Oostenrijkse literatuur In haar geprezen debuutroman met bovennatuurlijke elementen vangt Anna Maschik het zwijgzame boerenleven op het Noord-Duitse platteland tijdens de Tweede Wereldoorlog in fragmenten. Dat levert raadselachtige en vluchtige schetsen op.
De nazi’s houden bij wie hoeveel stuks vee in bezit heeft.
Een schaap slacht je zo. Eerst dood je het, pijnloos, met behulp van een schietmasker. Vervolgens snijd je het de keel door, zodat het kadaver kan leegbloeden, en hang je het ondersteboven aan slachthaken – of, als je die niet bij de hand hebt, aan een ladder. Je hakt kop en hoeven af, trekt het vel van de botten en ritst het lijk, met een vlijmscherp slachtmes, voorzichtig van boven tot onder open.
Anna Maschik: Als je niet gepakt wil worden dood de schapen dan. (Wenn du es heimlich machen willst, musst du die Schafe töten). Vert. Irene Dirkens. Mozaïek, 224 blz. € 23,99
Zo begint de veelgeprezen debuutroman Als je niet gepakt wil worden dood de schapen dan van de Oostenrijkse Anna Maschik (1995). Het is een mooie openingsscène. Een vrouw, Henrike, slacht stiekem een stuk vee zodat er iets te eten zal zijn als haar man en zoon van het front terugkeren. En als je stiekem wil slachten, moet je een schaap nemen, zeggen ze op het Noord-Duitse platteland. „Varkens verraden je met hun vreselijke gekrijs, maar schapen sterven stil.” Waarom het per se stiekem moet, is niet meteen duidelijk. Veel later pas kom je erachter dat het om de Tweede Wereldoorlog gaat, dat de nazi’s bijhouden wie hoeveel stuks vee in bezit heeft en dat zomaar zelf je dieren opeten niet de bedoeling is. Op illegaal slachten kan de doodstraf volgen.
De verteller van dit alles is Alma, die in korte fragmenten de levens van haar moeder Miriam, haar grootmoeder Hilde en haar overgrootmoeder Henrike de revue laat passeren. Waar Henrike het lichaam van het dode schaap openklapt „als een boek”, opent Alma het binnenste van haar familie: „mijn verhaal is een ingewandenschouw: lever, longen, hart en maag worden op hun kenmerken onderzocht”.
We leren over de harde werkelijkheid van het boerenbestaan. Dat vooral zwaar is voor vrouwen, die worden geacht zich op te offeren voor hun gezin, kinderen te baren of ze willen of niet, en vooral niet te denken dat ze iets te zeggen hebben over hun eigen lot. De pijn en de trauma’s van haar voormoeders werken door in de verbeelding van de kleine Alma. Die is ’s nachts bang voor de monsters onder haar bed, begraaft haar speelgoed in de hoop dat er – net zoals bij aardappelen – een mooie speelgoedplant uit zal groeien, en probeert de vele duistere verhalen uit haar familiegeschiedenis te duiden.
In deze familie wordt weinig gepraat, dus Alma moet het doen met onaffe flarden. Ze hoort over de oudoom die enthousiast de nazi’s steunde, over de grootvader die zich alsmaar tevergeefs probeert op te hangen in de stal (hij wordt telkens net op tijd door zijn vrouw ontdekt en moddert dan weer verder tot de volgende, tot mislukken gedoemde zelfmoordpoging). Ze hoort over zware bevallingen, doe-het-zelfabortussen, mislukte oogsten, heimwee, onuitgesproken verdriet.
Als je niet gepakt wil worden is een mengeling van grauw realisme en bovennatuurlijke elementen. Er is een oudoom die vijftien jaar slaapt, daarna voor altijd uitgerust is en als hij eindelijk sterft een baard heeft van zeven meter lang, met een punt die „reikte tot aan de veranda, waar hij op de drempel had gelegen als een opgerolde kat”. Er is een verloskundige die nooit ouder wordt en overal tegelijk lijkt te zijn, groentes die wit uitslaan als er iemand overlijdt, een oom gemaakt van hout, een lijkschouwer die op mysterieuze wijze opduikt zodra iemand op het punt staat om dood te gaan. Alma lijkt deze sprookjesachtige gegevens gelaten te accepteren: wanneer haar moeder in een citroenboom verandert, snijdt ze de zure vruchten in plakjes en maakt er haast schouderophalend limonade van.
Het magisch-realisme van de roman is verrassend, maar ook onbevredigend – omdat het willekeurig aanvoelt. Eveneens onbevredigend is de emotionele afstand waarmee alles wordt verteld. De stukjes zijn zo kort, de stijl is zo karig, als lezer krijg je vaak zo weinig details dat het moeilijk wordt om je in te leven in de personages. Alsof je ze alleen op zwart-witfoto’s ziet, die van veel te ver weg zijn genomen. Het is absoluut goed om als schrijver niet te veel uit te leggen, niet alles in te vullen voor je lezers, maar nu blijft het wel erg vlak en vluchtig allemaal, en erg raadselachtig. Waarom logeert Alma zo vaak en lang bij oma Hilde? Waar is haar moeder op die momenten? Waarom moet Hilde altijd huilen? Waarom rijdt moeder elke zomer met Alma naar zee om dag in dag uit naar de horizon te staren, van zonsopgang tot zonsondergang?
Als je niet gepakt wil worden dood de schapen dan is goed, vlot geschreven en leest makkelijk weg, maar de korte fragmenten geven eerder de indruk van interessante schetsen, van veelbelovende opzetjes die de moeite van het uitwerken waard zijn, dan van een volwaardige roman.
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie