Talkshowgesprekken worden ingericht als confrontatie. Het gevolg is dat het gesprek wordt teruggebracht tot twee kampen, waarbij er weinig ruimte overblijft voor mensen met een middenpositie.
In zijn column van maandag 19 oktober schrijft Sander Schimmelpenninck, naar aanleiding van ons gesprek in zijn podcast, dat ik ten prooi ben gevallen aan de ‘valse balans’ die ik zeg te bestrijden. Hij noemt mijn opmerking ‘ontluisterend’, schrijft dat ik ‘zou moeten weten’ dat het ‘polarisatieverwijt’ een wapen van extreemrechts is en sluit af met wetenschappers die een bijna religieuze behoefte aan verbinding hebben.
Daarmee zet hij mij neer als een onderzoeker die extreemrechts in de hand werkt. Op twee punten geeft hij mijn argumentatie echter vertekend weer.
Over de auteur
Nel Ruigrok is mediawetenschapper aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en eigenaar van Nieuwsmonitor BV.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Allereerst zei ik in de podcast dat de PVV en D66 in een debat over migratie steeds tegenover elkaar worden gezet. Daaruit leidt Schimmelpenninck af dat ik D66 als ‘het andere extreem’ zie. Dat heb ik niet gezegd en dat vind ik ook niet. Bij migratie liggen die twee partijen inhoudelijk ver uit elkaar en daarom zetten redacties ze graag tegenover elkaar. Mijn kritiek gaat niet over D66 als tegenpool van de PVV, maar over de journalistieke gewoonte om politieke kwesties te presenteren als een strijd tussen twee politieke uitersten.
In zijn column beschrijft Schimmelpenninck zelf hoe dat mechanisme werkt. De directeur van de FvD-school krijgt een landelijk podium, omdat redacties strijden om kijkers. Daarna wordt het fragment vermaakt tot een filmpje waarin hij de redelijke underdog lijkt tegenover een tafel vol tegenstanders en gaat het filmpje ‘viral’ op de socials. Ons onderzoek naar nativistische uitspraken in talkshows, waar Schimmelpenninck ook naar verwijst, laat inderdaad zien hoe dit bijdraagt aan normalisering.
Het tweede punt waar hij mijn bijdrage vertekent, is de rol van de toon. Hij schrijft dat een polariserende toon geen probleem is, omdat dat polemiek heet. Onderzoek laat iets anders zien. Uit een experiment van de Amerikaanse onderzoekers Mutz en Reeves blijkt bijvoorbeeld dat kijkers die een onbeleefd gevoerd politiek debat zagen, minder vertrouwen kregen in politiek en politici dan kijkers die hetzelfde debat beleefd zagen. Het meningsverschil zelf was daarbij niet het probleem, maar wel de onbeleefde toon. Tegelijkertijd vonden kijkers het onbeleefde debat wel vermakelijker en dat verklaart waarom media er graag voor kiezen.
Het gaat erom dat bij een groot aantal media, inclusief columnisten, het tegen elkaar opzetten van mensen een doel op zich is geworden. Tafels worden samengesteld op basis van tegenstellingen, gesprekken worden ingericht als confrontatie en de meest extreme fragmenten worden gedeeld. Het gevolg is dat het gesprek wordt teruggebracht tot twee kampen, waarbij er weinig ruimte overblijft voor mensen met een middenpositie.
Zijn column is daar zelf een voorbeeld van door een tegenstelling neer te zetten die er niet is: hij tegen de normalisering van extreemrechts en ik als iemand die eraan zou bijdragen. Zo’n tegenstelling levert een stevige en ongetwijfeld goed gelezen column op, maar brengt het gesprek over de rol van de media bij de normalisering van extreemrechts geen stap verder, terwijl juist een constructief gesprek hierover broodnodig is.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant