Onderwijsminister Rianne Letschert zadelt haar partij D66 op met een financieel dilemma nu zij een streep heeft gezet door de belofte de rente voor studenten met een lening niet boven de 2,5 procent uit te laten komen.
is politiek verslaggever van de Volkskrant.
Bij de presentatie van het regeerakkoord kon de zelfverklaarde onderwijspartij het nog als winst claimen: net zoals D66 in het verkiezingsprogramma had opgeschreven, stond in de onderwijsparagraaf van de beleidsvoornemens van D66, VVD en CDA dat de rente die studenten op hun lening betalen niet hoger dan 2,5 procent zou uitkomen.
Na de afschaffing van de basisbeurs, de introductie van het leenstelsel, de terugkeer van de basisbeurs, compensatie voor de zogenoemde pechgeneratie en de alsmaar oplopende rente, beloofde het minderheidskabinet de studenten rust en duidelijkheid met een renteplafond. ‘Om de financiële positie van studenten te verbeteren en financiële stress te verminderen’, zoals minister Letschert dat zelf in haar Kamerbrief van afgelopen donderdag omschrijft.
In diezelfde Kamerbrief kondigt zij aan precies het tegenovergestelde te moeten doen. In de ramingen kwam naar voren dat de rente op 2,7 procent zou uitkomen en het verschil van 0,2 procent zou het kabinet voor haar rekening nemen. Daarvoor had Letschert 40 miljoen op haar begroting uitgetrokken. Door escalerende geopolitieke spanningen na de Amerikaans-Israëlische bombardementen op Iran en de daaropvolgende gestegen brandstofprijzen, noopt de onzekerheid op de financiële markten de minister tot bescheidenheid.
Het CPB raamt de langetermijnrente nu op 3,3 procent en sluit verdere stijging niet uit. Een renteplafond zou de minister nu minimaal 160 miljoen euro kosten. ‘Deze stijging van kosten in zo’n korte tijd laat direct ook zien dat de rentemaatregel risicovol is.’
Voor de minister kan deze conclusie niet nieuw zijn. Haar voorganger en eveneens D66’er Robbert Dijkgraaf waarschuwde in 2023 al dat een renteplafond grote financiële risico’s voor de rijksbegroting met zich meebrengt. ‘De rentekosten die de overheid betaalt en de rente die bij de studenten in rekening wordt gebracht, kunnen over tijd uit de pas gaan lopen’, aldus de toenmalige onderwijsminister. ‘In tijden van hoge rentes heeft dit nadelige financiële gevolgen voor de overheidsfinanciën.’ Het is onwaarschijnlijk dat Letschert, die ook informateur was, niet op de hoogte was van de kanttekeningen.
De opties die Letschert heeft om, met de 40 miljoen euro die zij gereserveerd heeft staan, iets uit te werken waar studenten met een lening echt iets aan hebben, zijn naar haar inzicht niet substantieel. Volgende week debatteert zij met de Kamer over de onderwijsbegroting en vestigt nu haar hoop op de Kamer om met betere oplossingen te komen.
Letschert wil dan in gesprek met de oppositie om ‘eventuele alternatieven te verkennen’, maar biedt de Kamer geen extra budgettaire ruimte dan de gereserveerde 40 miljoen. Daarmee verlegt zij de druk naar de Kamer om zelf bezuinigingen op de onderwijsbegroting voor te stellen en de studenten wél van een noemenswaardige tegemoetkoming te voorzien.
Pro, de partij die de coalitie vaker uit de brand heeft geholpen, vindt dat de minister haar belofte richting studenten niet kan breken. ‘Het hele idee is nou juist dat de rente fluctueert en daarom hebben ze een plafond beloofd’, aldus Kamerlid Fatihya Abdi. ‘Het is vreemd om het nu terug te trekken omdat het duurder uitpakt. Dan had je het niet moeten beloven.’
Luister ook naar onze politieke podcast ‘De Kamer van Klok’:
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant