Zolang we culturen klakkeloos met elkaar vergelijken en het corps als toonbeeld nemen voor alles wat de studentencultuur te bieden heeft, kunnen we geen debat voeren over de uitwassen.
De berichtgeving en opiniestukken over studentenverenigingen zijn te eenzijdig. Elke keer als er weer iets verschijnt, worden studentenverenigingen over één kam geschoren, zo ook in het recente stuk van Anna Verbeeck. Het publieke debat gaat altijd over de ontgroeningen of incidenten. De ‘black box’ van een studentenvereniging wordt al jaren belicht aan de hand van haar schandalen.
In dit discours zie ik drie problematische patronen: internationale culturele vergelijkingen, het corps als toonbeeld van de studentenvereniging, en een zekere miskenning van de vereniging an sich.
Over de auteur
Nathan Douenburg is techniekfilosoof en kunst- en cultuurwetenschapper. Tijdens zijn studententijd in Delft is hij lid geweest van studentensportvereniging D.S.A.V. Dodeka en studentengezelligheidsvereniging D.S.V. Sint Jansbrug.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Allereerst is de Nederlandse studentencultuur niet gelijk te trekken met die van België of de Verenigde Staten. Zo zijn studenten in België georganiseerd in losse clubs die zich vooral verzamelen in cafés. De ontgroening daar staat bekend als ‘de doop’. Een studentenstad zoals Gent houdt zich aan ‘het doopdecreet’, een vorm van regelgeving die is opgesteld door de onderwijsinstellingen en de stad zelf. Hier ontstaat wel het probleem dat een vereniging die geen erkenning nastreeft van de universiteit en stad, zich ook niet aan die regels hoeft te houden.
In de Verenigde Staten gaat het er anders aan toe. De zogeheten ‘greek culture’ is een verzameling huizen en disputen met Griekse letters als roepnaam. Chi Phi, het veelbesproken dispuut in de verkrachtingszaak bij Cornell University, is daar een van. Deze huizen zijn gescheiden naar gender in ‘sororities’ en ‘fraternities’. De meest inzichtelijke verbeelding hiervan is de documentaire Bama Rush, die vooral de slopende cultuur laat zien rondom vrouwen die lid willen worden. Er komen zelfs consultants aan te pas om je kansen te verhogen.
Oftewel, België en de VS hebben hun eigen cultuur, die niet een-op-een op de onze is toe te passen.
De Nederlandse studentencultuur is veelzijdiger en het toonbeeld hiervan is de gezelligheidsvereniging. Sport-, muziek-, studie- en religieuze verenigingen vallen ook onder de noemer studentenvereniging. Dit staat nog los van huizen, disputen, verenigingsraden en belangenvertegenwoordigers, zoals de Landelijke Kamer van Verenigingen (LKvV). Alle verenigingen die aangesloten zijn bij de LKvV zijn sinds augustus 2016 officieel erkend als immaterieel cultureel erfgoed van Nederland. In al deze subculturen gelden eigen mores, zelfbedachte tradities en materiële cultuur.
Dit loopt over in het tweede discours-aspect: de corpsfetisj. Elk Nederlands incident dat Verbeeck aanhaalt in haar artikel komt van de zogeheten ‘corpora’. Wat een corps onderscheidt, is dat het is aangesloten bij de Algemene Senaten Vergadering (ASV). Daar wordt bepaald wanneer een vereniging wordt erkend als corps. Zelf ziet het corps zich aan de top van de voedselketen; alles daaronder is ‘knor’. Dit leidt ertoe dat je je als studentenvereniging meet aan hoe ‘corporaal’ je bent.
Je kunt de incidenten bij het corps niet representatief maken voor het hele Nederlandse landschap van verenigingen. Iedere bank is een meubel, maar niet ieder meubel is een bank. Naar schatting zijn er meer dan 600 verenigingen in Nederland, waarvan slechts acht zijn aangesloten bij de ASV. Daarmee wil ik niet zeggen dat al deze verenigingen incidentloos zijn; het kan niet anders dan dat ook zij met dezelfde problemen stoeien. Iedere vereniging is een mini-samenleving en we bevinden ons niet in een vacuüm.
Het laatste punt. De vereniging is een afspiegeling van wat er gebeurt in de samenleving. Maar de focus van het publieke debat ligt alleen op alles wat er misgaat. Niemand wil horen dat een studentenvereniging iets goeds doet; verantwoorde initiatieven in de eigen stad komen hooguit in de lokale krant. Verder zal elke getuigenis over een leuke tijd bij een studentenvereniging worden opgevat als façade. Elke stap in de richting van een verantwoord studentenleven wordt niet gezien, ongeacht hoeveel vertrouwenspersonen of verandering je doorvoert.
Laat ik vooropstellen dat de incidenten die Verbeeck aanhaalt in haar artikel terecht verschrikkelijk zijn. Er zijn rotte appels, maar de mand waar ze uit voortkomen, is inherent aan de samenleving waarin die zich bevindt. Nederland is altijd een verenigingsland geweest. Naast de incidenten bij deze corpora kennen we ook de sportclubs met homofobie, kerken met seksueel misbruik en politieke jongerenpartijen met geheimen.
Een interessantere vraag zou zijn hoe een gebalanceerde studentenvereniging vorm kan krijgen. Zolang we culturen klakkeloos met elkaar vergelijken en het corps als toonbeeld nemen voor alles wat de studentencultuur te bieden heeft, kunnen we geen debat voeren.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant