Onopgeloste moord De brute moord op Sjef Leukel, in 2004, werd een cold case, maar zijn zoon Patrick en officier van justitie Dave Mattheijs forceerden een doorbraak, door de inzet van commerciële dna-databanken. „Ik wil degene die dit heeft gedaan in de ogen kijken en vragen: wat bezielde je?”
Er is vlaai in Kerkrade. In grote witte gebakdozen, en zoals altijd veel te veel.
Ze wonen toevallig in dezelfde straat, twee mannen die elkaar leerden kennen door een moord: Patrick Leukel (61) en Dave Mattheijs (56). Patricks vader werd in 2004 vermoord en Dave is de officier van justitie die al jaren met de zaak bezig is. Ze kennen elkaar bijna vijftien jaar en een aantal keer per jaar hebben ze een gesprek. Eerst was dat altijd op kantoor bij Dave, maar de laatste jaren komen ze ook bij elkaar over de vloer. In de huiskamer van Patrick, tussen de antieke meubels, of aan tafel bij Dave, tegenover de wand met cd’s vol rockmuziek. Er is altijd koffie, Patrick koopt te veel vlaai en Dave zegt dat dat écht niet hoeft.
Het gaat in die woonkamers over de moord op de 68-jarige Sjef Leukel, een van de bloedigste onopgeloste moordzaken van Nederland. Hij werd door een indringer vermoord in zijn eigen huis, hij overleed nadat hij meerdere malen met een boomzaag was aangevallen.
Toen ze elkaar voor het eerst ontmoetten – de coldcase-officier en de nabestaande – vertelde Patrick Leukel Dave Mattheijs dat hij de moord op zijn vader nooit zou kunnen loslaten. Dat hij zelfs „in de hemel” zou doorgaan met zoeken naar wie dit gedaan heeft. De officier beloofde hem: ik ga er alles aan doen om deze zaak op te lossen.
In het voorjaar van 2026 hebben ze weer een afspraak, dit keer met NRC erbij. Als Dave Mattheijs van de grote tafel in de woonkamer naar de keuken loopt, trekt hij met zijn been. Zijn hand trilt, zijn stem klinkt opvallend vlak. Begin dit jaar hoorde de officier in het ziekenhuis dat hij ongeneeslijk ziek is. Werken lukt bijna niet meer, alleen voor de zaak van Patricks vader heeft hij nog energie.
Patrick Leukel (links), zoon van het slachtoffer, en officier van justitie Dave Mattheijs.
Dave: „Als je elkaar zo lang kent, dan verandert je band. Die wordt bijna vriendschappelijk.”
Patrick: „Dan vertrouw je elkaar.”
Dave: „Dan moet je eigenlijk samen kunnen lachen en kunnen huilen.”
Het valt stil. In de ogen van de officier komen de tranen. Patrick slikt.
„Even een zakdoekje”, zegt Dave. „Iemand koffie?”
NRC volgde hen ruim zeven jaar, in hun poging om de moord op de vader van Patrick op te lossen. En hoe dat een poging werd om de forensische opsporing in Nederland fundamenteel te veranderen.
Ze willen samen het verhaal van de afgelopen jaren vertellen. Ze denken dat hun verhaal belangrijk is voor alle nabestaanden van onopgeloste, ernstige misdrijven in Nederland. Dave: „Ik denk dat alles wat we hebben gedaan in de zaak van Patricks vader ervoor zal zorgen dat we in Nederland straks sneller misdrijven kunnen oplossen.” Maar, zegt Dave, zelf zal hij dat niet meer meemaken.
Het is een zondagochtend in augustus, in 2004, buiten schijnt de zon al flauwtjes. Patrick is zich aan het scheren, hij gaat een dagje weg met vrienden. Dan staat zijn zus ineens voor de deur, met twee vrouwen. „Pa is vermoord”, zegt ze. De vrouwen blijken rechercheurs te zijn.
Patrick moet naar het politiebureau in Sittard. Of pa een kettingzaag had? Hij krijgt flarden te horen: zaag, overval, bloed. Waar Patrick was gisteravond? Langzaam dringt door wat er gebeurd is.
Een paar dagen later moet Patrick in het ziekenhuis van Maastricht zijn vader identificeren. Hij denkt: dit is pa niet, zo onherkenbaar is hij toegetakeld. Maar dan merkt hij dat kuiltje op, in het hoofd van zijn vader, aan de zijkant. Hij herkent het, het litteken van een hersenoperatie, een jaar eerder. Het is pa wel.
Berg en Terblijt is een samengevoegd kerkdorpje, het lijkt haast geschilderd in het Limburgse heuvellandschap rond Valkenburg. Een omgeving van kerktorens, bomen, water en wegen vol bochten die soms omhoog en dan naar beneden meanderen. Er wordt hier gefietst, gewandeld en geleefd. Aan de rand van het dorp staat, tegen de heuvel aan gebouwd, een huis met oranje dakpannen en een stenen muur.
Daar woonden Sjef en Mia Leukel. Op een zomerse zaterdagavond, 14 augustus 2004, kijken ze naar de detectiveserie Commissaris Rex. Het slaapkamerraam staat open. Ineens horen ze lawaai. En dan gebeurt het.
Een schreeuwende man komt de woonkamer binnen. Donkerbruine, woeste ogen. „Ik sla je kapot”, schreeuwt hij. Hij heeft een boomzaag vast, die Mia en Sjef eerder dat jaar bij een tuincentrum hebben gekocht. De man valt aan, met de scherpe zaag. Sjef vecht terug, maar valt hevig bloedend op de grond. Ook Mia wordt aangevallen en neergeslagen.
Daarna gaat de dader het huis door, trekt laatjes open, rukt de trouwring van Mia’s vinger en grist het horloge van haar pols. Hij doet hetzelfde bij Sjef. Mia ziet het vanuit haar ooghoeken gebeuren, ze is zwaargewond, maar nog wel bij kennis. Dan slaat de man een vaas kapot op het hoofd van Mia.
Als ze wakker wordt, is het donker en stil.
Met haar laatste krachten belt Mia Leukel 112. De politie vindt haar op de grond, bij de telefoon. Sjef is overleden. Mia belandt in het ziekenhuis en raakt in coma.
Het gezellige, kleine huis is een plaats delict: ambulancebroeders, rechercheurs in witte pakken, gele bordjes met nummertjes naast belangrijke sporen. Op politiefoto’s zijn opengetrokken lades te zien, omgevallen meubels. En overal bloed: op het plafond, op de muur, op de grond. Sjef Leukel ligt in een grote plas in de keuken, zijn benen iets opgetrokken, zijn arm ligt roerloos op de vloer. Naast zijn hand ligt een boomzaag.
Een bloedspoor loopt van de woonkamer naar de slaapkamer van Sjef en Mia: daar is de indringer over het bed gekropen en hevig bloedend richting het raam gegaan, de vrijheid tegemoet. In de tuin is hij over het hek geklommen, en heeft hij zijn zwarte sok verloren. In de berm voor het huis heeft hij zijn bebloede rode trui uitgetrokken en achtergelaten.
Zijn dna zit op de gordijnen, op een steen, op de kleding, het flesje mineraalwater dat hij heeft gedronken, vermoedelijk voordat hij naar binnen ging. In de woonkamer liggen zijn schoenen.
Behalve de trouwringen en de horloges is er niks gestolen, er zit nog geld in de portemonnees van Mia en Sjef.
De zaak krijgt al snel een naam. De Limburgse Heuvelmoord.
Sjef Leukel.
„Hoe vaak denk je: wie heeft dit gedaan, Patrick?” vraagt Dave, aan tafel in zijn woonkamer.
„Elke dag.”
De band die Patrick met zijn vader had ging zijn hele leven een beetje op en neer. Zijn ouders gingen uit elkaar toen hij jong was. Een tijd had hij geen contact met zijn vader, maar toen Patrick op zijn zestiende wegliep van huis, ging hij bij hem wonen.
Jaren na de scheiding is Sjef Leukel hertrouwd met Mia, die hij nog van vroeger kende. In het huis dat ze samen kochten, in Berg en Terblijt, vond Sjef, zeker na zijn pensioen, rust. Hij was schilder, werkte in fabrieken. Daarna bleef hij wel restauratiewerkzaamheden doen. Sjef hield ervan om thuis te zijn, in de tuin te werken. Met Patrick belde hij veel. Vaak over praktische dingen. „Pa, hoe repareer je een lekkende afvoer?”
De dagen na de moord lopen emoties en praktische zaken steeds door elkaar voor Patrick. Patrick wil aanvankelijk wachten met de begrafenis, hij wil dat Mia erbij is. Het lichaam van zijn vader moet bovendien onderzocht worden door de politie. „Na twee weken heb ik gezegd: oké, laten we de uitvaart gaan regelen.” Alles wordt gefilmd, voor Mia, als ze bijkomt.
Als Mia is ontwaakt uit haar coma, vertelt ze de politie wat ze heeft gezien. Hoe de aanvaller binnenkwam, wat hij riep, hoe hij keek, wat hij meenam. Op basis van haar verhaal wordt er een compositietekening gemaakt. Een man, donkere ogen, korte krulletjes.
Mia blééf hem zien, ook jaren later. Zijn woeste ogen, zijn woede, vooral dat. Ze was ook bang: als hij maar niet zou terugkomen om ook haar te vermoorden, want zij had hem gezien. In 2019 overlijdt Mia Leukel, de zaak is dan al jaren officieel een cold case.
Dave Mattheijs luistert aandachtig naar de verhalen over die augustusdagen in 2004. „We kennen elkaar nu al een hele poos, Patrick”, zegt de officier. „Maar je vertelt nu toch weer dingen die ik niet wist.” Dave ziet bij Patrick wat hij zijn hele carrière zag: onopgeloste moordzaken blijven de levens van de achterblijvers beheersen.
„Ik hoor soms van mensen: laat het los”, zegt Patrick. „Maar ik blijf maar scenario’s doorkauwen. Was-ie psychotisch? Hoe kom je tot zoiets? Ik wil degene die dit heeft gedaan in de ogen kijken en vragen: wat bezielde je?” Hij knikt peinzend en staart in het niets. „En ik hoop ook dat ik daarna kan vergeven. Maar dan moet ik het eerst wéten.”
Een paar jaar na de moord was Patrick met zijn dochter in een dierentuin. Hij zag een man die op de compositietekening leek. Was dat hem? „Daar ontdekte ik hoe boos ik was. Als die man mij iets had gevraagd, was ik hem aangevlogen. Ik dacht: Leukel, je bent hartstikke fout bezig. Toen heb ik een psycholoog gebeld. Zij leerde me: haat gaat je verteren.”
De gesprekken met de psycholoog veranderden hem. Nog steeds wordt hij ’s nachts af en toe schreeuwend wakker. Met het gevoel dat hij in vreselijke afgronden is geweest, een wereld van ingewanden en bloed, een smerige plek. Maar de woede is weg.
Het gerinkel van een mobiele telefoon kan Patrick sinds 2004 nauwelijks verdragen. Het brengt hem terug naar de dagen na de moord, toen zijn telefoon steeds ging. De uitvaart. De recherche. Familie. Als het even kan, gaat hij zonder telefoon op pad.
Patrick heeft geprobeerd zijn leven zo snel mogelijk weer op te pakken. Aan het werk, gewone dingen doen, als houvast. Maar vorig jaar ging het even niet meer. Hij kwam thuis te zitten, de emoties over de dood van zijn vader werden samen met de werkdruk te veel. „Ik vind dit moeilijk om te vertellen”, zegt Patrick tegen Dave. „Ik wil niet dat mijn collega’s het weten.”
Dave: „Waarom niet?”
Patrick: „Ik wil geen slachtoffer zijn.”
Dave: „Maar dat ben je wél.”
Het huis waar de aanval op Sjef en Mia Leukel plaatsvond.
Hoe bestaat het? Dat een zaak met zoveel sporen niet opgelost wordt? Daar worstelt Dave Mattheijs al jaren mee. Want steeds lijkt er een veelbelovende route naar een oplossing. Maar steeds volgt teleurstelling.
De trui van de dader komt uit Litouwen, ontdekte de recherche, de sokken zijn gemaakt met weefsel uit een Baltische fabriek. Zit de dader dáár? In 2009 wijdde misdaadverslaggever Peter R. de Vries een uitzending aan de zaak en volgden er oproepen in Litouwse media. Maar het leidde tot niets.
Het dna-profiel dat de dader heeft achtergelaten, is vergeleken in de Nederlandse dna-databank voor strafzaken. Daar zitten dna-profielen in van onder anderen veroordeelde criminelen en verdachten in strafzaken. Maar geen hit.
Dit is „de totale onbekende die een moord pleegt”, denkt Dave Mattheijs. „Ik heb een paar zaken gedaan waar iemand in een psychose schiet en extreem geweld uitoefent op een totale onbekende. Dat is hier gebeurd, denk ik.”
Het dna-profiel van de dader is ook vergeleken met profielen in dna-databanken in het buitenland. Het dna van een man in Bulgarije bleek grote overeenkomsten te hebben met het dna van de dader van de Limburgse Heuvelmoord. De theorie is: een direct familielid van de Bulgaar uit die databank, bijvoorbeeld een broer, is hoogstwaarschijnlijk de dader. Rechercheurs zijn voor verder onderzoek naar Bulgarije gegaan. Maar: de man heeft geen broer.
Een aannemelijk scenario is dat de vader van de Bulgaar een buitenechtelijk kind heeft verwekt, dat de Bulgaar een halfbroer heeft zonder dat iemand in zijn omgeving dat weet. „Of de overeenkomst in dna is een uitzonderlijk toeval”, zegt Dave. Het spoor loopt dood.
In de lente van 2018 zit de Amerikaanse rechercheur Paul Holes met zijn vrouw te eten in Colorado. Zijn telefoon gaat, een collega. Holes loopt naar buiten. Het lab heeft resultaten gestuurd, er is een match „op 21 markers”. Dat betekent dat de ‘Golden State Killer’ na bijna 45 jaar is ontmaskerd. De dader is oud-politieman Joseph DeAngelo. Hij werd gevonden door de inzet van particuliere, genealogische dna-databanken.
DeAngelo sloop jarenlang huizen binnen in Californië en pleegde dertien moorden, meerdere verkrachtingen en een reeks inbraken, tussen 1974 en 1986. Zijn dna was bekend, maar de man onvindbaar. Talloze rechercheteams hebben vergeefs aan de zaak gewerkt. In 2020 werd hij veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf.
En dat allemaal omdat rechercheur Holes in 2017 besloot tot een nogal ongebruikelijke stap. Hij wist dat er websites zijn als GEDMatch en FamilyTreeDNA, particuliere databanken die dna-profielen van miljoenen mensen met elkaar vergelijken. Dat dna is vooral afkomstig van mensen die hun dna zelf opsturen om meer te weten te komen over hun afkomst of familiegeschiedenis. Via de websites zijn daarna ook hele verre verwanten te vinden, mensen die maar een klein deel van hun dna met elkaar delen.
In het diepste geheim liet Holes het dna-profiel van de Golden State Killer naar zo’n website uploaden. Het leverde een match op, met verre familieleden van de dader. Na gepuzzel met stambomen kwam DeAngelo als verdachte naar voren. Om zeker te zijn achtervolgden rechercheurs DeAngelo en namen ze dna-monsters af van de buitendeur van zijn auto. Het leidde tot een match: DeAngelo is de Golden State Killer.
Paul Holes is er beroemd mee geworden en zijn methode om de Golden State Killer te vinden heeft in de Verenigde Staten geleid tot een revolutie in de opsporing. Meer dan duizend cold cases en zaken met onbekende doden zijn opgelost dankzij de particuliere genealogische dna-databanken. Het gaat om zaken waar veel dna werd gevonden van de dader, zwaar geweld is gebruikt en die al jarenlang onopgelost zijn. Zaken zoals de Limburgse Heuvelmoord.
Het is juni 2020 en Patrick Leukel heeft vlaai gekocht voor zijn bezoek. NRC heeft hem benaderd met de vraag of de inzet van dna-databanken de zaak van zijn vader zou kunnen oplossen.
Het dekbed, de gordijnen, het waterflesje; de spullen met dna van de dader erop zijn bewaard gebleven. Uit de sporen zou in theorie een dna-profiel kunnen worden opgesteld, en vergeleken met profielen in de particuliere databanken in de VS.
Maar: in Nederland worden dna-profielen van daders op dat moment niet vergeleken met profielen in commerciële dna-databanken. Coldcaseteams van de politie hebben wel interesse in de methode, maar het OM zegt in 2019 desgevraagd tegen NRC dat strafzaken volgens de wet niet met particuliere dna-databanken opgelost mogen worden.
Patrick Leukel blijkt daar al over te hebben nagedacht.
„Dat dekbed, met de bloedsporen, was eigendom van mijn pa. Ik ben zijn erfgenaam, zijn die spullen dan niet van mij?”, zegt hij. NRC bracht Patrick op een idee. Wat als hij een van de eigendommen van zijn vader opvraagt bij de politie? En het dna-profiel met hulp van NRC zélf met profielen in meerdere genealogische particuliere dna-databanken zou vergelijken? Als er dan familieleden worden gevonden, kan de politie met die informatie verder.
Maar dat is geen makkelijke weg. Als via deze route een verdachte zou worden gevonden, houdt de zaak dan wel stand bij de rechter? Maar de zoektocht aangaan kan ook de potentie van de methode laten zien.
Patrick is duidelijk. Hij wil het risico lopen. „Misschien helpt dit om de discussie in Nederland op gang te brengen, dan kan dat heel veel betekenen voor andere nabestaanden.” Maar eerst wil Patrick het plan voorleggen aan de officier van justitie in zijn zaak. Aan Dave Mattheijs.
Het is halverwege november 2020, coronatijd, en alles gaat op afstand. Via een krakerige verbinding hoort Dave Mattheijs van Patrick Leukel en NRC over het plan. Hij denkt na.
„Het kan inderdaad quick en dirty”, zegt de officier. „Maar het kan ook via de koninklijke weg.” Ofwel: hij wil uitzoeken of politie en justitie dit middel toch kunnen inzetten. Hij ziet ook meteen de bezwaren: mag het OM gebruikmaken van de gegevens van mensen in een buitenlandse databank, die hun dna niet hebben gedeeld om te helpen met politieonderzoek? Mag je burgers zonder dat ze dat weten onderdeel maken van een strafrechtelijk onderzoek?
De officier verzoekt Patrick: laat het eerst aan justitie. Hij belooft dat hij zijn best zal doen om de moord op Sjef Leukel „boven op de stapel” te krijgen. En hij zegt: lukt het ons niet, dan geef ik die spullen vrij. „Heb geduld. Vertrouw me.”
Patrick weet genoeg. „Laten we de weg van Dave bewandelen.”
Genealogische dna-databanken zorgen in de VS sinds 2018 voor doorbraken in onopgeloste zaken: moordenaars worden opgespoord, onbekende doden worden geïdentificeerd. Het gaat om databanken van Amerikaanse bedrijven waarin mensen hun dna-profiel laten opnemen omdat ze meer te weten willen komen over hun familiegeschiedenis of biogeografische herkomst.
De profielen in deze databanken kunnen gekoppeld worden aan zelfs heel verre familieleden, die maar een klein deel van het dna delen. Daarna wordt gekeken: zijn de mogelijke verwanten ook onderling aan elkaar verwant, en hoe verhouden zij zich tot het dna-spoor van de dader? Dan gaan stamboomonderzoekers op zoek naar de recentste gemeenschappelijke voorouders. Op basis van persoonshistorische gegevens, zoals archieven en registraties, worden de afstammelingen van die voorouders in kaart gebracht. In combinatie met informatie uit het politieonderzoek (zoals leeftijd en woonplaats) kunnen dan bepaalde delen van de stamboom worden uitgesloten. Soms is er aanvullend dna-onderzoek nodig van mensen uit de stamboom, om dichterbij de dader te komen.
„Ik zag natuurlijk ook de potentie”, zegt Dave nu in zijn woonkamer tegen Patrick. „Al die Amerikaanse zaken die zijn opgelost met deze methode. Maar ik wist ook: dit wordt énorm ingewikkeld binnen mijn eigen organisatie.”
Toch werden er stapjes gezet. De minister besloot in 2020 tot een verkenning: is het mogelijk om in Nederland zaken op te lossen met behulp van de Amerikaanse databanken? Er kwam een landelijke werkgroep, met Dave Mattheijs erin, en er werd veel vergaderd. Met juristen, met specialisten van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), met de politie. Vanwege de gevoeligheden lag de focus niet op moordzaken, maar op het identificeren van onbekende doden, waarbij geen sprake is van een misdrijf.
Juristen zeiden: in Nederland mag je alleen opsporingsmethoden inzetten als ze in de wet worden genoemd, en particuliere databanken staan er niet in. Dave Mattheijs zei: gebruikmaken van verwantschapsonderzoek mag wél van de wet. Het bleef een theoretische discussie, maandenlang.
„Ik heb wel echt geduld hoor”, zegt Dave. „Dat weet jij ook inmiddels, Patrick. Maar na een halfjaar dacht ik: waar gaat dit heen? Toen werd me duidelijk: met deze werkgroep gaat het niet lukken.”
Het wachten duurt lang. In de zomer van 2022, bijna twee jaar na de beloftes van Dave Mattheijs, zucht Patrick Leukel eens diep in zijn woonkamer in Kerkrade. „Ik heb de indruk dat Dave er voor gaat, ik heb niet het gevoel dat-ie me aan het naaien is. Maar ik denk wel dat hij in zijn organisatie tegen de muur oploopt.”
Dan is Dave Mattheijs het wachten zat. Na een aantal vergaderingen valt het besluit: het OM stapt uit de werkgroep en gaat zelf onderzoeken of justitie het niet gewoon zelf kan doen: moorden oplossen met deze methode, kan dat juridisch, kan het technisch? Daarna stapt hij samen met collega-officier Mirjam Warnaar naar de top van het OM. In januari 2023 komt er een OM-pilot, waarin justitie de methode wil testen, samen met het NFI.
Er worden twee Limburgse zaken geselecteerd. De moord op Sjef Leukel en de zaak van een onbekende dode: een vrouw die in 2013 dood bij de Pieterplas nabij Maastricht werd gevonden en nog altijd niet is geïdentificeerd. Later komen daar nog vier zaken bij: een moord in de politieregio Zeeland-West-Brabant en drie onbekende doden uit de regio Amsterdam.
Het OM vraagt de rechter-commissaris toestemming voor de inzet van twee genealogische dna-databanken. In mei en augustus 2023 geeft de rechter-commissaris in beide zaken toestemming en concludeert zelfs dat toestemming voor deze methode eigenlijk niet nodig is. De methode mag door justitie gebruikt worden.
„Dat was het victoriemoment”, zegt Dave.
„Het gaat niet zo goed met de gezondheid van Dave.” In de tientallen telefoongesprekken die NRC de afgelopen jaren voerde met Patrick Leukel komt het regelmatig terug. De officier heeft in het verleden kanker gehad en worstelt daarna met evenwichtsproblemen. Patrick stuurt hem kaartjes met ‘sterkte’ of ‘beterschap’ erop. Hij maakt zich zorgen.
Dave is de afgelopen jaren geregeld uitgevallen op zijn werk, vertelt hij. „Dan voelde ik me schuldig. We waren bezig met dit gevoelige project en dan moest ik andere collega’s vragen of ze dingen over konden nemen.”
In augustus 2025 voelt de officier pijn in zijn linkerbovenarm, hij kan er niet meer goed op liggen. Er ontstaat krachtverlies. Zijn hele lichaam trilt. De neuroloog in het ziekenhuis draait er niet omheen. Het is ALS. „Mijn vrouw moest meteen huilen. Ik ging vragen stellen. Hoe kan dit? Die neuroloog zei: het is domme pech.”
„Ja, Patrick”, zegt Dave. „Dan sta je wel echt even te kijken, als je dat hoort.”
Het gaat elke dag een beetje slechter met hem, vertelt de officier. Lopen wordt lastiger, hij is snel moe, raakt buiten adem als hij lang praat, huilt soms dwangmatig. Drie of vier uur per dag inspanning is het maximale. Hij weet: mensen met ALS leven gemiddeld nog drie tot vijf jaar na de diagnose. „Het is je hele identiteit. Thuis stond ik altijd in de keuken, daar was ik Dave de kok. Maar dat kan niet meer. Ik speelde in een bandje, dat was Dave de muzikant. Ben ik mee gestopt. En Dave de officier, kan straks ook niet meer. Het einde nadert.”
Dave Mattheijs werkt nog maar aan één zaak als officier van justitie, de moord op Sjef Leukel. Waarom? „Ik heb een paar oneliners en eentje is: word is bond. Je doet wat je zegt. En ik weet niet of ik deze zaak krijg opgelost. Maar ik ga het wel proberen.”
Na de toestemming van de rechter-commissaris mag het dna-profiel van de dader van de Limburgse Heuvelmoord vergeleken worden met de profielen van een kleine twee miljoen mensen, die hebben aangegeven dat hun profiel gebruikt mag worden om ernstige strafzaken op te lossen. Dave vertelt dat het NFI de bloedsporen uit het huis in Berg en Terblijt heeft omgezet en dat het profiel geanonimiseerd is opgenomen in GEDMatch en FamilyTreeDNA.
En dan wordt het spannend. Zijn er matches en zo ja, hoe nauw is die verwantschap dan? Is het genoeg om via uitgebreid stamboomonderzoek de dader te kunnen ontmaskeren?
Dave tegen Patrick: „Ik had jou al voorbereid hè? De kans is niet heel groot dat we een match vinden.”
Voor de meeste van de zes zaken die justitie voor de pilot heeft geselecteerd, zijn de resultaten teleurstellend. De matches blijken verwanten die zo weinig overeenkomen dat verder zoeken zinloos is.
De moord op Sjef Leukel is een uitzondering.
Dave vertelt aan Patrick in zijn woonkamer dat hij nieuws heeft. „We hebben bruikbare resultaten gevonden. Wat je wilt is verwanten aan twee kanten: aan de moederlijn en aan de vaderlijn. En dat hebben we.” Het gaat om twee mogelijke verwanten van de dader, die in de VS wonen. Hoe nauw die verwantschap is, is nog niet exact te zeggen: vermoedelijk tussen de vijfde en vijftiende graad.
„Maar het is onderzoekbaar”, zegt Dave. Het is nu aan stamboomdeskundigen en later eventueel de recherche in Limburg om de zaak op te lossen. Die mogelijke verwanten zullen gehoord moeten worden, als getuige, in de VS. Daarvoor loopt inmiddels een rechtshulpverzoek. „De politie zal hun familiegeschiedenis willen weten en dan zal hun stamboom verder uitgezocht moeten worden, vermoedelijk in Oost-Europa.”
Dat de genealogische databanken nu ingezet kunnen worden – een nieuw opsporingsmiddel – ziet Dave Mattheijs als een deel van zijn nalatenschap als officier van justitie. Hij zegt: maak van deze nieuwe forensische onderzoeksmethode geen laatste redmiddel, maar maak er optimaal gebruik van in ernstige strafzaken. „Ik hoop dat we deze methode straks meteen voor alle zware misdrijven kunnen inzetten, als de dader onvindbaar is en we een goed dna-profiel hebben. Het is relatief goedkoop, snel en we zien in de VS hoeveel zaken het kan oplossen.”
Het OM werkt aan een kader, waarin wordt vastgelegd welke onopgeloste zaken in aanmerking komen voor het nieuwe opsporingsmiddel. Dat zal gaan om „zeer ernstige strafzaken”: moorden of onderzoeken naar bijvoorbeeld een serieverkrachter.
En wat nu?
Voor Patrick Leukel is de moord op zijn vader nog nooit zo dicht bij een oplossing geweest. De techniek zit de moordenaar, 22 jaar na de moord, op de hielen. Dat ontroert hem diep. Hij wéét: Dave maakte zijn belofte waar. Maar hij ziet ook: hoe zieker de officier wordt, hoe meer die belofte op zijn schouders drukt.
Daarom richt hij zich tot Dave de officier. „Dave, je moet in de tijd die je nog gegund is herinneringen maken. Met je familie en vrienden. Dat is het enige wat je achterlaat.”
Weet je nog, zegt Patrick, dat je zeven jaar geleden zei dat het hoofddoel was dat de databanken straks kunnen worden ingezet? „Dat is gelukt, door jouw doorzettingsvermogen, Dave. Dit is een succes geworden en jij hebt gedaan wat je kon. Bevrijd je nu van die druk.”
De officier van justitie lacht en huilt tegelijk. „Dat is mooi om te horen Patrick”, zegt hij. „Maar ik blijf me er toch mee bemoeien.”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie