Interview | Ryusuke Hamaguchi, regisseur Via de innige vriendschap tussen twee vrouwen, vertelt All of a Sudden een verhaal over menselijkheid in de gezondheidszorg. En hoe moeilijk het is de patiënt als mens te zien, in een kapitalistisch systeem.
Ryusuke Hamaguchi, de Japanse regisseur van All of a Sudden.
Regie: Ryusuke Hamaguchi. Met: Virginie Efira, Maho Isono. Lengte: 196 minuten.
Te zien in de bioscoop.
Klop driemaal aan, wacht drie seconden. Klop nog eens driemaal aan, wacht nog eens drie seconden. Klop nog één keer aan, maak jezelf luid kenbaar. En dán kun je binnentreden. Zo werkt humanitude: een zorgfilosofie die ‘de patiënt’ zeggenschap en menselijkheid teruggeeft.
All of a Sudden (oorspronkelijke, Franse titel: Soudain) is een bijna drieënhalf uur lange praatfilm in het Japans, Frans en Engels over menselijke zorg in tijden van hyperkapitalisme. Maar blijf alsjeblieft lezen! Want regisseur Ryusuke Hamaguchi is een meester in hypnose. Eerder maakt hij al lange-films-over-grote-thema’s, zoals Oscarwinnaar Drive my Car, over rouw en verbinding. Films die zich door de gangen van het intellect wurmen om je uiteindelijk diep in het gevoel te raken: empathie.
Hamaguchi staat daarom bekend als humanistische filmmaker. Maar zelf vindt hij niet dat hij „altijd vriendelijke films maakt”, zegt hij op het filmfestival van Cannes, kort na de ovationele ontvangst van All of a Sudden. „Misschien komt dat doordat het moeilijk is te geloven dat vriendelijke mensen bestaan. We leven in een maatschappij waarin we vooral egocentrische mensen ontmoeten. Een film die bewijst dat kindness bestaat, ligt moeilijker.”
Juist die spanning ligt aan de basis van All of a Sudden, Hamaguchi’s meest ambitieuze film tot dusver. Laat kapitalisme nog ruimte voor menselijkheid?
In All of a Sudden probeert manager Marie (Virginie Efira) humanitude te introduceren in een Parijse zorginstelling. Maar een zorgsysteem gebaseerd op contact, consent en beweging kost tijd – en dus geld. Botsend op winst-en-verliesrekeningen is Marie de burn-out al nabij wanneer ze de Japanse Mari ontmoet. Ze vinden elkaar in een diepe overtuiging. Want Mari weet hoe belangrijk het is om een patiënt als volwaardig mens te zien – ze heeft zelf terminale kanker.
Dus praten ze, maandenlang, langs de Seine, in het verzorgingstehuis, boven de Japanse rijstvelden. Veel komen ze niet over elkaar te weten, maar hun medisch-ethische filosofie diept steeds verder uit.
„Ik baseerde dit verhaal op een briefwisseling tussen een medisch antropologe en een filosofe”, zegt Hamaguchi. „De filosofe heeft kanker. Maar ze wil niet dat de ziekte haar persoonlijkheid wordt. Ik verbond dat aan humanitude, een zorgsysteem dat gaat over het teruggeven van individualiteit en zeggenschap aan mensen, binnen een systeem dat dat van ze afneemt. Het kapitalisme neemt ons namelijk tijd af. Tijd die noodzakelijk is om interesse in elkaar te tonen, om elkaar te zien.”
Halverwege All of a Sudden pakken Marie en Mari er zelfs een whiteboard bij waarop ze elkaar het kapitalisme uitleggen. Marie ziet het als tijdrovende vampier die de mens uitzuigt tot hij niet eens meer tijd heeft voor kinderen. Mari beweert juist dat de wereldperiferie wordt uitgezogen – totdat er niets meer over is, want dan keert de vraatzucht naar binnen. Daar staan ze dan, in het verzorgingstehuis, stiften in de hand. Je voelt hun machteloosheid.
Is verbetering wel mogelijk in dit systeem? „In de film wordt een toneelstuk opgevoerd over de Italiaanse psychiatriehervormer Franco Basaglia”, zegt Hamaguchi. „Hij heeft écht bestaan. Basaglia was verantwoordelijk voor de ontbinding van psychiatrische ziekenhuizen in Italië. Zorg werd voortaan in wijken geleverd, waar patiënten onderdeel van de maatschappij bleven. Humanitude bestaat ook. De twee vrouwen waarop de personages gebaseerd zijn – twee zielen die een diepe uitwisseling aangaan – óók zij hebben echt bestaan. Ik praat liever niet over wat mogelijk of onmogelijk is. Maar ik wil zeggen: de mogelijkheid is nog niet verdwenen.”
Scène uit All of a Sudden.
De scène met het whiteboard is niet bedoeld om de hopeloosheid van de situatie te illustreren, zegt Hamaguchi, integendeel. „Het is belangrijk om precies te begrijpen hoe dit systeem ons verwoest. De vrouwen weten niet hoe ze verder moeten, maar ze hebben wél die helderheid. Ik denk dat die kennis noodzakelijk is. En tegelijkertijd kun je niet simpelweg zeggen: alles is duister. Er moet iets zijn voorbij onze perceptie, voorbij wat we begrijpen – dáár ,zit hoop.”
Marie en Mari veroveren toch een paradijsje op het kapitalisme. Zowel bij elkaar als in de binnentuin van de zorginstelling, een groene oase tussen de Hausmann-gevels. Hoopgevend feitje: die plek bestaat echt. Vijf maanden filmden cast en crew in een Franse zorginstelling. „We konden het dagelijks leven van de cliënten meemaken”, zegt Hamaguchi. „Onze kamers waren op het terrein. Af en toe kwamen er mensen met dementie onze kamers binnen en namen ze dingen mee.”
Veel van de cliënten en staf van de faciliteit zijn te zien als figuranten in de film. Hamaguchi: „In sommige scènes zitten ze in beeld, écht te luisteren. Dat geeft de film kracht. En wij voelden, heel sterk, de levenskracht die daar was.”
Dat All of a Sudden überhaupt bestaat, geeft ook hoop. Een drieënhalf uur lange film over menselijkheid, in déze markt? Het is bijna een daad van verzet. Hamaguchi lacht. „Als je de keus hebt tussen een film van twee uur en een film van drie uur – en ze kosten beide 12 euro – is die laatste toch een betere deal?”
Bij Google kan je nu zelf aangeven welke nieuwsbronnen jij vaker wil zien in je zoekresultaten.Meer informatie