Angkor zou in de 19de eeuw door de Fransen zijn ‘ontdekt’, maar was toen al eeuwenlang een bedevaartsoord. De tentoonstelling Angkor in het Drents Museum toont de rijke geschiedenis van de Cambodjaanse tempelstad.
schrijft voor de Volkskrant over tentoonstellingen, musea, kunst en geschiedenis.
Even waan je je Indiana Jones of Lara Croft, die fictieve archeologen op zoek naar verborgen schatten van eeuwenoude beschavingen, als je voor de nagemaakte tempelpoort in het Drents Museum staat. Dikke boomwortels kronkelen over sierlijk uitgehouwen beeldhouwwerk, de ingang wordt gebarricadeerd door grote brokken steen. Wat zou zich daarachter verschuilen?
Ruim honderd kunstwerken uit Angkor zijn nu te zien in Assen. Samen vertellen ze het verhaal van die Cambodjaanse stad, tussen de 9de en 15de eeuw de hoofdstad van het Khmer-rijk. Tegenwoordig is de plek vooral bekend om Angkor Wat: het grootste religieuze monument ter wereld, en de belangrijkste toeristentrekker van het land. De rondreizende tentoonstelling was eerder te zien in de VS en Canada, het Drents Museum is haar eerste Europese locatie.
Voor dat museum zijn grote internationale archeologietentoonstellingen een van de primaire pijlers. Eerder waren er collecties te zien uit onder meer China, Iran, Armenië, Guatemala – en twee jaar geleden uit Roemenië, toen de gouden helm en armbanden werden gestolen. Sinds die ontregelende roof is Angkor voor het museum weer de eerste tentoonstelling van dit soort.
En daar is die overwoekerde, schijnbaar nog net niet ingestorte poort van de Ta Prohm-tempel het eerste wat de bezoeker bij binnenkomst ziet. Expres een romantisch beeld, aldus conservator Irini Biezeveld, die de Volkskrant meeneemt op een rondleiding, want: ‘Het westerse idee van Angkor als ‘verloren stad in de Cambodjaanse jungle’ is hardnekkig.’
De ‘ontdekking’ van Angkor wordt vaak toegeschreven aan de 19de-eeuwse Franse natuuronderzoeker Henri Mouhot, die de tempelruïnes tijdens een reis tegenkwam. ‘Indrukwekkender dan het oude Griekenland en Rome’, noteerde hij in zijn dagboek. Dat werd in 1863 in Europa gepubliceerd, samen met gravures naar zijn tekeningen. De westerse belangstelling was gewekt.
In datzelfde jaar werd Cambodja officieel een protectoraat van Frankrijk. Bijna een eeuw zou de koloniale macht er domineren, totdat het land in 1953 volledig onafhankelijk werd. Het kwam de Fransen wel uit, dat idee dat zíj het eeuwenoude Angkor hadden ontdekt, de ruïnes op waarde wisten te schatten en die als kolonisator zouden beschermen.
‘Hebben we het dan niet losgerukt uit de klimplanten en wortels van het tropische woud dat het gevangenhield’, staat er in het boekje van de Internationale Koloniale Tentoonstelling in Parijs van 1931, waar Angkor Wat deels levensgroot was nagebouwd, ‘toen de nakomelingen van zijn grootse bouwers het hadden verlaten?’
In werkelijkheid is Angkor altijd bewoond gebleven. Vanaf de 16de eeuw groeide Angkor Wat, vier eeuwen eerder als hindoeïstische tempel gebouwd, zelfs nog uit tot een boeddhistisch bedevaartsoord. En ook toen al kwamen er mensen van heinde en verre op af, zoals 17de-eeuwse Japanse pelgrims, die ter herinnering aan hun bezoek inscripties achterlieten.
Angkor had meer dan honderd tempels, en op de tentoonstelling is veel kunst daaruit te zien. Zoals hindoeïstische of boeddhistische godsbeelden, stèles met inscripties in het Sanskriet, en reliëfs met mythische voorstellingen. Overal waar je kijkt, zie je de inspiratie vanuit India.
‘Er was nauw contact tussen de Khmer en de Indiase beschaving’, legt de catalogus uit. Al in de eerste eeuwen van de christelijke jaartelling kwamen er handelaren, zeevaarders en priesters vanuit India naar Cambodja toe. ‘Ze brachten niet alleen objecten mee, maar een heel cultureel pakket: religies, schrift, talen en politieke ideeën.’
Toch is veel kunst ook kenmerkend Khmer. Biezeveld wijst op de uitgehouwen lendendoeken van sommige beelden, geknoopt op een typische Khmer-manier, en op een gebeeldhouwde rok met puntige, viertallige bloemetjes. Waarschijnlijk werd zulke kleding in Angkor echt gedragen.
Van de gewone stadsbewoners is maar weinig bewaard gebleven. Biezeveld: ‘Alle huizen waren gemaakt van hout en ander vergankelijk materiaal, en zijn er dus niet meer. Zelfs de paleizen van koningen waren niet van steen: dat materiaal was echt gereserveerd voor de goden.’
Maar recent onderzoek biedt nieuwe inzichten. Met lidar (‘een instrument dat vanuit de lucht duizenden laserpulsen schiet, door de vegetatie heen’) is een uiterst gedetailleerde hoogtekaart van Angkor gemaakt, te zien op een van de tentoonstellingswanden. Door de zichtbaar geworden woonheuvels en waterwegen is plots veel meer te zeggen over Angkor als stad.
En wat blijkt: Angkor was nog veel groter dan ooit gedacht. Biezeveld: ‘De stad wordt nu geschat op een omvang van tussen de 1.000 en 3.000 vierkante kilometer. Er was een duidelijke stedelijke kern, en daaromheen een uitgestrekt gebied met rijstvelden. Op het hoogtepunt in de 12de eeuw woonden er tussen de 700 duizend en 900 duizend mensen.’
Opvallend detail op de lidar-kaart: de woonheuvels vlak bij tempels, waaronder Angkor Wat. Waar nu drommen toeristen lopen, stonden ooit de huizen van de Angkoriaanse elite.
Tegen het einde van de tentoonstelling komt ook roofkunst aan bod. Biezeveld: ‘Ten tijde van de burgeroorlog en de Rode Khmer was er veel onrust in Cambodja waardoor er, vooral vanaf de jaren zeventig, veel kunst illegaal is meegenomen. Beelden raakten daarbij beschadigd: van sommige is het hoofd er afgehaald, omdat die het meeste geld opbrachten. Veel is beland op de westerse kunstmarkt.’
Mondjesmaat keert zulke roofkunst nu weer terug. Zoals de in Assen tentoongestelde ‘Pandava-broer’ uit het Koh Ker-tempelcomplex. Dit beeld, onderdeel van een groep stenen mannen die samen een episch gevecht uitbeelden, belandde in stukken in het Metropolitan Museum of Art in New York. Daar is het hoofd weer aan het lichaam gezet. In 2013 werd het teruggegeven aan Cambodja, waar het werd herenigd met zijn sokkel.
Veel kunstwerken zijn nog steeds zoek; waarschijnlijk te vinden in museumcollecties en privéverzamelingen wereldwijd. Het zijn de echt verborgen schatten van een eeuwenoude beschaving, die hoognodig moeten worden ontdekt.
Angkor – Het mysterie van Cambodja, Drents Museum, Assen, t/m 9/5.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant