Ondanks het lerarentekort is de vierdaagse schoolweek een grote zeldzaamheid in het basisonderwijs. Dat blijkt uit een peiling van NU.nl en wordt bevestigd door deskundigen. Een vierdaagse schoolweek is nadelig voor leerlingen, maar welke noodoplossingen wél goed werken, is niet bekend.
Van de 308 schoolleiders die een enquête van NU.nl en de Academie & Vakvereniging Schoolleiders (AVS) invulden, zeiden slechts drie dat ze dit schooljaar al voor één of meerdere klassen een verkorte schoolweek hadden ingevoerd.
Dat is minder dan 1 procent van de ondervraagden. Het gaat niet om een klas die eenmalig naar huis wordt gestuurd omdat de leraar griep heeft, maar om een aangepast rooster voor meerdere weken of maanden.
Van de schoolleiders die de verkorte week niet hebben ingevoerd, verwacht nog geen 2 procent dat dit later in het schooljaar waarschijnlijk alsnog gebeurt. Minder dan 15 procent denkt dat dit "misschien" gebeurt:
Kanttekening: een enquête onder 308 schoolleiders (een kleine 10 procent van de AVS-leden) is geen wetenschappelijk representatief onderzoek. Je kunt dus niet stellen dat de hierboven genoemde percentages voor heel Nederland gelden, maar het is wel een indicatie dat de vierdaagse schoolweek amper voorkomt. Bovendien herkennen verschillende experts met wie NU.nl sprak dit beeld.
"Een vierdaagse schoolweek brengt ook 'gedoe' met zich mee", legt Lianne ter Steeg uit aan NU.nl. Zij is beleidsadviseur bij de AVS en oud-schoolleider. "Het is niet alleen een kwestie van een groep naar huis sturen. Er moet nagedacht worden over de gemiste onderwijstijd. Wordt die op een ander moment ingehaald, wordt er thuiswerk meegegeven en hoe zit het met kinderen van werkende ouders? En als je een leerkracht een dag vrijspeelt door te kiezen voor een vierdaagse schoolweek, vergt het voorbereiding voordat die voor een andere groep kan staan."
"Bovendien toonden eerdere pilots van het ministerie van Onderwijs aan dat bij een vierdaagse schoolweek de onderwijskwaliteit te vaak in de verdrukking kwam", vervolgt Ter Steeg.
Ook onderwijsvakbond AOb herkent het beeld. Maar ook over het alternatief dat wél veel voorkomt, ander personeel voor de klas, is de bond niet enthousiast. Daarover straks meer.
"Scholen voeren een vierdaagse schoolweek echt niet lichtzinnig in", vertelt ook Nienke Ruijs aan NU.nl. Zij onderzoekt het lerarentekort aan Maastricht University. "Bovendien mág het niet eens zomaar. Daar zijn regels voor." Een basisschool mag maximaal zeven keer per jaar een vierdaagse schoolweek op het rooster hebben staan, feestdagen uitgezonderd. Met bijvoorbeeld zeven studiedagen zit een school dus ook al aan die limiet.
Schoolleiders die te maken hebben met een onvervulde vacature, kunnen amper terugvallen op wetenschappelijke literatuur over goede en slechte noodoplossingen. "Daar is geen grootschalig onderzoek naar gedaan. Maar wat we op basis van Amerikaans onderzoek wél weten, is dat een vierdaagse schoolweek geen goed idee is", vervolgt Ruijs.
"Het heeft negatieve effecten op de schoolprestaties. Die gaan ook omlaag als een school de overgebleven lesdagen langer maakt", legt ze uit. "Ook heeft het negatieve gevolgen voor ouders en kan het ongelijkheid vergroten. Voor ouders die geld hebben, is het makkelijker om de vijfde dag productief in te vullen, bijvoorbeeld met bijles, muziekles of sport."
Als de nood aan de man is, zetten schoolleiders liever ander personeel voor de klas, zoals een onderwijsassistent, schooldirecteur of remedial teacher. Bijna 4 op de 10 ondervraagden ziet dit als de beste oplossing. Dat is veel populairder dan gastlessen van bijvoorbeeld kunstenaars of wetenschappers, een optie die slechts één ondervraagde overweegt. Dit zijn de populairste oplossingen:
Maar ook eigen personeel is niet altijd bevoegd, benadrukt hoogleraar onderwijsarbeidsmarkt Frank Cörvers. "De schooldirecteur en de remedial teacher vaak wel, maar onderwijsassistenten hebben doorgaans geen lesbevoegdheid. Of er staat een leraar in opleiding voor de klas." Dat laatste is onder bepaalde voorwaarden toegestaan.
De AOb ziet volop onderwijsondersteuners en andere onbevoegde medewerkers voor de klas staan. "Dat wordt eufemistisch 'anders organiseren' genoemd", zegt bestuurder Kim van Strien. "We begrijpen de noodgreep, want niemand wil leerlingen naar huis sturen, maar het mag geen structurele oplossing worden. Dat dreigt op sommige scholen wel te gebeuren. Kinderen hebben recht op goed onderwijs, niet alleen op opvang."
Bovendien wil Van Strien dat ouders op de hoogte worden gesteld als hun kind les krijgt van een onbevoegde. "Je stapt toch ook niet met een gerust hart in een bus waarvan de chauffeur geen rijbewijs heeft?"
Ruijs ziet nog een andere noodoplossing regelmatig voorkomen: klassen zonder leraar worden verspreid over andere groepen. Ook is er zogeheten 'unitonderwijs'. Dan zijn bijvoorbeeld twee bevoegde leraren en een onderwijsassistent samen verantwoordelijk voor drie groepen. Maar ook naar de gevolgen van deze oplossingen is geen grootschalig wetenschappelijk onderzoek gedaan.
Zonder wetenschappelijk onderzoek naar alternatieven is niet duidelijk welke noodoplossingen het beste werken. De structurele oplossing is in elk geval: meer bevoegde leraren voor de klas. Nederland komt volgens de recentste cijfers 5.800 fulltime basisschoolleerkrachten tekort, zo'n 6,3 procent van het totale aantal juffen en meesters. Dat is aanzienlijk minder dan het jaar ervoor, toen het tekort 8,1 procent bedroeg. "In het algemeen is de arbeidsmarkt iets relaxter dan voorheen, maar de krapte blijft groot", vat Cörvers samen.
Je kunt je bovendien afvragen of de daling komt doordat er echt zo veel leraren zijn bijgekomen, zegt arbeidsmarktonderzoeker Tom Stolp van Maastricht University. Scholen kunnen bijvoorbeeld geen zogeheten NPO-gelden meer krijgen voor de inhuur van extra personeel om corona-leerachterstanden weg te werken. Ook is het aantal basisschoolleerlingen in Nederland iets gedaald. Stolp: "Mogelijk is het lerarentekort alleen maar gedaald omdat er minder vraag is naar leraren dan voorheen."
Source: Nu.nl algemeen