Home

Rekenkamer: het gaat slecht met het veen, terwijl dat Nederland wapent tegen klimaatverandering en biodiversiteit bevordert

Grondsoort Het natuurveen in Nederland verkeert in een deplorabele staat, zo rapporteert de Algemene Rekenkamer: slechts in 18 van de 173 onderzochte gebieden gaat het wel goed. Terwijl: „Veen voorkomt CO2-uitstoot en draagt bij aan waterberging, verkoeling én klimaatadaptatie.”

Het Fochteloërveen is een natuurgebied van 2.500 hectare op de grens van Friesland en Drenthe.

Meer dan driekwart van de natuurveengebieden is te klein en kwalitatief ondermaats. Dat schaadt niet alleen de biodiversiteit van de Nederlandse natuur, maar is ook een gemiste kans om de CO2-uitstoot te beperken en klimaatdoelen te halen. Zo schrijft de Algemene Rekenkamer donderdag in het rapport Natuurbeleid voor het veen: een moeras? De gebieden worden het meest bedreigd door verdroging, slechte waterkwaliteit en stikstof.

Ecoloog Christian Fritz van de Radboud Universiteit Nijmegen noemt het rapport ”sterk in zijn diagnose”. Het laat volgens hem zien dat natuurgebieden niet goed kunnen worden beheerd zolang omliggende landbouw, waterbeheer, stikstof en waterkwaliteit het veen blijven belasten. Ook de koppeling met het klimaat is waardevol, zegt Fritz: „Nat veen voorkomt CO2-uitstoot en draagt bij aan waterberging, verkoeling en klimaatadaptatie.”

Veen ontstaat doordat plantmateriaal in natte, zuurstofarme omstandigheden niet volledig verteert. Vroeger was een groot deel van Nederland bedekt met de grondsoort, maar door ontginning is daar weinig van over. Natuurveen beslaat ongeveer 3,5 procent van het landoppervlak aan beschermde natuur. Dat lijkt weinig, niettemin is het belangrijk voor de Nederlandse en Europese natuur. In de drassige gebieden groeien en leven zeldzame en bedreigde moerasplanten, vogels, vlinders, libellen, reptielen en amfibieën, die moeilijk elders gedijen. 

Toch scoren slechts 18 van de 173 gebieden die de Rekenkamer onderzocht voldoende op natuurkwaliteit. Het overgrote deel kampt met ‘verstoringen’, zoals een te lage waterstand, slechte waterkwaliteit, stikstofdepositie, invasieve exoten, menselijke activiteit en versnippering. Daarnaast voldoet driekwart van de natuurveengebieden niet aan de doelstellingen voor oppervlakte. En voor 131 veengebieden is niet uitgesloten dat de natuurkwaliteit verslechtert, wat strijdig is met Europese regels.

Vernatting en een stabiel waterpeil

De Rekenkamer spreekt in het rapport minister Jaimi van Essen (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, D66) aan op het achterlopen op de doelen. Hoewel de provincies sinds de decentralisatie in 2013 het natuurbeleid invullen en uitvoeren, vindt de toezichthouder dat Van Essen meer regie zou moeten nemen. Uiteindelijk is de minister verantwoordelijk voor het halen van de (Europese) doelen én het besteden van de natuursubsidies. Het Rijk keerde van 2014 tot 2023 bijna 4 miljard euro uit aan provincies voor natuurbeheer, aangevuld met 2 miljard voor natuurherstel.

„De huidige maatregelen kunnen de achteruitgang stoppen, maar niet altijd de groei van het veen stimuleren”, vertelt José van Paassen, veenonderzoeker bij Wageningen University & Research. „Als vernatting bijvoorbeeld effect heeft zie je dat, vanwege de grote hoeveelheid voedingsstoffen in de grond, het veen het alsnog verliest van andere soorten. Daarmee blijft zowel de kwaliteit als veenvorming achter.”

Van Paassen: „Het gaat goed als vernatting resulteert in een stabiel waterpeil. Dan blijft de CO2 opgeslagen in de bodem en worden de omstandigheden gunstig voor veenvorming, mits de veenmossen kunnen concurreren met snelgroeiende planten.” De veenonderzoeker stelt dat vernatting vaak ook afhangt van het waterpeil in de directe omgeving. Dus is het zaak „op grotere schaal” te kijken naar „hoe dit met alle belangen is te verenigen”. Boeren willen over het algemeen een laag peil omdat dat bewerking van hun land eenvoudiger maakt, mensen in woonwijken willen graag droge kelders houden.

Een goede waterstand is essentieel. Als veen verdroogt, bereikt zuurstof de plantenresten, waardoor die worden afgebroken en de opgeslagen CO2 vrijkomt. De Rekenkamer berekende, met als voorbeeld vier Natura 2000-gebieden met veen, hoeveel CO2-uitstoot de herstelmaatregelen zouden kunnen reduceren. Met de al uitgevoerde en lopende maatregelen wordt een ‘winst’ geboekt van 147.047 ton. Toekomstige ingrepen kunnen daarbovenop 220.395 ton uitstoot vermijden. Voor alleen al het Fochteloërveen zou de vermeden CO2 gelijkstaan aan de jaarlijkse gemiddelde uitstoot van tienduizend huishoudens, schrijft de Rekenkamer.

Het Fochteloërveen ligt in de buurt van het Drentse dorp Veenhuizen.

Veen als spons

Los van hun belang voor de biodiversiteit en het klimaat, noemt de Rekenkamer natuurveen waardevol als „onderdeel van het cultuurlandschap” en als „spons” voor grote hoeveelheden water die geleidelijk worden afgegeven aan het oppervlaktewater. Ook dat wordt steeds belangrijker als buffer tegen de gevolgen van klimaatverandering.

Christian Fritz vindt dat het rapport wel een kans laat liggen: „Het maakt niet concreet hoeveel hectare extra natte veennatuur nodig is, hoeveel buffergebied dat vereist en welke waterstanden daarbij horen.” De volgende stap moet daarom kwantitatief worden, vindt hij: „Verbind natuurherstel, de Europese Natuurherstelverordening, het klimaat- en waterbeleid aan concrete hectares en waterpeilen. Pas dan ontstaat een uitvoerbaar programma voor nat veen als drager van biodiversiteit en klimaatadaptatie.”

Maak NRC jouw voorkeursbron op Google

Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie

Natuur en milieu

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next