Defensiematerieel De hoop op een eigen Europees jachtvliegtuig van de ‘zesde generatie’ lijkt vervlogen door geruzie tussen Franse en Duitse fabrikanten. Maar op het terrein van drones die straaljagers begeleiden, zien Europese defensiebedrijven kansen.
Flyby van F-35’s vorige maand tijdens de 49ste Wereldhavendagen in Rotterdam. Foto Jessy Domenie/ANP
Airbus. Siemens. Rheinmetall. De mannen in zakenkostuum die zich op deze grijze oktobermorgen hebben verzameld in een Berlijnse conferentiezaal, vertegenwoordigen de kampioenen van de Duitse industrie. Maar een van de eerste voordrachten komt van een invloedrijke vrouw.
Marie-Christine von Hahn is voorzitter van de branchevereniging van de Duitse Lucht- en Ruimtevaartindustrie en volgens haar is er geen tijd te verliezen. „Elke maand, elke week telt.” In 2029 zal de Russische Federatie militair in staat zijn een aanval uit te voeren op NAVO-grondgebied. De relatie met de VS staat onder „enorme druk”, zegt Von Hahn, en Europa kan niet meer rekenen op Amerikaanse bescherming.
En juist nu is een van de belangrijkste Europese defensieprojecten uit elkaar gespat.
Afgelopen juni maakten Berlijn en Parijs bekend dat de samenwerking voor een nieuw jachtvliegtuig van de ‘zesde generatie’ niet doorgaat door onenigheid tussen de Duitse en Franse fabrikanten. Dat het FCAS-project – de afkorting staat voor Future Combat Air System – is mislukt, betekent een enorme domper voor de Europese luchtvaartindustrie. Het roept de vraag op of Europa in staat zal zijn technologisch mee te komen met China en de VS. En dat op een moment dat de ontwikkeling van ‘straaljagerdrones’, die de jachtvliegtuigen begeleiden, de militaire luchtvaart op zijn kop zet.
In haar speech geeft Von Hahn de Fransen de schuld. „Een programma waarin Duitse bedrijven slechts toeleverancier kunnen zijn, is geen echte samenwerking.” Tegelijkertijd houdt ze de moed erin: het FCAS-project is niet „mislukt”, maar maakt een „doorstart”. In de Duitse luchtvaartstrategie die de regering deze zomer vaststelde, staat onomwonden dat Duitsland de leiding wil nemen in de ontwikkeling van een hypermodern jachtvliegtuig. Volgens Hahn is dat van het grootste belang voor de Duitse én Europese soevereiniteit. „Duitsland kan dat, want Duitsland is een Kampfflugnation.”
Maar kan Europa nog wel een eigen jachtvliegtuig bouwen? Na het mislukken van FCAS zijn er in Europa vier projecten voor een jager van de zesde generatie. Kansrijk lijkt voorlopig alleen de Tempest, die het Verenigd Koninkrijk, Italië en Japan ontwikkelen.
De wandelgangen van deze Airforce Tech Summit, een conferentie waar Duitse militairen spreken met vertegenwoordigers van de industrie, staan niet bol van zelfvertrouwen. Het laatste jachtvliegtuig dat Duitsland met andere Europese landen heeft gerealiseerd, is de Eurofighter. Dit toestel is vanaf de tweede helft van de jaren tachtig ontwikkeld en heeft inmiddels aan relevantie ingeboet – iets waar de officieren van de Luftwaffe off the record geen geheim van maken.
Een Europees jachtvliegtuig van de ‘vijfde generatie’, zoals de Amerikaanse F-22 en F-35, is nimmer ontwikkeld. Mede daarom heeft Duitsland besloten om – net als Nederland en veel andere Europese landen – F-35’s aan te schaffen. Voor Duitsland was het de enige manier om de nucleaire taak (met Amerikaanse kernwapens) te kunnen blijven uitvoeren. Nu de dreiging van Rusland groeit, is het belangrijk de afschrikking up to date te houden, zeggen de militairen van de Luftwaffe. Tegelijkertijd is er zorg over een groeiende afhankelijkheid van de VS – de ’trans-Atlantische partner’ die zich onder president Trump openlijk aan de zijde van Rusland heeft geschaard.
Dergelijke zorgen zijn er ook in Nederland. Hoewel het kabinet-Jetten de ambitie heeft geformuleerd meer Europees en minder Amerikaans militair materieel te kopen, daalde de aanschaf door Defensie in Europa van 78,9 procent in 2024 naar 59 procent dit jaar. Tegelijkertijd steeg de inkoop in de Verenigde Staten: 31,8 procent van alle wapens die Defensie in de eerste maanden van 2026 kocht, kwam uit de VS. Een jaar eerder was dat nog 12,8 procent. Tijdens de behandeling van de Defensiebegroting vroeg een Tweede Kamermeerderheid het tempo van Europese aankopen te versnellen.
De Duitse parlementariër Christoph Schmid (SPD) vindt dat er praktisch moet worden omgegaan met Amerikaanse wapenaankopen. „Als de F-35 het beste vliegtuig is, is het prima om dat toestel aan te schaffen.” Maar de SPD’er waarschuwt ook voor gemakzucht. „De militaire luchtvaart is een sleuteltechnologie voor de hele Duitse industrie. We moeten ook in staat zijn zelfstandig, zonder de Amerikanen, een militair vliegtuig te bouwen.”
Intussen vergroten de VS en China hun voorsprong. Beide grootmachten ontwikkelen nu jachtvliegtuigen van de zesde generatie.
De belangrijkste technologische doorbraak bij jachtvliegtuigen van de vijfde generatie als de F-22 en F-35 is dat ze nauwelijks te zien zijn op de vijandelijke radar. Door een ontwerp dat zo min mogelijk rechte hoeken kent en door toepassing van radarabsorberende materialen kaatsen ze weinig radargolven terug. Toestellen van de zesde generatie, is de algemene verwachting, zullen naast deze stealth-techniek moeten beschikken over betere en zuinigere motoren, maar vooral over superieure rekenkracht, AI en het vermogen samen te werken met onbemande vliegende drones. Jachtvliegtuigen van de zesde generatie zijn daarom méér dan alleen een nieuwe superfighter, het wordt een system of systems.
De ontwikkeling van onbemande gevechtsvliegtuigen zet de traditionele militaire luchtvaart op zijn kop. Waar de nieuwe F-47 van de US Airforce volgens de meeste schattingen zo’n 300 miljoen dollar per stuk gaat kosten (ruim drie keer zo duur als een F-35), kunnen Collaborative Combat Aircraft (CCA’s) in een hoog tempo worden geproduceerd voor een fractie van die prijs. En van de F-47 mogen dan alleen nog vage artist’s impressions zijn gepubliceerd, de drones die de jager moeten begeleiden, zijn al geproduceerd en getest. Deze zomer vuurde een CCA-drone van het Amerikaanse defensiebedrijf Anduril met succes een raket af.
De Amerikaanse luchtmacht heeft ook een opdracht gegund aan General Atomics (bekend van de Predator- en Reaper-drones). Van beide typen drones worden er nu samen zo’n honderd gebouwd. Daarna zal worden gewerkt aan een meer geavanceerde generatie. Door deze geleidelijke aanpak kan de Amerikaanse luchtmacht snel ‘iets’ in de lucht krijgen om de huidige luchtvloot te versterken – geen overbodige luxe in een oorlog met China vanwege Taiwan, bijvoorbeeld. Bovendien biedt dit de mogelijkheid de sterk geconcentreerde Amerikaanse defensiemarkt open te breken, nu gedomineerd door vijf grote bedrijven.
De VS zetten de toon in de ontwikkeling van CCA-drones, maar diverse andere partijen zijn hierin ook actief. Zo heeft de Australische luchtmacht met de MQ-28 Ghost Bat een vliegend prototype, ontwikkeld door Boeing Australia. En Airbus presenteerde tijdens de Berlijnse luchtshow van 2024 zijn eigen CCA-concept. Maar niet alleen grote Europese bedrijven zien kansen: het piepjonge Duitse defensiebedrijf Helsing (opgericht in 2021) hoopt hoge ogen te gooien met de CA-1. Deze drone moet begin volgend jaar zijn eerste testvlucht uitvoeren.
Droneproducenten houden het oog vooral gericht op Berlijn. Een nieuw bemand toestel mag in de verre toekomst liggen, de Duitse luchtmacht wil nog dít decennium onbemande fighters hebben, als aanvulling op het Eurofighter-bestand. Het Duitse Verteidigungsministerium heeft bovendien véél geld. Om te voldoen aan de nieuwe NAVO-norm – 3,5 procent van het bbp – stijgen de Duitse defensie-uitgaven van 108 miljard euro dit jaar tot zo’n 183,7 miljard in 2030.
Aanvankelijk zou het Duitse ministerie een eerste partij Australische Ghost Bats willen kopen, maar op aandringen van de regering komt er een openbare aanbesteding. Om hun kansen te vergroten, hebben Amerikaanse bedrijven toenadering gezocht tot Duitse partners. Zo tekende deze zomer General Atomics een samenwerkingsverband met het Duitse ingenieursbureau Intec Group. De Duitsers gaan werken aan de software die samenwerking met de Eurofighter mogelijk moet maken. Het doel, stelt het persbericht hierover, is „soevereine capaciteiten” te ontwikkelen voor Duitsland.
Die term is niet toevallig gekozen. Geavanceerde gevechtsvliegtuigen als de F-35 zijn ‘gesloten’ systemen: gebruikers hebben geen toegang tot de software en kunnen het toestel niet zelf doorontwikkelen of eigen wapensystemen integreren. Zo past de Duitse IRIS-T, een luchtdoelraket voor de korte afstand van defensiebedrijf MBDA, in de romp van de F-35, maar zonder Amerikaanse toestemming voor plaatsing zal de Bundeswehr de Amerikaanse AIM-9 Sidewinder moeten aanschaffen.
Toen een enorme crisis uitbarstte rond Trumps plan om Groenland te annexeren, vroeg regeringen in sommige Europese hoofdsteden zich hardop af of de Amerikanen hun dure F-35’s op afstand onklaar zouden kunnen maken. De Nederlandse staatssecretaris voor Defensie liet weten dat zijn ministerie in zo’n geval in de software van de F-35’s zou kunnen inbreken.
Voor Amerikaanse CCA-drones is ‘jailbreaken’ niet nodig. Voor de ontwikkeling van fighter-drones heeft de Amerikaanse regering een ‘open systeemarchitectuur’ voorgeschreven. Zulke systemen bestaan uit verschillende, uitwisselbare modules. Vergelijk het met de Appstore van Apple: mits je in de juiste programmeertaal schrijft, kan iedereen zelf een app schrijven en uploaden in de store. Op deze manier kunnen Europese landen Amerikaanse drones voorzien van de capaciteiten die ze zelf nodig hebben – zoals de mogelijkheid een IRIS-T-raket af te schieten.
Toch ligt afhankelijkheid ook hier op de loer. Merle Neumann, systeemingenieur bij het Duitse Diehl Aerospace, werkt aan Europese standaarden voor hard- en software in de militaire luchtvaart. De wereldwijde standaarden zijn vooral in de VS bepaald, vertelt ze. „De vraag is of wij ons daarvan als Europa afhankelijk willen maken.”
Als voorbeeld noemt ze de Hardware Open Systems Technologies (HOST) voor hard- en software van de Amerikaanse militaire luchtvaart. Eerder was die standaard vrij te downloaden, nu heeft het Pentagon restricties opgelegd. Dat kan grote gevolgen hebben voor Europese bedrijven die met de standaard werken. Neumann: „We hebben toegang tot de stand vandaag, maar morgen komt er misschien een update die niet beschikbaar is. Dan zijn onze systemen ineens niet meer compatibel.”
Geen wonder dat de EU subsidies heeft uitgeschreven voor onderzoek naar éígen referentiearchitectuur – vooralsnog alleen op het gebied van avionics, de systemen die een vliegtuig besturen.
Diezelfde vraag doemt op als het gaat om kunstmatige intelligentie. AI stelt CCA’s in staat grotendeels autonoom een route te vliegen of een wapen af te vuren. Maar de belangrijkste AI-modellen (ChatGTP, Claude, Gemini, LLama) zijn van Amerikaanse techbedrijven.
SPD-parlementariër Christoph Schmid houdt de moed erin. „In de burgerluchtvaart is het Europa ook gelukt met Airbus een wereldleider te worden”, zegt hij. „We moeten ons niet kleiner maken dan we zijn.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie