Het Nationaal Slavernijmuseum in Amsterdam gaat niet voor 2033 open. De gemeente heeft extra tijd nodig voor het ontwerp, de vergunningen, de inspraakdagen en de aanbesteding. Eerder werd gemikt op 2030.
is verslaggever van de Volkskrant.
De gemeente sluit niet uit dat het project verdere vertraging oploopt. De aanvankelijke planning uit 2024 was ‘slechts globaal van aard’, schreven de verantwoordelijke wethouders Hendrik Jan Biemond (Kunst en Cultuur) en Elise Moeskops (Gemeentelijk Vastgoed) donderdag in een brief aan de gemeenteraad.
Er is een tekort van 22,3 miljoen euro voor de bouw. De museumorganisatie zoekt ondertussen naar een tijdelijke locatie zodat er alvast tentoonstellingen kunnen worden gemaakt en de collectie kan uitbreiden.
Het museum moet verrijzen op de kop van het Java-eiland, aan het IJ in Amsterdam-Oost. Het gebouw moet ongeveer 9.000 vierkante meter groot worden en drie of vier verdiepingen gaan tellen. Daarnaast komt er een openbaar park voor herdenkingen, spirituele ceremonies en bezinning. De totale bouwkosten worden inmiddels op ruim 110 miljoen euro geraamd.
Het museum moet veel meer worden dan een plek waar de geschiedenis van de trans-Atlantische slavernij wordt verteld. Ook de Nederlandse koloniale activiteiten in de Indische Archipel en de Indische Oceaan krijgen aandacht. De ambitie is om het slavernijverleden in zijn totale omvang te vertellen: over onderdrukking en geweld, maar ook over veerkracht, verzet en de doorwerking van het slavernijverleden in de huidige samenleving.
De basis voor het plan is het adviesrapport Vertel het hele verhaal, dat in februari 2024 verscheen. De drie kwartiermakers (John Leerdam, Peggy Brandon en David Brandwagt) werkten bijna anderhalf jaar aan dat advies. Daarvoor voerden zij meer dan vijfduizend gesprekken met betrokkenen in Nederland, Suriname en het Caribisch gebied.
Het museum krijgt vijf tijdvakken. Het eerste gaat over de huidige samenleving en over de landen die met de Nederlandse slavernijhandel te maken hadden. Daarna volgt een periode over beschavingen in Afrika en elders voor de slavernij. Het derde tijdvak behandelt de slavernij en de koloniale uitbuiting. De laatste twee gaan over de afschaffing van de slavernij en de gevolgen daarvan: contractarbeid, ongelijkheid en de voortdurende strijd voor gelijkwaardigheid.
Naast tentoonstellingsruimten komen er plekken voor reflectie, een kenniscentrum en een kindermuseum. Ook wordt gedacht aan een gemeenschappelijke keuken. Eerdere plannen gingen uit van ongeveer 270 duizend bezoekers per jaar.
Het initiatief voor een nationaal slavernijmuseum ontstond in 2017, toen de Amsterdamse raadsleden Simion Blom (GroenLinks), Nelly Duijndam (SP) en Sofyan Mbarki (PvdA) daar een lans voor braken. Vanaf 2019 werd ook het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap erbij betrokken.
De komst van het museum kreeg vleugels door de bredere maatschappelijke discussie over het slavernijverleden. Premier Mark Rutte bood in december 2022 namens de regering excuses aan. Koning Willem-Alexander vroeg in juli 2023 om vergiffenis. Ook kwam er eerherstel voor de verzetsstrijders Anton de Kom en Tula.
Het ministerie van OCW draagt 32,2 miljoen euro bij aan het museum en heeft de gemeente verzocht een tijdelijke locatie te zoeken. Begin 2027 verwacht Amsterdam daar meer duidelijkheid over te kunnen geven. ‘Het museum is van groot belang voor de stad en trekt internationale aandacht’, aldus de wethouders.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant