Psychiater Manon Kleijweg vormt met vijftien mensen de stichting Recht op GGZ, die de Staat aansprakelijk stelt voor de wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg. ‘Het verschil in omgang tussen fysieke en psychische klachten vind ik ronduit bizar’.
schrijft voor de Volkskrant over zingeving.
Psychiater Manon Kleijweg vormt met vijftien mensen de stichting Recht op GGZ, die de Staat aansprakelijk stelt voor de wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg. ‘Het verschil in omgang tussen fysieke en psychische klachten vind ik ronduit bizar’.
schrijft voor de Volkskrant over zingeving.
‘Er zijn mensen die nergens meer plezier aan beleven; die het gevoel hebben dat ze vooral anderen tot last zijn en denken dat ze beter dood kunnen zijn. Anderen horen de hele dag stemmen of moeten om 4 uur ’s ochtends opstaan om al hun dwanghandelingen te verrichten – van vroeg tot laat, ze hebben nauwelijks tijd om te eten.
‘Dat zijn rampzalige omstandigheden voor zowel de betrokkene als zijn omgeving. Gelukkig bestaan er fantastische behandelingen waardoor deze mensen in korte tijd enorm kunnen opknappen. Maar dan moeten we die als samenleving wel mogelijk maken.’
Al zo’n twaalf jaar staat de 57-jarige Manon Kleijweg op de bres voor ‘haar’ patiënten: de groep van circa 56 duizend mensen met ernstige psychiatrische aandoeningen die langer dan de wettelijk toegestane veertien weken op de wachtlijsten voor geestelijke gezondheidszorg (ggz) staan. Als een van de initiatiefnemers van de stichting Recht op GGZ is ze een proces tegen de Staat begonnen om een einde aan het wachten te maken.
Het Ideaal
In deze serie interviewt Fokke Obbema mensen die hun leven aan een ideaal wijden.
De wachtlijsten zijn in twee decennia verdrievoudigd; een wachttijd van wel vijf jaar is niet ongebruikelijk. Daarmee schendt de Staat, zo stelt Kleijweg, het grondrecht van burgers op ‘noodzakelijke behandeling’. Veel huisartsen steunen de stichting Recht op GGZ financieel – door de wachtlijsten kampen zij met stress en overbelasting.
Maar liefst 36 procent van hen overweegt daardoor te stoppen, zo bleek vorig jaar uit een enquête. ‘Het niet-behandelen van deze groep patiënten kost de samenleving enorm veel’, betoogt Kleijweg. ‘Niet alleen op huisartsen wordt een wissel getrokken, maar ook op nooddiensten zoals de crisisopvang en de politie, terwijl de patiënten en hun naasten geregeld uitvallen op hun werk. En dat alles omdat we volharden in een systeem dat aantoonbaar niet werkt.’
Als ouderenpsychiater bij een grote ggz-instelling werkte ze in 2014 op een ‘lithiumpoli’, waar mensen met ernstige depressies en bipolaire stoornissen succesvol werden behandeld. Totdat de directie van haar instelling liet weten de poli vanwege ‘financieel zwaar weer’ te sluiten. Veel patiënten werden terugverwezen naar hun huisarts, tot verontwaardiging van Kleijweg: ‘Ik vroeg me af: hoe is dit in vredesnaam mogelijk? Het gaat om een uiterst kwetsbare groep. Als we er voor íémand moeten zijn, dan is het wel voor hen.’
Haar betrokkenheid voert ze terug op haar studietijd, toen ze coschappen liep op een gesloten afdeling: ‘Er is niets zo persoonlijk als je eigen gedachten en gevoelens. Wanneer daarin iets wezenlijks verstoord raakt, leidt dat tot onnoemelijk leed. Ik ontmoette toen een jonge vrouw met een zwangerschapspsychose die enge gedachtes over haar kind had. Door een behandeling met lithium veranderde ze binnen een paar weken in een leuke vrouw met veel liefde voor haar kind. Dat was voor mij echt een wonder. We kunnen voor deze mensen zoveel betekenen.’
‘Een ‘fijne neus’ voor psychisch lijden ontwikkelde ze door een jeugd in een Bennebroeks gezin waarvan de vader, van beroep piloot, ‘zeer wispelturig’ was: ‘Hij was getraumatiseerd doordat hij op zijn 10de wees was geworden en daarna in een harteloos pleeggezin was beland. Hij kon uit het niets in woede uitbarsten. Als kind leerde ik me voortdurend af te vragen: hoe zit die ander erbij?’
U wilde weten hoe het mogelijk is dat afdelingen voor specialistische zorg worden gesloten terwijl er tegelijk wachtlijsten zijn. Weet u het inmiddels?
‘Gaandeweg ben ik erachter gekomen hoe het zit. De kern is dat iedereen gevangen zit in een ondeugdelijk systeem – zorginstellingen, verzekeraars en de toezichthouder. Het wrange is dat uitgerekend de meest kwetsbare patiënten daarvan de dupe zijn. Verzekeraars hebben wettelijk een acceptatieplicht opgelegd gekregen: iedereen die premie betaalt, moeten ze als klant aannemen. Anders zouden ze alleen jonge, gezonde mensen accepteren.
‘Het ministerie van VWS (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) compenseert hen voor die plicht; zorgverzekeraars krijgen daarvoor 30 miljard per jaar te verdelen. Met dat geld worden de risico’s die ongezondere, relatief dure verzekerden voor verzekeraars met zich meebrengen gespreid. Die risicoverevening wordt berekend met een wiskundig model.
‘Dat pakt goed uit bij gewone ziekenhuiszorg en redelijk voorspelbare ziektebeelden, maar werkt helemaal niet bij mensen met ernstige psychische aandoeningen, omdat het verloop van hun ziekte zo onvoorspelbaar is. Jarenlang zijn ze uit beeld, maar dan is er een psychose en dienen zich prompt allerlei andere kosten aan, bijvoorbeeld vanwege een verslaving. De kosten zijn dan immens en het systeem kan daarvoor niet corrigeren.’
Wat is het gevolg daarvan?
‘Verzekeraars zien dan dat ze op deze groep flinke verliezen lijden en proberen die in te dammen. Dus werken ze bijvoorbeeld met omzetplafonds: een zorginstelling mag niet meer dan een bepaald bedrag aan deze groep uitgeven, boven die grens draait de instelling zelf op voor de kosten. Ook stelt de verzekeraar een gemiddelde prijs voor een psychiatrische patiënt vast, op straffe van boetes.
‘Onder die druk komt een ggz-bestuurder uit op het sluiten van zo’n dure specialistische afdeling. Daar kreeg ik in 2014 bij die Utrechtse ggz-instelling mee te maken, maar het bleek over een breed front voor te komen. In 2013 hadden nog 681 duizend patiënten toegang tot specialistische behandeling, in 2021 waren dat er nog maar 515 duizend. Ook daardoor staan mensen langer op de wachtlijst.’
Wie is er in uw ogen schuldig aan het feit dat er wachtlijsten in de ggz zijn?
‘Uiteindelijk kom ik toch uit bij de minister van Volksgezondheid. Die is volgens de wet verantwoordelijk voor het stelsel. Het gedrag van verzekeraars en zorginstellingen ten opzichte van psychiatrische patiënten vloeit voort uit de gereguleerde marktwerking die twintig jaar geleden is ingevoerd.
‘Die maakt dat zowel de verzekeraars als de instellingen zich als marktpartijen zijn gaan gedragen en aansturen op behandelingen tegen zo laag mogelijke kosten. Als dat bij de meeste zorg min of meer goed uitpakt, maar door een systeemfout bij psychiatrische patiënten niet, dan moet de minister die fout corrigeren. Wrang is dat gezondheidseconomen al twintig jaar geleden bij de invoering van de marktwerking voor deze funeste fout hebben gewaarschuwd. Toen al vreesden ze voor wachtlijsten.’
Hoe verklaart u dat die twintig jaar later nog steeds niet zijn verdwenen?
‘Er bestaan veel vooroordelen over psychiatrie, dat merken we in onze contacten met zowel Kamerleden als ambtenaren. De suggestie dat het de eigen schuld van mensen zou zijn, wordt gemakkelijk gedaan. Dan wordt overmatig smartphonegebruik ter sprake gebracht, alsof dat iets van doen zou kunnen hebben met mensen die ernstig trauma in hun kindertijd hebben opgelopen, of aan schizofrenie lijden.
‘De lobbykracht van deze groep patiënten is ook veel minder sterk – het gaat om kwetsbare mensen die zich nogal eens schamen voor hun psychische klachten. Met psychotherapie kun je toch wat minder goed voor de dag komen dan met een hartoperatie.
‘Een ander verschil met fysieke klachten is dat daar veel grotere financiële belangen mee zijn gemoeid. De fabrikanten van medische apparatuur weten de weg naar Den Haag goed te vinden, terwijl er voor relatief goedkope psychische behandelingen, gemiddeld kosten ze 5.500 euro per jaar, te weinig geld is. Dat verschil tussen het omgaan met fysieke en psychische klachten vind ik ronduit bizar.’
Hoe ligt het politiek? Waarom heeft geen enkele minister de wachtlijsten weten weg te werken?
‘In de afgelopen twintig jaar vervulde de VVD een grote rol op het ministerie van VWS. Die partij staat relatief ver af van patiënten met ernstige psychische aandoeningen – mensen die al blij zijn als ze de supermarkt halen en vaak sociaaleconomisch kwetsbaar zijn. Er zullen maar weinigen tot de VVD-achterban behoren.
‘Maar belangrijker is de ideologische opvatting van veel politieke partijen dat marktpartijen dit moeten kunnen oplossen, verzekeraars en zorginstellingen onderling. Dat past bij een sterk geloof in ‘new public management’, waarbij de overheid publieke taken op een bedrijfsmatige manier aanstuurt. Op de werkvloer heeft dat veel bevlogen mensen gedemoraliseerd, omdat ze te maken kregen met managers met weinig inhoudelijke kennis van de zorg. Ik heb gezien hoe zij gedreven door financiële motieven goed functionerende teams kapot hebben gereorganiseerd.’
VVD-minister Schippers eiste in 2017 dat er binnen een jaar een einde aan de wachtlijsten kwam, omdat zorgverzekeraars 300 miljoen euro hadden overgehouden.
‘Ja, ze dwong verzekeraars en instellingen aan tafel en zei: zo kan het niet langer, jullie hebben 300 miljoen over en jullie kunnen met dat geld de wachtlijsten oplossen, regel het met elkaar. Maar ze heeft vervolgens die oplossing niet afgedwongen, dat vond ze niet haar rol. Een jaar later heeft VWS-staatssecretaris Paul Blokhuis (van de ChristenUnie, red.) dat geld wegbezuinigd, waardoor die oplossing niet meer mogelijk was.’
Wat zou nu een oplossing kunnen zijn?
‘Toen de marktwerking in de zorg wettelijk werd vastgelegd, is bedacht dat er een noodventiel moest zijn voor groepen patiënten, mochten zij onder het nieuwe systeem tekortkomen. Zo krijgt de brandwondenzorg een aparte vergoeding van VWS, de zogeheten beschikbaarheidsbijdrage. Die moet er ook komen voor patiënten met ernstig psychisch lijden, vindt onze stichting. Dat is een van onze eisen in het proces tegen de Staat.’
Gaat een vonnis effect op de wachtlijsten hebben, denkt u?
‘Jazeker. Bij andere zaken, zoals die van Urgenda (veroordeling van de Staat in 2019 tot het reduceren van CO2-uitstoot, red.), hebben we gezien dat de rechter een richting voor de overheid kan aangeven. Hij kan niet op de stoel van de politiek gaan zitten, maar wel vaststellen dat de Staat verantwoordelijk en daarmee aansprakelijk is voor de wachtlijsten. Dan kan VWS niet langer doorverwijzen naar marktpartijen voor de oplossing.’
Hoe houdt u deze strijd vol?
‘Van de wachtlijst van 56 duizend mensen overlijdt er gemiddeld elke dag iemand door suïcide. Dat zijn mensen die het wachten niet meer kunnen opbrengen. Bij de rechter voeren we het geval aan van een jonge vrouw van begin twintig met ernstig trauma die op dinsdag van het ziekenhuis te horen kreeg dat ze nog 53 weken op haar behandeling moest wachten. Op donderdag vonden haar ouders haar levenloos, met een briefje: ‘Mam, pap, ik hou het niet meer vol.’ Voor deze groep kwetsbare mensen opkomen tegen het onrecht dat hen wordt aangedaan motiveert me enorm.
‘Naast mijn gewone werk is het een baan erbij, dus ja, het is veel. Maar het team waarmee we dit doen, de ongeveer vijftien mensen die betrokken zijn bij de stichting Recht op GGZ, helpt me ook om dit vol te houden. Iedereen is vastbesloten tot aan de hoogste rechter te gaan. Als we voor ons recht naar Straatsburg (zetel van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens, red.) moeten, dan gaan we naar Straatsburg!’
Boektip: Groter denken, kleiner doen, van Herman Tjeenk Willink
‘Deze beschaafde sociaaldemocraat, jurist en minister van Staat beschrijft in amper honderd zeer leesbare bladzijden welke krachten de democratische rechtsorde aan het ondermijnen zijn en wat we daar als burgers tegen kunnen en moeten doen. ‘Verhef je stem!’ is zijn oproep, waar ik het uiteraard van harte mee eens ben.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant