouwig geworden. Ik voel me vies, ik voel me dom. Er is bij mij een mentaliteit in de maak waarbij ik nergens meer fiducie in heb, iets wat toch al sluimerde. Eigenlijk wil ik die Engelse uitgeverij waarschuwen, want er zullen uit naam van dezelfde redacteur wel meer berichten naar buitenlandse auteurs worden verstuurd, dat moeten ze weten. Maar op de website van de uitgeverij kan ik geen contactadres vinden, alleen één e-mailadres van het overkoepelende concern. Bestaat Octopus Publishing Group eigenlijk wel, bestaat Hachette UK eigenlijk wel?
De belangrijkste vraag is natuurlijk wat degenen die hier achter zitten – want achter alles zit uiteindelijk een mens – bij dit alles denken te winnen. Waarom worden Nederlandse schrijvers met dergelijke berichten bestookt?
Iedereen met wie ik het erover heb, zegt dat er AI-agents getraind moeten worden, en dat die leren van mijn antwoord. Dat kan natuurlijk. Maar het lijkt me een omslachtige methode, is dat werkelijk het verdienmodel? Dat marketingplan, dat snap ik. Die fake Laura Kia wil dat ik betaal, al vroeg ze daar nog niet om. Maar het zogenaamde mailtje uit Londen was dus alleen bedoeld om iets van de reactie op te steken en zo in het hoofd van een schrijver te kunnen kruipen?
Inmiddels denk ik het te weten. De ʽEngelse redactrice’ heeft me namelijk geantwoord. Erg gelachen daarom. Hoe doorzichtig. Hoe clichématig. En hoe geraffineerd, maar niet heus. In deze mail kwam de aap uit de mouw. Het doel blijkt te zijn om manuscripten te ontvangen, ofwel het jatten van kant-en-klare, professioneel geredigeerde, al in het Nederlands gepubliceerde boeken. Ik moest de digitale bestanden van de mogelijk te vertalen boeken maar opsturen, stond er.
Dat deed me denken aan wat er eerder is gebeurd, toen Meta zonder enige betaling het werk van een groot aantal schrijvers gebruikte om taalmodellen te voeden die zelfstandig boeken kunnen schrijven. Gelukkig zijn organisaties als de Auteursbond daar toen achter gekomen en hebben ze ons als auteurs in het voorjaar van 2025 gewaarschuwd.
Er bleek een illegale schaduwbibliotheek te bestaan waaruit Meta kon putten, in mijn geval stonden er drie titels in. Mijn boeken en die van talloze anderen werden gebruikt om ʽzelfschrijvende machines’ te vervolmaken. Anders gezegd: levende schrijvers werden met behulp van hun eigen tekstmateriaal overbodig gemaakt. Niemand was om toestemming daarvoor gevraagd, zodat dergelijke datamining gerust een vorm van stelen genoemd kan worden.
Wereldwijd laten de organisaties die het voor schrijvers opnemen het er niet bij zitten. Zo hebben in Nederland de Auteursbond, de vereniging van journalisten NVJ en auteursrechtenorganisatie Lira eerder dit jaar gezamenlijk een sommatie naar Meta gestuurd waarin ze eisten dat deze praktijken worden gestaakt. Een bedrijf mag niet zonder instemming en zonder vergoeding auteursrechtelijk beschermde teksten gebruiken om daar zelf rijk aan te worden, vaak absurd rijk. De reactie op de sommatie was onbevredigend, zodat de kans groot is dat er binnenkort megaclaims tegen Meta en andere AI-bedrijven worden ingediend, ook door rechtenorganisaties en uitgeverijen uit andere landen. De allernieuwste methode waarmee ik nu te maken heb gehad, rechtstreeks via de hunkerende auteur, zal bedoeld zijn om zulke claims te vermijden en helemaal legaal te opereren. De auteur heeft de bestanden toch vrijwillig opgestuurd?
Inmiddels is Pangram in mijn leven gekomen, de website die voor je uitzoekt of er bij het schrijven van een tekst AI is gebruikt. Ik heb het uitgeprobeerd bij zowel het marketingplan als bij de e-mails uit Londen: allemaal waren ze voor 100 procent AI. Dat vrolijkte me alweer een stukje op. In het vervolg kan ik twijfelachtige berichten eerst door Pangram halen. Ook dat bijna alle auteurs ermee zitten heeft me een tikje getroost. Maar het blijft opletten, en daarom wil ik er graag voor waarschuwen: schrijvers van alle soorten en maten, kijk uit, het overkomt niet alleen meer hoogbejaarde schoonmoeders.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie